VN: landbouw moet radicaal anders

Rapport klimaatbureau IPCC Productie en consumptie van voedsel moeten veranderen om klimaatverandering te beheersen.

Om klimaatverandering binnen de perken te houden en voldoende voedselproductie te garanderen moet de wereld de productie en consumptie van voedsel en het gebruik van land radicaal wijzigen. Om de opwarming van de aarde te beperken is alleen het beperken van de uitstoot van industrie en verkeer niet voldoende.

Dat is de conclusie van een donderdag gepubliceerd rapport van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatbureau van de Verenigde Naties. Landbouw, bosbouw en ander landgebruik veroorzaken een kwart van alle broeikasgassen. De helft van alle methaanemissie wereldwijd komt van weilanden en rijstvelden. Verder zorgen ontbossing en het verdwijnen van veengebieden voor meer uitstoot, volgens het IPCC.

Driekwart van het ijsvrije land wordt door de mens bewerkt. Inmiddels is een kwart daarvan onbruikbaar, mede als gevolg van bodemerosie. Bij ongewijzigd beleid kan na 2050 de voedselproductie in problemen komen. Het is een vicieuze cirkel: niet alleen wakkert de manier waarop de mens land gebruikt klimaatverandering aan, die verandering heeft ook zelf invloed op de bodem.

Het panel doet verschillende aanbevelingen. Landbouwgrond dient duurzamer gebruikt te worden, veengebieden moeten worden hersteld. Ook moeten vleesconsumptie en voedselverspilling worden beperkt. Meer plantaardige diëten kunnen leiden tot een significante afname van uitstootgassen.

Klimaatakkoord van Parijs

In het klimaatakkoord van Parijs (2015) is afgesproken de opwarming van de aarde zo ver mogelijk onder de 2 graden Celsius te houden, liefst onder de 1,5 graad. Vorig jaar publiceerde het IPCC zijn brede vijfjaarlijkse studie met als de conclusie dat de opwarming van de aarde nog wel tot 1,5 graden beperkt kan worden. Dan zijn er wel „op ongekende schaal” veranderingen nodig. De conclusies van het special report over klimaat en landgebruik zijn eerder deze week door alle, bijna 200 landen, van de VN aangenomen.

Hoewel Nederland de tweede voedselexporteur van de wereld is, speelt landbouw in het recente Klimaatakkoord een bescheiden rol. Dat akkoord moet in 2030 leiden tot een halvering van de uitstoot van broeikasgassen met een hoofdrol voor industrie, elektriciteitsproductie en het verkeer.

„We zullen steeds moeten blijven kijken of we ons beleid dienen bij te stellen”, zegt Ed Nijpels, regisseur van het Klimaatakkoord, in een reactie. Volgens hem zet het Klimaatakkoord „wel degelijk een stap richting duurzame landbouw. Daarbij kun je je altijd afvragen of het snel genoeg gaat.”

Volgens Greenpeace drukt dit rapport „ons opnieuw met de neus op de feiten”. Charlotte van der Tak, campagneleider bossen, benadrukt dat „de industriële landbouw in Nederland ecologisch moet worden. En we moeten onze bossen laten staan, die zijn zo cruciaal voor de CO2-opname.”

Landbouworganisatie LTO wijst erop dat Nederlandse vooroploopt op het gebied van duurzaamheid. „Wij kennen het rapport nog niet in al zijn details, maar de landbouw is al jaren bezig met het klimaatvraagstuk. Zo ligt de carbon footprint [de klimaatschade] van een kilo melk in Nederland op de helft van het mondiale gemiddelde.”

De toekomst van ons voedsel Opinie pag. 18