Open Arms smeekt om een haven

Bootmigranten De Spaanse hulporganisatie heeft 121 migranten aan boord. Maar dit keer houdt premier Sánchez de Spaanse havens dicht.

Reddingswerkers van Open Arms maken contact met een boot met veertig migranten vanaf hun reddingsschip.
Reddingswerkers van Open Arms maken contact met een boot met veertig migranten vanaf hun reddingsschip. Foto’s Olmo Calvo/AP, Jorge Guerrero/AFP

Na een vergeefse zoektocht van meer dan een week naar een haven waar de Spaanse hulporganisatie Open Arms zijn 121 van zee opgepikte migranten aan land kan brengen, heeft directeur Óscar Camps hulp gevraagd aan de regeringen van Duitsland, Frankrijk en Spanje om tot een oplossing te komen.

Daarmee zet de Spaanse NGO druk op de Europese Unie om structurele afspraken te maken over de verdeling van migranten. Tot dusver wordt er van geval tot geval bekeken wie zich ontfermt over personen die in zee zijn gered door hulporganisaties. Dat kan soms weken in beslag nemen.

De reddingsboot van Open Arms pikte afgelopen week voor de kust van Libië verschillende groepen drenkelingen op uit de zee. In totaal zijn er nu 121 mensen aan boord, onder wie 32 minderjarigen. Van die kinderen zijn er 27 zonder ouders of begeleiding.

Eerdere pogingen om de migranten naar havens in Italië of Malta te brengen, zijn mislukt. De regeringen van beide landen hebben hun migratiepolitiek sinds juni vorig jaar drastisch gewijzigd.

Lange discusssie

In Italië is na lange discussie maandag een wetsvoorstel aangenomen waarin op het illegaal aan land brengen van mensen boetes worden gezet tot maximaal één miljoen euro. De minister van Binnenlandse Zaken kan besluiten dat de komst van bootmigranten een veiligheidsrisico is en op die grond buitenlandse hulporganisaties de toegang tot de territoriale wateren ontzeggen. En minister Salvini van Binnenlandse Zaken wil zich met alle mogelijke middelen verzetten tegen de komst van nieuwe bootmigranten.

Het schip van Open Arms bevond zich woensdag ruim 54 kilometer van het Italiaanse eiland Lampedusa, halverwege Italië en Libië. Contacten met Malta en Italië hadden aan het einde van de dag niets opgeleverd.

De situatie van het schip van Open Arms doet denken aan de problemen die reddingsboot Aquarius ruim een jaar geleden kende, toen 630 migranten weken op zee verbleven in afwachting van een land dat hun opvang wilde bieden.

Bekijk ook onze fotoserie van vorig jaar: Zo brengen migranten dagen op reddingsschip ‘Open Arms’ door

Destijds bood de Spaanse regering van Pedro Sánchez de helpende hand en werd de groep uiteindelijk onder grote media-aandacht verwelkomd in de haven van Valencia. De socialistische regering stelde destijds meteen dat het om een eenmalige oplossing ging.

De Franse president Emmanuel Macron en de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas hebben afgelopen weken gezegd dat er een plan in de maak is om een vaste verdeling op te stellen van bootmigranten over meerdere lidstaten – waarbij alleen landen die dat willen mee zouden doen. Directeur Camps van Open Arms hoopt met zijn verzoek dat de twee landen haast maken met het zoeken naar een oplossing in Europees verband.

De Spaanse regering heeft al laten weten dat het Zuid-Europese land dit keer geen oplossing zal bieden. De Spanjaarden hebben de in oktober 2015 opgerichte NGO al eerder dit jaar erop gewezen dat het hun taak niet was drenkelingen voor de kust van Libië uit de zee te halen en dreigen eveneens met boetes. Spanje vindt dat Italië en Malta de eerste aangewezen landen zijn om een veilige haven te bieden.

Spanje kampt zelf met een groeiend migratieprobleem. Vorig jaar bereikte een recordaantal van 60.000 migranten vanuit Noord-Afrika over water de Spaanse kusten.

Volgens cijfers van Human Rights Watch hebben in 2019 tot dusver 17.000 migranten illegaal deze oversteek gemaakt. In Italië zijn in dezelfde periode bijna 4.000 bootmigranten aangekomen.