Kim Wessels en Bart van der Hoog op hun bedrijf in Wyns. „ Ik ken geen geitenhouder die er niet alles aan doet om nog zo’n uitbraak van Q-koorts te voorkomen.”

Foto Niels Blekemolen

‘Ik wil naar bed kunnen zonder te denken: wat heb ik nu weer met de geiten uitgespookt‘

Interview geitenhouders Als de maatschappij kritisch is, moet je dat als boer ook zijn, vinden Kim Wessels en Bart van der Hoog. „Het wordt hier echt geen geitenfabriek.”

Toen Kim Wessels en Bart van der Hoog in augustus 2017 met de makelaar naar de boerderij gingen kijken, richtte die zich bij het woonhuis tot haar en bij de stal tot hem. Man: bedrijf. Vrouw: huishouden. „Maar dat hele huis interesseerde me geen zak”, zegt Kim. „Ik wilde de stal zien, of er asbest zat, of de geiten er goed uitzagen.”

Kort erna, toen ze met drie banken in gesprek waren, sprak de financier met de gunstigste voorwaarden alleen maar tegen Bart. „Daar zijn we dus niet mee in zee gegaan”, zegt hij. „Want hij passeerde Kim.” Zij: „Ik ben ondernemer. Ik ben de vrouw van Bart, maar hij is ook mijn man.”

Het is de week voordat Maarten van der Weijden zo ongeveer langs de achtertuin zwemt. Door het grote keukenraam zie je de Dokkumer Ee, vlakbij Bartlehiem. De boerderij die Kim en Bart kochten, staat op de plek waar eeuwen geleden een nonnenklooster stond, Kleaster Bethlehem. Nu zie je vanaf de oprijlaan de jonge geiten staan, achter de stal ligt het woonhuis.

Kim (34) vertelt hun verhaal. Bart (30) haakt af en toe in en loopt rond met Bodil, een wakkere baby van vier maanden. Warme broodjes en thee op tafel.

Ze vertellen dat ze elkaar op de hogere landbouwschool in Dronten leerden kennen. Dat ze maatjes zijn maar ook goed kunnen samenwerken. En al snel wisten dat ze samen een bedrijf wilden runnen.

Boer word je niet, boer ben je van huis uit, wil het cliché. Dat gold niet voor Kim – haar grootvader had weliswaar een akkerbouwbedrijf, maar haar ouders waren geen boer. Na de landbouwschool werkte ze in de paardenfokkerij. Bart is opgegroeid tussen de koeien in het Gelderse Enspijk, werkte als agrarisch adviseur, maar met nog jonge ouders was er voorlopig geen zicht op overname van het melkveebedrijf. „En ik wilde wel voor mijn dertigste boer zijn.”

Daarmee lag alles open. In Denemarken is een goed startersklimaat voor boeren, ze hadden nog even een oogje op een bedrijf in Frankrijk, en ze waren vrij ver in het proces om met een compagnon te gaan werken. Bij dat alles telkens in het achterhoofd: wat is haalbaar? Een melkveebedrijf, met hoge kosten voor grond en fosfaatrechten, is voor starters onbereikbaar. Nieuwbouw is riskant. Je steekt zo twintig-, dertigduizend euro in vergunningsaanvragen, en dan kan het alsnog afketsen.

Langzaam kwam de geitenhouderij in beeld. Ze gingen her en der kijken, bezochten studiegroepen, lazen vakliteratuur. Kim: „En met Oud en Nieuw kochten we een staatslot.”

Op een doordeweekse dag in augustus, twee jaar geleden, kreeg Kim een appje van Bart. „Funda Business had de site veranderd. En zo kwam deze boerderij in Wyns ineens bovendrijven.” De stal was oud, maar de veestapel, met 450 melkgeiten, zag er goed uit. „En omdat er weinig grond bij zat, 3,5 hectare, was het betaalbaar.” Wat is betaalbaar? Bart: „Minder dan een miljoen.” Met 15 procent eigen geld, een familielening, kon het net.

Tien dagen voor de overdracht, op een maandag in december, zijn ze getrouwd. „In spijkerbroek”, zegt Kim: „En daarna hebben we met z’n tweeën bij de Hema een tompouce gegeten. Het hele huwelijk kostte 167 euro.” Hij: „Maar we hebben wél een leren trouwboekje gekocht.”

Ineens waren ze boer. Op 3 januari 2018 begonnen ze. „Op die dag werd meteen de eerste melk gehaald.” Een maand later, 19 februari, werden de eerste lammeren geboren.

Foto Niels Blekemolen

Friesland

Van koeien in de Betuwe naar geiten in Friesland. Helemaal naar Friesland, zeiden mensen, alsof ze naar Canada verhuisden. En waarom geiten? „Jullie gaan allemaal hartstikke dood”, was de impulsieve reactie van Kims grootvader. Van geiten word je ziek. Longontsteking, Q-koorts, waar begin je aan? „Zo simpel is het niet”, zegt Kim, „maar dat is het beeld van de geitenhouderij. Mensen weten niet dat we 7.000 euro per jaar aan Q-koorts-inentingen uitgeven. Ik ken geen geitenhouder die er niet alles aan doet om nog zo’n uitbraak te voorkomen. Het is voor iedereen verschrikkelijk.”

Als ze zich ergens zorgen over maken, is het het maatschappelijk sentiment tegenover de sector, de hele veehouderij. Het onbegrip, hoe boeren als dierenmishandelaars worden afgeschilderd. Bart: „Je moet er niet aan denken dat hier ineens activisten op het erf staan. Helemaal niet nu we een kleintje hebben.”

