Onderzoekers vinden geen verklaring voor mysterieuze zwijnensterfte

Zwijnensterfte Sinds eind januari zijn er 83 dode zwijnen op de Veluwe gevonden, veel meer dan normaal. „Het is een raadsel, de dieren waren gezond.”

Een zwijn op de Veluwe (niet een van de overleden dieren). Foto Koen Suyk / ANP
Een zwijn op de Veluwe (niet een van de overleden dieren). Foto Koen Suyk / ANP

Onderzoekers staan voor een raadsel. Waarom sterven er dit jaar zo veel wilde zwijnen op de Veluwe? „We komen er misschien nooit achter. Dat is frustrerend, maar je moet ook realistisch blijven”, zegt een woordvoerder van Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) het nationaal wildziektencentrum verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Sinds eind januari zijn 83 zwijnen op de Veluwe dood gevonden. Gebruikelijk is twintig tot dertig. Het nieuwe aantal is op zichzelf niet alarmerend hoog: het is nog geen 2 procent van het aantal dieren, vierduizend, dat na deze zomer wordt afgeschoten om volgend voorjaar op het afgesproken aantal van vijftienhonderd zwijnen uit te komen. „Dus je zou kunnen zeggen: waar hebben we het over”, zegt Erik Koffeman, secretaris van de faunabeheereenheid Gelderland, de organisatie waarin alle jachthouders, provincie en gemeenten samenwerken. „We maken ons dus geen zorgen, maar we zijn wel erg nieuwsgierig.”

Bekijk ook deze fotoserie uit 2018 over zwijnenjacht op de Veluwe

Niets aangetroffen

De gestorven zwijnen lagen op een pad of midden op de hei; „alsof ze lagen te slapen”, zegt woordvoerder Margriet Montizaan van DWHC; anders dan gebruikelijk bij verzwakte dieren hadden ze zich niet in de bossen teruggetrokken. In Utrecht zijn zes kadavers pathologisch onderzocht en ook daarbij kwamen geen ziektes aan het licht. De dieren leden volgens onderzoek bijvoorbeeld niet aan de ziekte van Aujeszky, veroorzaakt door een herpesvirus, noch aan klassieke varkenspest of Afrikaanse varkenspest – de nachtmerrie van iedere varkenshouder. Slechts één zwijn bleek een bacteriële longontsteking te hebben, zegt Montizaan. „En dat is niet ongewoon, dat kan wel eens gebeuren.”

In Nederland worden reguliere steekproeven gehouden met het bloed van geschoten zwijnen. Door de dreiging van Afrikaanse varkenspest werd nu óók het bloed onderzocht van niet-geschoten zwijnen.

Beide typen onderzoek worden verricht door Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad (WBVR). „Wij hebben niets aangetroffen”, zegt Willie Loeffen, hoofd van het nationaal referentielaboratorium in Lelystad. Hij noemt de sterfte „een beetje vreemd” en twijfelt licht of er daadwerkelijk sprake is van toegenomen sterfte. „Het vinden van dode dieren zou ook te maken hebben met een verhoogde oplettendheid, in verband met de vrees voor de Afrikaanse varkenspest.”

Voedsel in overvloed

De jachthouders binnen de faunabeheereenheid snappen er niets van. Erik Koffeman: „Het is een raadsel. De dieren waren gezond. Ze hadden voldoende vet.” Voedsel was er de afgelopen maanden in overvloed, net als in de afgelopen vijf jaar. „In sommige jaren zijn de eikels en beukennootjes in december al op. Nu lagen ze er nog in juli.” Ook hitte en droogte lijken de dieren geen parten te spelen. „We waren er vorig jaar, tijdens de droge en warme zomer, op voorbereid dat er veel varkens zouden sterven. Maar dat bleken er uiteindelijk niet meer dan dertig te zijn.”

Veel theorieën zijn de revue gepasseerd, vertelt Koffeman. „We hebben gedacht dat het iets te maken kon hebben met de komst van de wolf op de Veluwe. Maar de zwijnen zijn gevonden ver buiten het gebied van de wolf. Ook is geopperd dat het te maken kon hebben met de eikenprocessierups. Maar er was al sterfte lang voor die rups er was.” Waarnemingen dat de dieren hebben „gewaggeld” en daarna zijn gestorven, nemen de jagers eveneens serieus. „Misschien heeft het iets te maken met het evenwichtsorgaan.” Voor dat laatste zijn volgens de onderzoekers in Utrecht „geen aanwijzingen”.