Na negen vette jaren gaat de Duitse economie een zware tijd tegemoet

Economische malaise Duitsland Het ene na het andere Duitse bedrijf – waaronder het grote ThyssenKrupp – komt met beroerde cijfers en slecht nieuws voor de toekomst. De vraag is of dat toeval is of het gevolg van structurele fouten door industrie en overheid. Is er bijvoorbeeld wel genoeg geïnvesteerd?

Bezoekers van de Baumabeurs in München kijken naar een demonstratie van een elektrische graafmachine van Liebherr.
Bezoekers van de Baumabeurs in München kijken naar een demonstratie van een elektrische graafmachine van Liebherr. Foto Michaela Rehle/Reuters

Na negen vette jaren stapelen de aanwijzingen zich op dat de Duitse economie een zware tijd tegemoet gaat. En dat in een periode van grote internationale spanningen. Terwijl ondertussen het tijdperk-Merkel op zijn eind loopt, en onduidelijk is wat er daarna komt.

„De goede tijden voor de Duitse exportindustrie zijn voorlopig voorbij”, meldde het Ifo-instituut voor economisch onderzoek donderdag. Ook meldt het ene na het andere bedrijf resultaten die tegenvallen.

De stemming onder ondernemers wordt somberder, zo leert een peiling die Ifo maandelijks uitvoert bij 9.000 bedrijven in de industrie, dienstverlening, bouw en handel. Het IMF heeft in juli de groeiverwachting voor Duitsland voor 2019 bijgesteld naar een povere 0,7 procent.

De keerzijde van Duitslands afhankelijkheid van de export wordt steeds duidelijker

De afgelopen jaren dankte Duitsland zijn aanhoudende economische groei voor een belangrijk deel aan zijn sterke export. Het land noemt zichzelf graag Exportweltmeister, wereldkampioen uitvoer. Maar de keerzijde van die afhankelijkheid van de export wordt steeds duidelijker, met de importheffingen die president Trump heeft ingesteld (en de dreiging van nog meer heffingen), de naderende Brexit, de terugvallende vraag naar Duitse auto’s op de belangrijke Chinese markt en de wereldeconomie die haar vaart verliest.

Lees ook: De beer van de recessie snuffelt vast wat rond

Teruglopende vraag

De afgelopen weken kwamen onder meer Deutsche Bank, Daimler en de chemieconcerns Covestro en BASF met slechte cijfers. De sector machinebouw, die met een miljoen werknemers geldt als een Duitse banenmotor, maakte bekend dat het in het eerste half jaar 9 procent minder orders binnenkreeg dan in dezelfde periode vorig jaar.

Deze donderdag was staalconcern ThyssenKrupp aan de beurt met slecht nieuws. De multinational uit Essen, die wereldwijd zo’n 160.000 werknemers heeft, heeft last van de teruglopende vraag uit de auto-industrie en stijgende grondstofprijzen. Voor het hele boekjaar, dat tot eind september loopt, schroefde het concern de winstverwachting terug van de verwachte 1,1 miljard euro naar 800 miljoen.

ThyssenKrupp, een van de grote industriële concerns van Duitsland, wil om te beginnen 6.000 banen schrappen, waarvan 4.000 in Duitsland. De bedrijfstak die liften en roltrappen maakt, de enige stabiele winstmaker van ThyssenKrupp, zal deels naar de beurs worden gebracht. Na de mislukte staalfusie met het Indiase Tata, die stuk liep op bezwaren van de Europese Commissie, wil de top het concern grondig reorganiseren.

De vraag is of de Duitse industrie zich voldoende op mindere tijden heeft voorbereid

De auto-industrie, één van de pijlers van de Duitse economie, kampt ook met enorme problemen. En dat treft andere sectoren. Van de staalindustrie tot de chemie tot aan toeleveranciers lopen de orders van autobedrijven terug. Voor toeleveranciers in de buurlanden Nederland, Polen, Tsjechië en Hongarije dreigt datzelfde gevaar.

De autobouwers hebben het dieselschandaal na vier jaar nog steeds niet achter zich gelaten, waardoor ze nog in rechtszaken verstrikt zijn en rekening moeten houden met aanklachten tegen bestuurders en nog meer grote boetes. Daarnaast moeten ze na meer dan honderd jaar werken met de vertrouwde verbrandingsmotor overschakelen op elektrisch aangedreven auto’s.

Lees ook: Duitse industrie dieper in de problemen, recessie dreigt

Dat vergt enorme investeringen, een andere productiewijze, en een keus maken tussen afhankelijk zijn van acculeveranciers in het verre Oosten of eigen accufabrieken bouwen in Europa. De financiële risico’s van deze transformatie zijn groot. Bijvoorbeeld omdat de infrastructuur voor laadpalen in Duitsland nog in de kinderschoenen staat en onduidelijk is hoe snel de consument bereid is om op elektrisch rijden over te stappen.

Weinig tegenspel

De afgelopen jaren leek het grootste probleem in de Duitse economie het gebrek aan vakkrachten. Dat tekort is er in veel sectoren nog steeds. Maar bedrijven beginnen zich er op in te stellen dat ze hun personeelsbestand moeten inkrimpen als de orders teruglopen.

De vraag dringt zich op of de Duitse industrie zich in de jaren van voorspoed wel voldoende op mindere tijden heeft voorbereid. Hebben bedrijven bijvoorbeeld wel genoeg geïnvesteerd in innovatie? Had de auto-industrie, die zich rijk rekende met de grote winsten die jaar-in-jaar-uit werden geboekt, niet veel eerder de alternatieven voor de benzine- en dieselmotor serieus moeten nemen?

Ook de rol van de overheid is daarbij in het geding. Net als haar voorgangers is bondskanselier Merkel doordrongen van het grote belang van de auto-industrie voor Duitsland, de economie en de werkgelegenheid.

Zij heeft de auto-industrie alle ruimte gegeven en maar weinig tegenspel geboden – ook niet na de eerst aanwijzingen dat er sjoemelsoftware in dieselauto’s werd gebruikt. Vermoedelijk heeft ze met die fluwelen handschoenen de bedrijven noch het land een dienst bewezen.

Gammele infrastructuur

De rol van de overheid in het economisch leven staat op nog een manier ter discussie. In Duitsland en daarbuiten wordt al jaren geklaagd dat de fixatie van de regering op een evenwichtige begroting, en de weerzin tegen schulden ten koste is gegaan van noodzakelijke investeringen. Zo laat de fysieke infrastructuur van wegen, bruggen en spoorwegen zwaar te wensen over. De aanleg van hoogspanningsleidingen, bedoeld om de stroom van windmolens in het noorden te kunnen transporteren naar de industrie in het zuiden, verloopt tergend langzaam.

Ook de digitale infrastructuur loopt, ondanks de vele mooie ambities, jaren achter bij die in de meeste andere Europese landen.

Strenge bureaucratie

Dan de elektriciteitsprijzen: die zijn hoog en de transitie naar duurzame energie verloopt moeizaam. Daar komt nog bij dat de complexe, strenge bureaucratie in Duitsland niet uitnodigend is voor bedrijvigheid.

Begin dit jaar gaf minister van Economische Zaken Peter Altmaier een eerste aanzet voor een actieve industriepolitiek. Maar die leek vooral gericht op bescherming van Duitse en Europese bedrijven tegen overname door concurrenten uit China en de VS.

De somberheid betreft overigens niet alle sectoren: de bouw- en vastgoedsector beleven nog steeds gouden tijden. Maar als de economische tegenwind voelbaarder wordt voor consumenten, kunnen ook die sectoren het moeilijk krijgen.