‘In Suriname noemden ze me een Dolle Mina’

Op de plaats van de rubriek Jong! deze zomer elke week de rubriek Oud! waarin ouderen vertellen over zichzelf, hun liefdes en de lessen van het leven. Deze week: Rita Raghoebarsing (73).

Foto Khalid Amakran

Negen dochters

„Op mijn vader werd in het dorp neergekeken. Hij had een gezin van tien, met negen dochters. Waar ik vandaan kom, worden jongens voorgetrokken. Zonen zijn koningen. Mijn vaders levensinstelling was positief. Wij meisjes waren zijn zonen en hij zei: studeer, alleen kennis zal je verder brengen. We woonden in het district Saramacca, op plantage La Prevoiyance. Dat is Frans. Dat wordt wel eens vergeten, dat half Europa aan de gang is geweest om Suriname in bezit te krijgen. In ons dorp was geen straat en geen verkeer. De rivier was veertig meter van mijn huis. Ik was vijf en schommelde als een moedertje mijn zusje. De apen in de bomen keken toe, ik hoorde de taal en zang van de vogels. Die natuur van vroeger draag ik nog in me.”

Onze Vader

„Ik was het eerste meisje uit ons district dat naar Paramaribo mocht om door te leren. Het onderwijs werd verzorgd door Nederlanders. Wie naar school wilde, moest Nederlands spreken en christelijk worden. Op de Ulo bij de nonnen had ik een tien voor catechisatie, zo vroom vouwde ik mijn handen en zo vurig bad ik het Onze Vader. Voor mijn vader, een vrome hindoe, was dat geen bezwaar. Er is één schepper. Het is de mens die de diversiteit in het geloof heeft gebracht.”

84 kinderen

„Mijn oudste zuster was op haar veertiende al uitgehuwelijkt, ik wist dat ik er ooit ook aan moest geloven. Maar ik had een betaalde baan als kleuterleidster, met 84 kinderen in de klas. Toen diende zich een trouwkandidaat aan. Hij was zoon van een brahmaan, zag er goed uit en had werk op een kantoor, dus ik ging akkoord. Mijn schoonfamilie had er geen bezwaar tegen dat ik bleef werken en doorstuderen.”

Dolle Mina

„In Suriname noemden ze me een Dolle Mina. Als getrouwde vrouw was je handelingsonbekwaam. Je mocht geen bankrekening hebben en ik kon geen kavel grond kopen zonder handtekening van mijn man. Daar verzette ik me tegen. Ik ging wekelijks mijn salaris contant ophalen bij de pater. Ik werd lid van de Verenigde Hindoestaanse Partij om te strijden voor vrouwenrechten.”

Zuivere energie

„In 1987 zijn we in Rotterdam komen wonen, ik heb tot mijn pensioen op zo’n beetje alle scholen in de stad gewerkt. Mijn oudste dochter is registeraccountant, de jongste econometrist en de twee jongens hebben ook goede banen. Ik ben een gelukkig mens. Dankbaar. ’s Ochtends sta ik om vier uur op, ik mediteer, dan neem ik lauw water met gember en daarna voeding. Ik ben zuinig op mijn zuivere energie. Ik geef aandacht en liefde aan de planten in mijn tuin, aan de ouderen in de Rotterdamse inloophuizen. Wie geeft, krijgt ook.”