China zet Oeigoeren in Nederland onder druk

Repressie Via achtergebleven familie en met elektronische spionage worden Oeigoerse vluchtelingen onder druk gezet door China.

Oeigoerse asielzoekers en statushouders in Nederland en andere Europese landen worden onder druk gezet door de Chinese overheid om niets te doen of zeggen wat als kritiek op China kan worden uitgelegd. Ze krijgen bijvoorbeeld telefoontjes van familieleden in China die duidelijk maken dat hun daden consequenties hebben voor achtergebleven verwanten. Dat zeggen vijf Oeigoeren in Nederland en één in Frankrijk tegen NRC.

De meeste Oeigoeren, overwegend moslims, leven in de westelijke Chinese regio Xinjiang. Beijing voelt al jaren een repressief beleid tegen deze groep, wier taal, cultuur en fysiek meer Centraal-Aziatisch is dan Han-Chinees. Oeigoeren in Europa en China-deskundigen vertellen dat ook Oeigoeren buiten China zwaar onder druk worden gezet.

Volgens Oeigoeren in Nederland speelt ook de Chinese ambassade in Den Haag hierbij een rol.

Lees het gehele onderzoeksverhaal: Moeder stuurt een emoji met een bebloed mes

„Als we hier iets doen dat als ‘politiek’ kan worden gezien, krijg je meteen reacties vanuit China waaruit blijkt dat dat gevolgen heeft voor je familie”, vertelt Sania Khasim, een Oeigoerse arts in Utrecht. Andere Oeigoeren vertellen soortgelijke verhalen. Van Chinese zijde worden Oeigoerse asielzoekers en statushouders niet alleen onder druk gezet, ze worden ook in de gaten gehouden, vertellen ze.

Volgens Oeigoeren speelt ook de Chinese ambassade in Den Haag een rol

China heeft in Xinjiang een geavanceerd systeem van surveillance opgezet, met onder andere gezichtsherkenning en enorme databases met persoonsgegevens.

Oeigoeren in Nederland zeggen veel aanwijzingen te hebben dat China ook geavanceerde techniek tegen hen inzet. Ze merken dat hun telefoon is gehackt of dat er anderszins sprake is van elektronische spionage.

„Ik speelde Clash of Clans, een onlinegame’’, vertelt arts Khasim. „Op een gegeven moment zag ik dat mijn troepen anders stonden dan ik ze de dag daarvoor had achtergelaten. En de volgende dag zag ik ineens een Chinese vlag. Die kwam niet van mij. Toen wist ik genoeg.”

Susanne Kamerling, als onderzoeker verbonden aan de Leidse universiteit en Instituut Clingendael, bevestigt deze druk via familieleden. Ook de Chinese ambassade in Den Haag kan hierbij een rol spelen, zegt Kamerling. „Dan worden mensen die hier wonen en politiek actief zijn, gebeld en wordt tegen hen gezegd dat ze daar onmiddellijk mee moeten stoppen, en dat anders hun familie daar last van zal ondervinden.”

Onderzoek pagina 12-15