VN-klimaatorganisatie: voedselproductie moet radicaal veranderen

Productie en consumptie van voedsel moeten veranderen om klimaatverandering te beheersen.

Een ontbost gebied in Indonesië.
Een ontbost gebied in Indonesië. Foto Hotli Simanjuntak/EPA

Om klimaatverandering binnen de perken te houden en voldoende voedselproductie te garanderen moet de wereld de productie en consumptie van voedsel en het gebruik van land radicaal wijzigen. Om de opwarming van de aarde te beperken is alleen het beperken van de uitstoot van industrie en verkeer niet voldoende.

Dat is de conclusie van een donderdag gepubliceerd rapport van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatbureau van de Verenigde Naties. Landbouw, bosbouw en ander landgebruik veroorzaken een kwart van alle broeikasgassen. De helft van alle methaanemissie wereldwijd, komt van weilanden en rijstvelden. Verder zorgen de ontbossing en het verdwijnen van veengebieden voor meer uitstoot, volgens het IPCC.

Driekwart van het ijsvrije land wordt door de mens bewerkt. Inmiddels is een kwart daarvan ‘degraded’, mede als gevolg van bodemerosie. Bij een ongewijzigde aanpak kan na 2050 de voedselproductie in problemen komen.

Er is sprake van een vicieuze cirkel: niet alleen wakkert de manier waarop de mens land gebruikt klimaatverandering aan, die klimaatverandering heeft ook zelf invloed op de bodem.

Het panel doet verschillende aanbevelingen in het rapport. Zo dient landbouwgrond op een duurzamere manier gebruikt te worden en veengebieden moeten worden hersteld. Ook moeten vleesconsumptie en voedselverspilling (vaak meer dan een kwart) worden beperkt. Een grote verschuiving naar niet-dierlijke diëten kan leiden tot een significante afname van uitstootgassen.

Klimaatakkoord van Parijs

In het klimaatakkoord van Parijs (2015) werd afgesproken de opwarming van de aarde zo ver mogelijk onder de 2 graden Celsius te houden, liefst onder de 1,5 graad. Vorig jaar publiceerde het IPCC zijn brede vijfjaarlijkse studie met als de conclusie dat de opwarming van de aarde nog wel tot 1,5 graden Celsius beperkt kan worden. Maar dan zijn er wel „op ongekende schaal” veranderingen nodig. De conclusies van het special report over klimaatverandering en landgebruik zijn eerder deze week door alle, bijna 200, landen van de VN aangenomen.

Hoewel Nederland de tweede voedselexporteur van de wereld is, speelt landbouw in het recent tot stand gekomen Klimaatakkoord een bescheiden rol. Dat akkoord moet in 2030 leiden tot een halvering van de uitstoot van broeikasgassen met een hoofdrol voor de industrie, elektriciteitsproductie en het verkeer.

„We zullen steeds moeten blijven kijken of we ons beleid dienen bij te stellen”, zegt Ed Nijpels, regisseur van het Klimaatakkoord, donderdag in een reactie. „Daarom regelt de pas aangenomen Klimaatwet ook dat het kabinet elke vijf jaar bekijkt of de koers moet worden aangepast.” Volgens Nijpels zet de Nederlandse landbouw met het Klimaatakkoord „wel degelijk een stap richting duurzame landbouw. Daarbij kun je je altijd afvragen of het snel genoeg gaat”.

Lees ook: ‘Ik blijf geloven dat de wereld te redden is’

Greenpeace stelt in een reactie dat „dit rapport van tientallen wetenschappers ons opnieuw met de neus op de feiten drukt”. Charlotte van der Tak, campagneleider bossen, benadrukt dat „de industriële landbouw in Nederland ecologisch moet worden. En we moeten onze bossen laten staan, die zijn zo cruciaal voor de CO2-opname.”

Landbouworganisatie LTO wijst er op dat de Nederlandse landbouw voorop loopt in innovatie, ook op het gebied van duurzaamheid. „Wij kennen het rapport nog niet in al zijn details, maar de landbouw is al jaren bezig met het klimaatvraagstuk. Zo ligt de carbon footprint [de klimaatschade] van een kilo melk in Nederland op de helft van het mondiale gemiddelde ”, zegt een woordvoerder.