Hollandse kneuterigheid als remedie tegen de eenzaamheid

Bejaarde migranten Nederlandse migranten in Nieuw-Zeeland hebben een oplossing gevonden voor eenzaamheid onder ouderen. Ze wonen in ‘Ons Dorp’. Het succes is zo groot dat er een wachtlijst is.

Dorp voor gepensioneerde Nederlanders, even buiten Auckland.
Dorp voor gepensioneerde Nederlanders, even buiten Auckland.

‘NRC? Dat zegt me niks. Oh, je bedoelt de Nieuwe Rotterdamse Courant!” Een lichtje begint te branden bij Jan Kerkmeester (93) en Rudolf Siebring (67) wanneer we aan de lunch zitten in ‘Ons Dorp’. Dit dorp, dat bewoond wordt door gepensioneerde Nederlanders in Nieuw-Zeeland, ligt iets buiten Auckland. De oprit komt uit op een bloemperkje met een Nederlandse en Nieuw-Zeelandse vlag, een houten molentje maakt het geheel af.

Bijna honderd zelfstandige woningen, een verzorgingscentrum en een recreatiecentrum vormen samen dit dorp. Het idee ontstond in 1977, toen de eerste Nederlanders die in de jaren vijftig naar Nieuw-Zeeland waren vertrokken de pensioengerechtigde leeftijd bereikten. Terug naar hun vaderland wilden ze niet, maar de behoefte aan de zogeheten ‘Hollandse geborgenheid’ was er wel. „In Nieuw-Zeeland zijn ze opener en vriendelijker, mensen zijn eerder bereid om elkaar te helpen en er is geen ‘standsverschil’ zoals in Nederland. Iedereen noemt elkaar bij de voornaam. Maar wat je toch gaat missen, is dat je even bij elkaar op de koffie gaat, zoals Nederlanders doen.”

Toen het plan om een Hollands dorp te bouwen er eenmaal was, zou het nog enkele jaren duren voordat de eerste huizen werden opgeleverd, dat was in 1983.

Wie op zoek is naar ouderwetse Hollandse kneuterigheid, is hier aan het goede adres. Elke woensdag is er een Hollandse markt in het Beatrix Paviljoen. Een keer per maand worden op vrijdag zoute haring en kroketten verkocht, naast tweedehands spullen, alsof het elke maand een beetje Koningsdag is. Er is altijd een koekje bij de koffie. Het recreatiecentrum heeft een kleine aula met een podium. Ook hier staat een kleine molen. Aan de muur hangen portretten van leden van het Koninklijk Huis en een geborduurd Nederlands wapen. Door de week komen bewoners samen voor handwerk, biljart en klaverjas. In de bibliotheek staan naast de Morse Omnibus ook boeken met titels als De lachende Hollander en de vroege romans van Maarten ’t Hart. Sinterklaas wordt uiteraard gevierd.

Borduurroeping

Het geborduurde wapen dat aan de muur prijkt, is gemaakt door Theo Kroon (81). Als achttienjarige vertrok hij naar Nieuw-Zeeland om te ontkomen aan het leger, en om – zo bleek – zijn roeping te vinden. „Met een vriend stapte ik in 1956 aan boord van de SS Zuiderkruis, dat 1.100 passagiers vervoerde.” Na zes en een halve week kwamen ze aan in Nieuw-Zeeland. De meesten waren al in Australië van boord gegaan, maar dat vonden Kroon en zijn vriend te „gewoontjes”.

Kroon werkte aanvankelijk in een fabriek als machineontwerper en kwam als pianist terecht in een bandje. Met een van de bandleden startte hij een borduurbedrijf.

Hij verdiende er meerdere prijzen mee, waaronder een European Award voor een afbeelding van een indiaan. Het Nederlandse wapen borduurde hij in opdracht van de Nederlandse ambassade. Tot 2004 maakte hij computerprogramma’s die op de borduurmachine werkten. De machine staat nog in zijn garage in Ons Dorp. In zijn huis hangt een groot borduurwerk met zicht op Amsterdam in de Gouden Eeuw, gemaakt door zijn moeder. Elke vrijdag speelt hij in het verzorgingscentrum „dezelfde rotdeuntjes” op zijn keyboard.

