Joop den Uyl: een man met mythische status

Joop den Uyl In de nieuwe biografie van de legendarische politicus Joop den Uyl is de toonzetting iets scherper dan in de eerdere biografie van Anet Bleich, maar hij blijft een tragische figuur.

Joop den Uyl (r) en Max van der Stoel, midden jaren zeventig.
Joop den Uyl (r) en Max van der Stoel, midden jaren zeventig. Foto Vincent Mentzel

Hoe zou Joop den Uyl hierover gedacht hebben? Een heel enkele keer wordt deze vraag nog wel eens opgeworpen. Den Uyl zou deze vrijdag, 9 augustus, honderd jaar zijn geworden. Geen onhaalbare leeftijd voor een ex-premier van PvdA-huize, zoals zijn voorganger Willem Drees bewees. Die werd uiteindelijk 101 jaar.

Den Uyl, de voormalige PvdA-leider en minister-president is daarentegen al meer dan dertig jaar dood. Hij stierf op 24 december 1987 op 68-jarige leeftijd. Toch spreekt zijn naam nog altijd tot de verbeelding. Als herinnering aan vervlogen tijden toen, zoals nostalgisch wordt vastgesteld, politiek nog echt politiek was. Bevlogenheid, strijd, visie. Den Uyl als referentiepunt in de vaderlandse geschiedenis; de tijd van voor en na Den Uyl. In elk geval een tijd die achterhaald is. Of niet? Is het misschien weer tijd voor ‘een’ Den Uyl?

Het blad Socialisme en Democratie van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, wijdde dit voorjaar een themanummer aan de vroegere voorman. Daarin schrijft hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer dat er ‘alle reden’ is om Den Uyls denken als ‘inspiratiebron’ te laten fungeren voor een eigentijdse sociaaldemocratische visie op het economische beleid in de 21ste eeuw.

Volksmisleiders

Den Uyls opgelapte opvattingen als een soort ‘koerscorrectie’ op wat later is misgelopen, dus. Want dat is toch het veel gehoorde verwijt aan de PvdA. De partij is onder de opvolgers van Den Uyl in de jaren negentig en daarna te ver meegegaan in het ‘modieuze’ denken dat de publieke sector de marktsector als voorbeeld moet nemen. Met als gevolg dat, in de woorden van De Beer, het ‘vertrouwen van de kiezer in de PvdA als hoeder van de publieke zaak is geschaad’.

De cijfers lijken hem gelijk te geven. In 1986, onder Den Uyls laatste lijsttrekkerschap, wist de PvdA bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer nog 52 van de in totaal 150 zetels te behalen. Bij de jongste Kamerverkiezingen in 2017 kwam de PvdA niet verder dan 9 zetels.

In hetzelfde nummer van Socialisme en Democratie vroeg historicus Henk te Velde zich af of Den Uyl zich op zijn plaats zou voelen in het huidige politieke en parlementaire debat. Hij dacht van niet. ‘Hij zou zeker moeite hebben om deelnemers die hij als doortrapte volksmisleiders zag te accepteren.’ Volgens Te Velde voerde Den Uyl zijn emancipatiestrijd niet ‘uit naam van de waarden van het ‘gewone’ volk maar uit naam van de echte cultuur en de bestaanszekerheid waaraan dat gewone volk nu eindelijk eens moest kunnen toekomen.’ Volksverheffing, om dat klassieke sociaaldemocratische begrip nog maar eens te gebruiken. En dat is wat anders dan het volk naar de mond praten dat tegenwoordig zoveel gebeurt.

Te controversieel

Maar hoe staat het met de heimwee naar Den Uyl? Toen ‘Vadertje Drees’ in 1986 honderd werd gaf het toen nog bestaande Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie een speciale postzegel uit ter waarde van 55 cent. De minister-president uit de naoorlogse opbouwjaren, grondlegger van de AOW, prediker van de soberheid werd alom gerespecteerd en gewaardeerd.

