Opinie

Een brand op Ameland

Frits Abrahams

Voor grote, indrukwekkende bezienswaardigheden hoef je niet naar Ameland. Wees tevreden met het natuurschoon, dat is bezienswaardig genoeg. Maar er is altijd die regenachtige dag die je naar een pittoresk kerkje of een uniek monument drijft. Nes, het drukste dorp van het eiland, heeft zo’n kerk, of beter: had. Ik moet nu, er zit niets anders op, een zwarte dag uit de geschiedenis van Ameland aanstippen.

Ameland (25 kilometer lang, 4 kilometer breed) kent liefst vier gezindten: rooms-katholiek, hervormd, gereformeerd en doopsgezind. Ameland had een pracht van een neogotisch, katholiek kerkje, de Sint Clemenskerk, in 1878 gebouwd naar een ontwerp van de befaamde architect Pierre Cuypers, die ook het Rijksmuseum en het Centraal Station van Amsterdam ontwierp. Op 5 februari 2013 brandde zijn kerk in Nes vrijwel volledig af.

Er bestaat een boekje met foto’s van de geblakerde ruïne, het is alsof er beeldenstormers hebben huisgehouden. Er werd tot een herbouw en restauratie besloten, kosten ruim drie miljoen euro. Sinds december 2016 is de kerk weer in gebruik. Het is een mooi kerkje gebleven, maar toch besef je als bezoeker dat je in een geslaagde eigentijdse replica rondloopt. De geur van het verleden is voorgoed vervlogen.

Een jong Duits echtpaar dat er ook rondkeek, liet zich er niet door ontmoedigen. Ze hadden elkaar op Ameland leren kennen en waren nog in de oude kerk getrouwd, in aanwezigheid van zeventig familieleden en vrienden uit Duitsland. Nu was het echtpaar terug om hun twee kinderen te laten zien waar ‘het’ allemaal begonnen was.

Verderop staat in Nes het beeld van een katholiek waar Ameland ook trots op kan zijn: kardinaal Johannes de Jong, aartsbisschop van Utrecht van 1936 tot 1955. Hij was een indrukwekkende geestelijke, die de misdaden van de Duitse bezetter in het openbaar durfde te veroordelen. Hij werd op Ameland geboren en bracht er vaak zijn vrije tijd door.

Er bestaan ook anti-bezienswaardigheden. Dat wil zeggen: gebouwen die door hun aperte lelijkheid de moeite van het bekijken waard zijn. In Nes staat er een afzichtelijk voorbeeld van. Wandelend langs de rand van het dorp viel mij al snel een gigantisch, vervallen bouwsel op: twee grote loodgrijze koepels, verbonden door een hoge toren waarlangs een soort glijbaan naar beneden liep. Het stond op een braakliggend terrein, omheind met prikkeldraad. Wat was het? De resten van een Duitse gevangenis voor lastige Amelanders? Een verlaten fabriek of abattoir?

Het bleek een subtropisch zwembad, genaamd Aqua Plaza, te zijn. Geopend in 1986, failliet in 2002. Die glijbaan van 120 meter was bestemd voor zwemmers zonder hoogtevrees. Daar bleken er jaarlijks te weinig van te zijn. Sindsdien is er met en in de gemeenteraad veel vruchteloos gebakkelei geweest over een andere bestemming. Zeventien jaar later is er nog steeds ‘nader onderzoek’ gaande.

Ondertussen verrot en vergaat het gebouw. Er staat een bord bij dat het levensgevaarlijk is om het te betreden. Maar er is al een hek vernield en ik zag jonge mensen in de toren rondlopen. Straks moet de burgemeester nog uitleggen waarom er ongelukken gebeuren.

Merkwaardig dat God dat mooie kerkje liet afbranden en die gruwelijke zwempuisten overeind hield.