Recensie

Recensie Boeken

Op de vlucht voor de ‘klusjesman’ van een steenrijke zakenman

Mark Haddon Snel, hard, efficiënt en meeslepend schetst deze schrijver een modern familiedrama. En dan ineens is daar het gezelschap van ene Pericles, prins van Tyrus, uit de late oudheid. Een zeldzame overgang in een roman.

Illustratie Paul van der Steen

Lezers die verrast willen worden door de nieuwe roman De dolfijn van de Britse schrijver Mark Haddon (1962) kunnen nu beter ophouden met lezen. Net als je goed in het verhaal zit, komt Haddon met een wending die je in de verste verte niet zag aankomen. Het zou zonde zijn als je van te voren zou weten wat je als lezer te wachten staat, dus nogmaals, stop nu met lezen.

Nee? Dan moet u het zelf maar weten. Haddon, die we natuurlijk vooral kennen van zijn succesroman Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht (2003) begint zijn nieuwe roman voortvarend. Hoogzwangere filmster sterft wanneer een privévliegtuigje verongelukt, haar baby wordt gered. Het is een meisje: Angelica. Ze wordt op een Engels landgoed opgevoed door haar vader Philippe, een steenrijke, excentrieke zakenman. Niet alleen excentriek, ook monsterlijk: hij begint zijn dochter te misbruiken. Een bezoekende jonge kunsthandelaar, Darius, probeert het meisje te redden, maar dat lukt niet. Na zijn vergeefse poging wordt hij achtervolgd door de ‘klusjesman’ van Philippe. Darius schiet er bijna het leven bij in, maar weet op wonderbaarlijke wijze te ontsnappen door een toevallige ontmoeting met een vriendin die hem meeneemt op een zeewaardig jacht.

Tachtig bladzijden hebben we tot nu toe gelezen. Haddon vertelt zijn verhaal snel, hard, efficiënt en uiterst meeslepend. En dan vindt op volle zee, op dat jacht, een vreemde en nogal plotselinge transformatie plaats: het verhaal gaat verder in de late oudheid. Wanneer Darius op een ochtend aan dek komt, blijkt het jacht veranderd in een zeilschip, zijn metgezellen zijn ook veranderd, zelf blijkt hij opeens ene Pericles, prins van Tyrus te zijn, en in die gedaante beleeft hij jarenlang vele avonturen in en om de havensteden van de Middellandse Zee.

Shakespeare

Dat is nogal een overgang, zoiets maak je niet vaak mee in een roman. Weliswaar wordt Darius/Pericles ook in deze omgeving nog een tijdje achtervolgd door de ‘klusjesman’, die ook de tijdsprong heeft gemaakt en van identiteit is veranderd – maar toch weet je als lezer even niet waar je aan toe bent. Je wil best meegaan, en Haddon heeft zijn verhaal zoveel vaart meegegeven dat je als het ware vanzelf nog even doorschiet, de klassieke oudheid in, maar tegelijkertijd vraag je je toch af: waarom?

Het wordt uitgelegd, in een passage waarin de geest van Shakespeare optreedt, en ook naderhand, in Haddons nawoord. Al vanaf de eerste pagina’s is De dolfijn een variatie op het (in ieder geval deels) door Shakespeare geschreven stuk Pericles, Prins van Tyrus. Bovendien wordt binnen het verhaal zelf herhaaldelijk de suggestie gewekt dat de avonturen van Pericles ontstaan in de geest van Angelica, die na de mislukte ontsnappingspoging door haar vader thuis wordt gehouden, waar ze weigert te eten.

De verhouding tussen een gepensioneerde fysicus en zijn zoon is nooit echt intiem geweest. Dan besluiten ze op reis te gaan, in het spoor van de Odyssee. Lees ook: Eindelijk ziet de zoon wie zijn vader is

Terwijl ze langzaam versterft weeft ze haar verhalen, geïnspireerd op de klassieken die ze als kind al graag las: ‘de oude verhalen, die fundamentele waarheden als klokken laten galmen, die de grondstoffen seks en wreedheid, lot en toeval veilig maken door ze in mooie woorden te verstrikken.’

Levensbevestigend boek

Zo’n verhaal lezen we dus, en die grote tijdsprong heeft dus wel degelijk een fundament. Helemaal onproblematisch is de overgang naar de oudheid toch niet: opeens zijn we beland in een historische roman, wat betekent dat het tempo aanmerkelijk zakt, omdat Haddon ervan houdt om rituelen uitgebreid te beschrijven en veel couleur locale in zijn verhaal stopt. Ja, zo zien en horen we het allemaal alsof we erbij zijn, maar dan toch als toeristen die worden rondgeleid door een gids: ‘Links ziet u een offerplechtigheid, rechts wordt iemand begraven, ziet u wel? Zo deden ze dat toen.’

Je kan je zomaar voorstellen dat dit iemands lievelingsboek wordt.

Maar daarmee doe ik De dolfijn toch schromelijk tekort. Het verhaal mag dan wat plechtstatig zijn, en volstrekt ironieloos, maar zeker dat laatste is voor een keer ook wel eens prettig, en we krijgen er ook wat voor terug. Pericles krijgt een vrouw en een dochter, en die drie personages maken grote omzwervingen, want ze worden al heel gauw van elkaar gescheiden. Drie kleine speelballen van de schikgodinnen, die elk voor zich een ontwikkeling doormaken. Waar gaat het over? Over verantwoordelijkheid, schuld en boete, de noodzaak je oude omgeving te verlaten en de even grote noodzaak een nieuwe te vinden.

De bravoure waarmee Haddon te werk is gegaan werkt aanstekelijk en daarom ga je met hem mee. Je kan je overgeven aan de avonturen, de nederlagen, het verzet, de berusting. Het begint hard, met dat vliegtuigongeluk en die incest, en zacht wordt het nergens, maar uiteindelijk is De dolfijn een levensbevestigend boek. Je kan je zomaar voorstellen dat het iemands lievelingsboek zou kunnen worden, een boek om te herlezen, om die hele reis nog eens te maken en vervolgens ergens thuis te komen, veilig, verstrikt in mooie woorden.