Lees ook de recensie van Anet Bleichs boek: Nú pas heeft Joop den Uyl een echte biografie

Onvoorstelbaar dat Den Uyl vandaag de dag een dergelijk huldeblijk had kunnen overkomen. Twitter was ontploft, opwinding aan de talkshowtafels. Hij was te controversieel. Men adoreerde hem of haatte hem. Voor Joop den Uyl dan ook geen postzegel op de dag dat hij 100 jaar zou zijn geworden. Wel een biografie van de hand van historicus en journalist Dik Verkuil.

Het is de tweede grote biografie want in 2008 schreef Anet Bleich ook al eens zijn levensverhaal. Dit werd tevens haar proefschrift. Om ruim tien jaar later dan nog eens met een biografie te komen is een hachelijke onderneming. Want, zoals Verkuil zelf in zijn inleidende hoofdstuk stelt, wat valt er nog toe te voegen? Ruim voordat Bleich aan haar werk begon ondernam Verkuil in 1993 en 1994 al een poging. Hij gaf deze op, omdat Den Uyls dochter Saskia Noorman hem de toegang tot haar vaders archief weigerde. Bleich kreeg dat voorrecht later wel. Het was uitgerekend haar biografie die Verkuil ertoe bracht zijn Den Uyl-project te hervatten. Volgens hem had Bleich wel een erg ‘aaibare’ Den Uyl geschetst.

Schuchtere scholier

Verkuil belooft in zijn inleiding dan ook een ‘nieuw en evenwichtig beeld’. Maar wat er na 462 pagina’s overblijft is alles behalve een nieuw beeld. Verkuil volgt dezelfde paden als Bleich. Beginnend met de schuchtere scholier en eindigend met de krachteloze oppositieleider die begin jaren tachtig weinig wist te beginnen tegen het eerste kabinet Lubbers en op het laatst moest meemaken dat ook zijn steunpilaren vonden dat zijn tijd gekomen was. Met vaak dezelfde petites histoires. Net als Bleich heeft Verkuil het over het snurken van Den Uyl waar zijn vrouw zoveel moeite mee had.

Hoe kwam het dat mensen door hem ‘betoverd’ raakten?

De toonzetting is op een enkele plek net iets anders, scherper,(‘Blind ging hij op zijn doel af’) maar Verkuil laat geen wezenlijk andere Den Uyl zien dan Bleich. Bij beiden is Den Uyl de man die meer oog had voor de mensheid dan voor mensen, een verwijt dat trouwens op meer PvdA’ers van toepassing is. Bij beiden is Den Uyl ook de wat tragische figuur die weliswaar voor veel rumoer wist te zorgen, maar uiteindelijk weinig van zijn politieke idealen wist te bereiken. Bij beiden is Den Uyl de man die ‘de boel bij elkaar wilde houden’. De ‘doordouwer’ van Bleich heet bij Verkuil ‘de gedrevene’. Het zijn in hun context nuanceverschillen.

Betoverd

Eén van Verkuils leidende vragen was hoe het toch komt dat zoveel mensen zo lang in Den Uyl hebben kunnen geloven. Hoe kwam het dat mensen door hem ‘betoverd’ raakten? Maar juist deze vraag wordt niet beantwoord. Dat zou kunnen omdat de hypothese niet klopt. Het gevaar van een biografie en zeker één van een politicus is dat maatschappelijke ontwikkelingen te veel aan één persoon worden toegeschreven. Het was niet het kabinet Den Uyl, maar de tijd waarin dat kabinet opereerde. De drang naar verandering was overal: op de universiteiten, in de vakbeweging, in de gezondheidszorg, in de vrouwenbeweging. In die zin was Den Uyl veel meer een exponent van wat er alom gaande was dan een voorganger.

De geïsoleerde benadering van Den Uyl was indertijd een (verklaarbare) lacune in de biografie van Bleich. Verkuil heeft ook weinig aandacht voor het maatschappelijk klimaat. Dat had juist een mooie toevoeging kunnen zijn op de al bestaande biografie. Verkuil belooft een nieuwe kijk op Den Uyl, maar maakt die belofte niet waar. Wellicht valt er na al die jaren ook niet meer zoveel nieuws over de persoon Den Uyl te vertellen.