SBM Offshore is weer helemaal terug

Olieplatformen Na een aantal rampjaren zijn de resultaten van de olieplatformbouwer weer goed. Het bedrijf mag zelfs voor Petrobras bouwen.

Een drijvend olieplatform, een zogeheten FPSO, van SBM Offshore onderweg naar Brazilië. Het bedrijf lijkt hersteld van de afgelopen beroerde jaren.
Een drijvend olieplatform, een zogeheten FPSO, van SBM Offshore onderweg naar Brazilië. Het bedrijf lijkt hersteld van de afgelopen beroerde jaren. Foto SBM Offshore

„We zijn weer wereldwijd actief op de markt.” De topman van SBM Offshore, Bruno Chabas, benadrukt het donderdag bij de presentatie van de halfjaarcijfers meermaals met trots. Wereldwijd – dus ook in Brazilië. Het belangrijkste nieuws van de bouwer van drijvende olieplatformen (zogeheten FPSO’s) zat ‘m daarmee nu eens niet eens in de resultaten. De aankondiging kwam enkele weken geleden al: SBM sloot een intentie-overeenkomst met het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobras en doet dus weer mee op deze voor haar zo belangrijkste afzetmarkt.

Jarenlang zat SBM in het Zuid-Amerikaanse land op het strafbankje vanwege haar betrokkenheid bij een omkoopschandaal. Het bedrijf mocht daardoor niet meedingen naar opdrachten in het land dat in sommige jaren goed was voor wel 50 procent van de omzet. Met het betalen van honderden miljoenen dollars aan boetes en schikkingen in onder meer de VS en Nederland kijkt SBM dit jaar eindelijk weer vooruit.

Ook een kleine juridische kink in de kabel rond de afhandeling van de corruptiezaak verandert daar weinig aan, bezweert SBM. Het bedrijf heeft een corruptieschikking getroffen met het Braziliaanse OM, maar die wees een rechter vooralsnog af vanwege verschil van inzicht over de betaling van 50 miljoen dollar (44,6 miljoen euro). Een „formaliteit die snel zal zijn afgerond” noemde bestuurslid Erik Lagendijk het donderdag.

In de tussentijd mag SBM wel weer meedingen naar Petrobras-projecten. Met de Mero-2 haalde het onlangs een opdracht binnen voor het ontwerpen van een drijvend olieplatform. Dat moet zo’n 180 kilometer voor de Braziliaanse kust worden ingezet.

Lees ook: Klokkenluider bij SBM wil zijn naam zuiveren

Verwachtingen bijgesteld

De nieuwe opdracht in Brazilië vormde ook de symbolische afsluiting van een periode waarin SBM niet alléén last had van het Petrobras-schandaal. Ook de lage olieprijs en problemen met een Noors project zorgden voor een reeks magere jaren binnen de kwakkelende offshoresector.

Het gevolg hiervan was dat de beurskoers van het bedrijf daalde van 29 euro in 2007 naar minder dan 8 euro op het dieptepunt in november 2012. Daar kwam de corruptiezaak nog overheen. Door die lage koers belandde SBM steevast op lijstjes van ondergewaardeerde aandelen. Dit jaar maakt SBM die belofte eindelijk waar, met een koersstijging van ruim 31 procent sinds 1 januari.

Dat optimisme kwam donderdag ook terug in de cijfers. Zo steeg de directionele omzet in het eerste halfjaar van 2019 met 19 procent naar 965 miljoen dollar (862 miljoen euro). Het onderliggende directionele bedrijfsresultaat lag met 399 miljoen dollar 4 procent lager dan vorig jaar. Het bedrijf wijt dat aan incidentele verkoopopbrengsten in de eerste zes maanden van 2018.

SBM hanteert met haar directionele boekhoudsysteem een afwijkende manier van verslaglegging. Het bedrijf wil zo de gespreide inkomsten uit de olie-industrie beter in de boeken weergeven. Een belangrijker graadmeter is daarom de waarde van binnengekomen orders. SBM wist dit jaar voor ruim 6 miljard dollar aan opdrachten binnen te halen, waardoor er nu voor 20 miljard dollar aan orders in de boeken staat.

Het bedrijf verhoogde daarom de omzetverwachting voor het hele jaar van 2 miljard dollar naar „meer dan 2 miljard”.

Zelf ontwerpen

Een belangrijke aanjager van de positieve resultaten is het zogeheten Fast4Ward-programma. Bouwde SBM voorheen oude olietankers om tot olieplatforms, nu ontwerpt het die platforms zelf. Vanaf de tekentafel kan er meer gestandaardiseerd worden en dat leidt tot lagere kosten.

Het stelt SBM bovendien in staat meer FPSO’s tegelijkertijd te bouwen en dus ook meer opdrachten binnen te halen. Momenteel werkt SBM aan 2 FPSO’s waarvan er één, de Liza Destiny, al richting Guyana vaart.

In een toelichting op de jaarcijfers liet topman Chabas weten via het Fast4Ward-programma twee olieplatformen per jaar te kunnen bouwen. Aangezien het bouwen van één FPSO drie jaar kost, zou dat betekenen dat er nog ruimte is voor uitbreiding en meer groei, de komende jaren. „Voor de komende tijd hebben we negen projecten aangewezen die interessant voor ons zijn”, zei Chabas daarover. Aan welke aanbestedingen SBM meedoet, wil het bedrijf komende tijd bekijken.

„Met Fast4Ward heeft SBM echt een killerapplicatie waar het de komende vijf tot tien jaar veel profijt van gaat hebben”, zegt ABN Amro-analist Thijs Berkelder. „Door de slechte marktomstandigheden zijn de laatste jaren een aantal concurrenten weggevallen. En SBM heeft – anders dan andere bedrijven – deze tijd gebruikt om te innoveren.”

Daardoor is de onderneming beter bestand tegen een nieuwe dip in de olieprijzen. Berkelder: „Er zijn projecten waarbij bedrijven een prijs per vat ruwe olie van minimaal 50 dollar nodig hebben om uit de kosten te komen. Met de bouw van de FPSO voor Guyana en die voor Brazilië heeft SMB projecten in handen waarvoor de prijs nog maar 30 dollar per vat hoeft te zijn. Het bedrijf is dus minder vatbaar voor een daling van de olieprijs.”

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel werd gesproken van een directionele brutowinst van 965 miljoen dollar. Dit moet directionele omzet zijn en is hierboven aangepast.