De rest van Azië kan profiteren van de handelsoorlog

Wereldhandel Nu China en de VS de handelsmaatregelen tegen elkaar intensiveren, verplaatsen steeds meer multinationals hun activiteiten naar landen in Zuidoost-Azië.

Vietnamese arbeiders maken kerstkaarten voor Westerse opdrachtgevers in een fabriek in Hung Yen. Veel productie verschuift de laatste tijd van China naar landen in Zuidoost-Azië, zoals Vietnam. Foto Nhac Nguyen/AFP
Vietnamese arbeiders maken kerstkaarten voor Westerse opdrachtgevers in een fabriek in Hung Yen. Veel productie verschuift de laatste tijd van China naar landen in Zuidoost-Azië, zoals Vietnam. Foto Nhac Nguyen/AFP

Nintendo verplaatst een deel van de productie van spelcomputers van China naar Vietnam. Motorfabrikant Harley Davidson verhuist deels naar Thailand. Kledingmerk Gap heeft nieuwe fabrieken in Indonesië, Bangladesh en Vietnam geopend. En Apple zou deze zomer met een proef beginnen om de AirPod-oordopjes voortaan in Vietnam te laten maken.

Meer en meer multinationals nemen maatregelen om minder last te hebben van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Ze verhuizen om de hoge invoertarieven te ontwijken die de twee landen elkaar opleggen. Daarbij kiezen zij voor landen als Thailand, Vietnam, Maleisië en Cambodja. Natuurlijk brengt de handelsoorlog onzekerheid met zich mee. Maar als één regio óók profiteert van de spanningen, is het Zuidoost-Azië wel.

Vietnam is één van de landen die nu het meeste baat heeft bij de handelsoorlog, die afgelopen week verhevigde. De uitvoer van producten naar de Verenigde Staten neemt daar al maanden enorm toe. De eerste vier maanden van dit jaar steeg de export bijna 40 procent vergeleken met 2018. Het land exporteert precies de producten die in China onder de hogere importheffingen van de VS vallen.

Lees ook hoe China de renminbi als oorlogswapen inzet

De handelsoorlog versterkt een trend die al eerder begon, zegt Raphie Hayat. Hij is econoom bij de Rabobank en heeft net onderzoek gedaan naar de vraag welke landen in Zuidoost-Azië baat zouden kunnen hebben bij de verplaatsing van productie. „Het is een misvatting dat de handelsoorlog de oorzaak van die verhuizingen is. Maar de beweging versnelt er wel door.”

De cijfers laten zien dat de buitenlandse investeringen in Zuidoost-Azië nog steeds toenemen, ook al gaat het globaal gezien slechter met de wereldeconomie. In 2018 daalde het totaalbedrag aan buitenlandse investeringen wereldwijd met 19 procent ten opzichte van 2017, zo blijkt uit data van VN-handelsorganisatie Unctad.

Maar in Zuidoost-Azië namen die juist toe, met 11 procent. Thailand kreeg vorig jaar bijvoorbeeld een bedrag binnen aan buitenlandse investeringen dat vier keer zo hoog lag als in 2017.

De top drie van aantrekkelijkste landen voor verplaatsing van productie vanuit China bestaat volgens Hayat uit Thailand, Maleisië en Vietnam – in die volgorde. Belangrijke factor is dat de lonen er relatief laag zijn. De afgelopen jaren zijn de fabriekslonen in China langzaam gestegen. Hayat: „Die liggen nu ongeveer 2,5 keer zo hoog als tien jaar geleden.” In Vietnam zijn de lonen nu 64 procent lager dan in China en in Thailand 25 procent.

Voor zijn onderzoek keek Hayat behalve naar de hoogte van de lonen ook naar de vraag hoeveel overlap landen hebben met de producten die China exporteert. Hoe meer overlap er is, des te beter een land buitenlandse bedrijven kan aantrekken.

Hoe gemakkelijk het ook is om ergens een nieuw bedrijf te beginnen, de stabiliteit van het plaatselijke bestuur speelt ook een rol bij dat besluit. „Daardoor is een land als Indonesië een minder aantrekkelijke optie. Het staat bekend om de grote corruptie”, zegt Hayat.

Ironisch

Het zijn zeker ook Amerikaanse bedrijven die besluiten te verhuizen. De Amerikaanse lobbyclub AmCham deed onderzoek naar de impact van de hogere importtarieven voor Amerikaanse bedrijven in China. Van hen zegt ongeveer 40 procent een verhuizing te overwegen of die al geregeld te hebben. Een kwart kiest dan voor Zuidoost-Azië, 10 procent voor Mexico en een luttele 6 procent overweegt om naar de VS te verhuizen.

Dat is saillant, omdat president Trump met de importheffingen juist de binnenlandse productie wil bevorderen en meer banen voor Amerikanen wil creëren.

Zuidoost-Aziatische landen krijgen er met al die nieuwe fabrieken veel nieuwe banen bij voor hun inwoners, die daardoor meer te besteden krijgen. Toch zou ook in deze regio het netto-effect van een langdurige handelsoorlog negatief uitvallen, zegt Hayat. „Als de wereldhandel inzakt, geldt dat uiteindelijk ook voor de productie en export. En dan zullen hun economieën minder hard groeien.”

Deze twee ontwikkelingen – meer investeringen in een land én minder handel – vinden tegelijkertijd plaats. Wel verschilt de looptijd: de export kan binnen een paar weken of maanden stijgen of dalen – dus relatief snel. De verplaatsing van productie is pas over twee of drie jaar goed zichtbaar, aldus Hayat: „Je hebt niet één, twee, drie een hele logistieke keten verhuisd.” Dat geldt zeker voor producten met een complexe productieketen. bij Telefoons bijvoorbeeld, waarvan de onderdelen (batterij, scherm, processor) in aparte fabrieken gemaakt worden en waarvan de delen in weer een andere fabriek in elkaar gezet worden.

Het is onwaarschijnlijk dat uiteindelijk één land in Zuidoost-Azië als grote ‘winnaar’ eindigt, zegt Hayat. Daar is de omvang van de Chinese goederenmarkt veel te groot voor: „Stel dat China 10 procent van zijn productie verliest. Daar zouden wel vijf andere landen van kunnen profiteren.”

Een reëel risico is dat zo’n land de woede van president Trump wekt. Met Vietnam is dat nu al gebeurd. Vietnam „maakt nog meer misbruik van ons dan China”, zei Trump in juni op de G20-top. Hij waarschuwde dat ook Vietnam hogere importtarieven kan verwachten. Tot nu toe kwam er alleen een verhoging van de invoerheffingen op staal: 400 procent. Vietnam heeft een handelsoverschot met de VS, al viel dat vorig jaar met 40 miljard dollar in het niet bij dat van China (351,8 miljard dollar).

Lees ook: Trump doet alsof hij de handelsoorlog aan het winnen is

Er zijn in Vietnamese media geruchten dat de douane alert is op gesjoemel met Chinese goederen. Vietnamezen zouden kleding, schoenen en andere spullen uit China importeren en het labeltje vervangen door een label Made in Vietnam. Om vervolgens die spullen te verhandelen naar Europa en de VS.

De Vietnamese overheid is er veel aan gelegen om dat soort indirecte handel tegen te gaan. Deze week werd bekend dat het land waarschijnlijk de regels gaat aanscherpen: ten minste 30 procent van de waarde van een product moet echt Made in Vietnam zijn om dat label straks nog te kunnen krijgen.