Opinie

Het vrouwenlichaam blijft politiek speelveld

Clarice Gargard

‘Echte feministen horen niet tegen het boerkaverbod te zijn’. Althans, volgens voorstanders van het verbod dat nikabs in de openbare ruimte verbiedt. Toch vertelt deze feminist graag waarom ze faliekant tegen het beperken van de vrijheid van welke vrouw dan ook is, zelfs wanneer het voor hun ‘eigen bestwil’ is.

Vrouwen die een nikab dragen mogen dat in overheidsgebouwen, het openbaar vervoer, de zorg en het onderwijs nu niet meer doen. Zij worden door het (gedeeltelijke) boerkaverbod gedwongen zich van hun religieuze klederdracht te ontdoen. Het is dat of een boete betalen. Maar wat heerlijk hè, dat ze eindelijk vrij kunnen zijn.

Ik moet zeggen dat ik een aversie heb voor goddelijke geboden die vrouwen voorschrijven wat ze met hun lichaam moeten en mogen doen. Het liefst zie ik vrouwen poedelnaakt paraderen om het patriarchaat te bestrijden. Maar dat is helaas niet de wens van elke vrouw. We zijn immers net mensen.

Afgelopen week werd er veel over nikabdragers gediscussieerd, zelden met hen. In OneWorld kwamen er gelukkig twee zelf aan het woord. Angela en Safia vertelden dat ze ervoor kiezen hun lichaam van top tot teen te bedekken, ondanks kritiek die zij ontvangen vanuit de eigen omgeving.

„Wij voelen ons juist vrij en kiezen vanuit die vrijheid voor een nikab. De emancipatie van de vrouw waar altijd naar verwezen wordt en de strijd die daarvoor gevoerd is, is niet de emancipatie waar ik voor kies”, aldus Angela.

Het is pijnlijk om te lezen dat een vrouw de emancipatie verwerpt waar andere vrouwen zo hard voor vechten. Toch betekent vrijheid ook dat een ander ruimte heeft om keuzes te maken – mits diegene autonoom genoeg is – waar ik het mogelijk niet mee eens ben. Kortom, mijn feminisme gaat niet om wat ik wil voor elke vrouw, maar om het faciliteren van wat elke vrouw wil voor zichzelf.

Een van mijn favoriete schrijvers, de Amerikaans-Grenadiaanse Audre Lorde, waarschuwde eens dat wij, vrouwen, ervoor moeten waken zo geoccupeerd te zijn met onze eigen onderdrukking, dat we niet zien hoe we mogelijk zelf bijdragen aan de onderdrukking van anderen. Het boerkaverbod steunen is daar voor mij, als feminist, een voorbeeld van, omdat je een andere vrouw impliciet jouw eigen norm oplegt.

Dit wil overigens niet zeggen dat elke vrouw in een nikab ervoor kiest die te dragen. Maar wel dat we het misschien eerst moeten vragen, voordat we hen dwingen die uit te trekken. Zo begrijp ik bijvoorbeeld niet hoe mogelijke slachtoffers van onderdrukking baat hebben bij een gedeeltelijk verbod, waarbij zij – en niet hun onderdrukkers – beboet worden.

Volgens de Indiase schrijver en Man Booker Prize-winnaar Arundhati Roy is het boerkaverbod typisch westers cultuurimperialisme (het aan anderen opdringen van de westerse cultuur), en wordt het feminisme misbruikt om dat te verdedigen. Zij noemt het binnenvallen van Afghanistan door de Verenigde Staten in 2001 als voorbeeld. Toentertijd werd gesteld dat de inval geoorloofd was om onder andere vrouwen die onderdrukt werden te bevrijden. Daarover zegt Roy: „Afghan women were (and are) in terrible trouble under the Taliban. But dropping daisy-cutters on them was not going to solve their problems.”

Is het überhaupt echte vrijheid wanneer je enkel vrij mag zijn op de manier waarop de regels van anderen dat voorschrijven? Dat is mijns inziens inderdaad imperialisme in een gloednieuw, goedbedoeld jasje.

Het vrouwelijk lichaam blijft immer een politiek speelveld. De enige reden waarom er consternatie is over het bezwaar van sommige feministen tegen het boerkaverbod, is omdat we eindelijk besloten hebben dat spel niet meer mee te spelen.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.