Recensie

Recensie Muziek

Vermaard Brodsky Kwartet moet wennen aan eerste violist

Klassiek Het Britse Brodsky Kwartet wisselde afgelopen mei van eerste violist. Gina McCormack mist nog een klik met de andere leden.

Brodsky Kwartet.
Brodsky Kwartet. Foto Duncan Matthews

Woensdagavond speelde het Britse Brodsky Kwartet in het Concertgebouw een programma vol muziek geschreven door verdrietige componisten: Beethoven werd rond het componeren van zijn strijkkwartet ‘Serioso’ afgewezen door zijn geliefde Therese, Schuberts onvoltooide ‘Quartettsatz’ ontstond toen zijn geliefde (ook een Therese!) trouwde met een ander, Puccini rouwde om de dood van hertog Amedeo di Savoia toen hij ‘Crisantemi’ in één nacht op papier zette en Mendelssohns laatste kwartet werd een requiem voor zijn zus Fanny.

Bittere ernst dus. Een programma dat strakke teugels vraagt om het geheel op het smalle paadje tussen melodramatisch en onterecht stoïcijns te houden. Normaal gesproken kun je dat aan het Brodsky Kwartet overlaten, maar deze keer viel tegen. Dat had veel te maken met de nieuwe eerste violiste Gina McCormack.

Het Brodsky Kwartet heeft sinds zijn ontstaan in 1972 twee onveranderde leden; tweede violist Ian Belton en celliste Jacqueline Thomas. Altviolist Paul Cassidy speelt sinds 1992 mee, Gina McCormack pas sinds dit jaar mei. McCormack is zeker geen slechte violist, maar drie maanden waren te kort om de juiste klik met de andere leden van het kwartet te vinden. Ze stoorden elkaar in het resultaat.

De ‘Chaconne in g’ van Purcell klonk kleurloos en hoekig. McCormack, die genoeg ervaring heeft in strijkkwartetten, deed haar best een plaats in te nemen; in het resultaat overvleugelde ze de anderen, die makkelijk afzakten.

Brodsky Kwartet in oude bezetting

Karen Tanaka’s At the Grave of Beethoven, een reflectie op Beethovens vroegste strijkkwartet (grappig genoeg geprogrammeerd vóór Beethoven zelf), was beter. De drie oudere leden namen hun plek duidelijker in, waarschijnlijk omdat ze het al twintig jaar spelen. In Beethoven zelf pakte McCormacks fermheid eventjes goed uit, in zoverre dat ze de rest wist mee te krijgen – tot het op een test ging lijken: hoever wilden de andere leden meegaan?

Op den duur werd het getouwtrek hier en daar zelfs slordig. De eindjes van muzikale zinnen kort houden kan mooi zijn, maar niet als ze het in de drift afleggen tegen het begin van de volgende zin. Van het Brodsky Kwartet verwacht je meer articulatie, meer kleur.

Afsluiter Mendelssohn maakte gelukkig wat goed. Op af en toe een verrassende uitglijder na, was dit krachtig spel. Dat was ook te zien. Voor het eerst lachten de leden elkaar na enkele mooi afgeronde passages toe. Het is hopelijk slechts een kwestie van tijd voor het Brodsky Kwartet weer een mooi geheel vormt.