De mooiste trip ooit

Leni Vollebregt (92) kwam eveneens in de jaren vijftig aan in Nieuw-Zeeland. Haar toenmalige verloofde had tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet gezeten, maar kon na de Bevrijding niet aarden. Hij vertrok naar Nieuw-Zeeland om te kijken of hij daar als tuinier aan de slag kon, maar de planten waren er heel anders, dus zocht hij werk als huisschilder.

Aanvankelijk kwamen alleen ongetrouwde migranten Nieuw-Zeeland in, dus ze zouden pas trouwen nadat ze haar verloofde was gevolgd, in 1952. Leni Vollebregt herinnert zich de vlucht levendig: „Dat was de mooiste trip ooit”, vertelt ze terwijl achter ons de Hollandse markt wordt afgebroken. „Elke dag vloog je vier uur, dan overnachtte je in een luxe hotel en vloog je de volgende dag weer vier uur. Alleen het laatste stukje Sydney-Auckland was vervelend. Er was veel mist waardoor we niet konden vertrekken.” Er waren 63 passagiers aan boord, die ze nog twee keer terugzag: „Er is in Nieuw-Zeeland nog twee keer een passagiers-reünie geweest.”

Haar man overleed dertig jaar geleden. Ze kregen twee kinderen, een van haar zoons overleed aan kanker. Haar andere zoon is getrouwd met een ‘kiwi’ – een Nieuw-Zeelandse. Ze is blij dat ze nu in Ons Dorp woont, al ziet ze met lede ogen dat er steeds meer niet-Nederlanders komen wonen. „Ik kwam hier wonen omdat ik terug wilde naar mijn eigen cultuur, maar niet naar Nederland zelf.” Alleen met Kerst heeft Vollebregt soms nog heimwee. De laatste keer dat ze even in Nederland was, is tien jaar geleden.

Ze is wel, net als de andere bewoners, op de hoogte van wat er in Nederland aan de hand is. Vollebregt: „Jullie hebben dezelfde problemen als hier het geval is: lerarentekort en een te laag salaris voor de leraren.” Er is een Hollandse nieuwsbrief waarin het vaderlandse nieuws wekelijks wordt verspreid. Daarnaast kijken de meeste bewoners via BVN-tv, de publieke televisiezender voor Nederlanders en Vlamingen in het buitenland, naar het Journaal, EenVandaag en Opsporing Verzocht.

Lees ook: Het welvarende Nieuw-Zeeland is kampioen daklozen

Jan Kerkmeester en Rudolf Siebring zien wel veel verschillen met Nederland. Beiden reisden regelmatig terug. Siebring, die in 1984 vertrok omdat hij zich in Nederland eerder een nummer voelde dan iets anders, voelt zich in zijn geboorteland niet meer thuis: „Mensen spreken Engels, in Amsterdam kom je nauwelijks nog een Nederlander tegen.” De problemen die er in Nederland zijn met de migranten, die kennen ze niet in Nieuw-Zeeland, concluderen ze.

Kerkmeester, die in 1951 naar Nieuw-Zeeland kwam en nu vanwege zijn hart niet meer durft te reizen, vult aan: „Ik ben blij dat ik op mijn vijfentwintigste ben vertrokken. Nederland wordt raar geregeerd. Er komen veel Polen binnen die in Nederland geld verdienen en er kunnen wonen, maar alles in Polen uitgeven. Dat is toch te gek voor woorden?” Ze snappen wel waarom veel Britten uit de Europese Unie willen.

Zelf hebben ze allebei nog een Nederlands paspoort, omdat er veel haken en ogen zitten aan naturalisatie. „Als je een ‘kiwi’ wordt, ben je je Nederlandse burgerschap kwijt. Een dubbele nationaliteit is hier nog steeds ingewikkeld.”

Het Beatrix Paviljoen is ondertussen leeggestroomd. Er heerst rust in het park, terwijl Peter Wright, de directeur van Ons Dorp, opzoekt hoeveel mensen er op de wachtlijst staan: 150. „Wie Nederlandse wortels heeft, krijgt voorrang. Maar het worden er steeds minder.”