Ze hebben van de melkveehouderij geleerd dat je de kritiek serieus moet nemen. „Wat nu met koeien gebeurt, mest- en stikstofproblemen, dat kan ook op ons afkomen. Je moet dat proberen voor te blijven”, zegt Kim. „Als de maatschappij kritisch is, moet je dat zelf ook zijn. Dierenwelzijnsorganisaties als Wakker Dier houden ons scherp, je moet niet bedrijfsblind worden.”

Tot 14 augustus dit jaar geldt in Friesland een geitenstop. Uitbreiden mag tot die tijd niet. Voor Kim en Bart had dat nog geen gevolgen – hun vergunning bood al ruimte voor meer geiten. Kim: „We willen wel een grotere stal, zodat de dieren meer ruimte krijgen, maar het wordt echt geen geitenfabriek.”

Duurmelken

Op tafel staan gewone melk, kaas en casselerrib, terwijl ze toch biologisch boeren. Is dat krom? Niet als je biologisch als een marktsegment ziet, vinden ze. Met biologisch kun je je onderscheiden, maar met gangbaar is niets mis: „Zonder gangbaar zou biologisch geen bestaansrecht hebben.” Niet alleen de consument, ook de minister vraagt boeren een niche te zoeken om zo ‘meerwaarde’ te creëren. Een liter gangbare geitenmelk levert de boer 65 cent op, bio doet nu 87 cent.

Maar biologisch boeren was niet alleen een economische keuze. Ze voelen zich er prettig bij, het gaat goed samen met kringlooplandbouw en zorg voor een betere bodem: ze krijgen grasklaver van een bioboer uit de buurt en brengen mest naar een akkerbouwer in Oosterbierum. „Door de beperkingen die je hebt – minder krachtvoer, minder medicijnen – moet je het méér van je vakmanschap hebben”, zegt Bart.

„En de omgang met dieren spreekt ons aan”, zegt Kim. Ze doen bijvoorbeeld aan ‘duurmelken’ – waardoor de geit minder vaak hoeft te lammeren en er minder overbodige bokjes worden geboren.

Ja, uiteindelijk gaan ze naar de slacht, de bokjes al na een maand. „Maar ik wil elke avond naar bed kunnen zonder te denken: wat heb ik nu weer met ze uitgespookt.”

Barts ouders moesten op zijn minst even wennen aan het idee dat hun zoon het bedrijf niet zou overnemen en voor geiten koos. Hij geeft toe: geiten zijn geen makkelijke dieren. Koeien zijn rustig en volgzaam. „Geiten zijn veel slimmer en hebben nogal een sterk karakter.”

Foto Niels Blekemolen

Geen salaris

Zwaarder dan van koe naar geit was de overgang van een bedrijf waar alles heel efficiënt werkt naar een twintig jaar oude stal, waar alles arbeidsintensief is en elke dag iets kapot gaat – van een hek dat het begeeft tot kortsluiting in een tractor. Alleen al met melken zijn ze zes, zeven uur per dag bezig. Ze zijn sterker geworden, merken ze, in het begin waren ze elke avond totaal gesloopt.

Het eerste jaar was een tropenjaar. Vooral toen Kim net zwanger was en al moest overgeven als ze een geit róók. In die maanden zat Bart er ook weleens doorheen. Maar de geiten deden het boven verwachting goed, ze hebben een „mooi plusje” gehaald.

Als je vraagt: wat blijft er onder de streep aan inkomen over, blijft Kim het antwoord schuldig. Minder dan modaal, dat sowieso. „We hebben geen salaris. We nemen eens per maand geld op van de bedrijfsrekening voor boodschappen, duizend euro hooguit. Maar we hebben ook geen tijd om het uit te geven.”

De dag begint om half zes in de melkstal en eindigt om tien uur ’s avonds met een laatste ronde langs de geiten. Op zondag gaan ze soms even op pad, tussen het melken door. Vakantie? Nee, zegt Kim. „Ik denk dat ik gek zou worden. We willen het nu nog niet loslaten.” Boer, zegt ze, is geen beroep, dat bén je. Het gaat er altijd over, je kunt er wakker van liggen, je staat nooit uit. Alleen daarom al is het zo goed om het samen te doen.

De hele dag samen, van de ene dag op de andere, daar is niet elke relatie tegen bestand. Kim ziet vooral de voordelen: zij is technisch, hij weet alles van ‘grasbeheer’ en voer. Het knettert weleens – dan doen ze ieder hun werk aan een andere kant van de stal. Nu ze een kind hebben, is Kim vooral blij dat ze haar de hele dag bij zich hebben, in haar karretje tussen de geiten. „Ik heb zelfs een keer een geboorte bij een geit begeleid met Bodil in de draagzak.”

„Je leert elkaar op een nieuwe manier kennen. Nu zie ik hoe gedreven en enthousiast Bart is. Alles wat goed gaat deel je, maar alles wat kut gaat ook. Daar heb je samen last van.”

Tegenover de frustraties van de arbeidsintensieve stal, alles wat nog moet worden gerepareerd, vervangen of gemoderniseerd, staat de vrijheid om helemaal zelf te bepalen welke kant het op moet. Elke dag samen tien nieuwe plannen verzinnen. En de voldoening die ze krijgen van wat ze zelf opbouwen.

In de stal staat na anderhalf jaar al de derde lichting zelf gefokte geiten. En een splinternieuwe shovel van 30.000 euro, die voeren en strooien stukken lichter heeft gemaakt. Bart: „Die shovel, zo bijzonder is het misschien niet. Maar we konden ’m kopen omdat we zo ontzettend hard gewerkt hadden in dat eerste jaar. Het is je eigen verdiende geluk.”