Opinie

Eten we nou alweer kweekvlees?

De toekomst van ons voedsel is niet alleen een technologisch vraagstuk, schrijft . Multinationals verdienen er nu al aan, terwijl ook consumenten kunnen bijdragen aan het menu van morgen.
Foto iStock

Na eerdere tentoonstellingen over de toekomst van ons voedsel in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden en in Cube Design Museum in Kerkrade is nu in De Studio bij technologiemuseum Nemo de tentoonstelling ‘Voedsel van morgen’ te zien. Deze is ingericht in samenwerking met Next Nature Network van Koen van Mensvoort, vooral bekend als voorvechter van allerlei laboratoriumgedreven voedselinnovaties zoals kweekvlees.

Kweekvlees kan de veestapel en het beslag van veevoer op 70 procent van de landbouwgronden drastisch verminderen, beloven de inrichters. We krijgen grotendeels nog niet verkrijgbare hightech producten uitgestald, vaak variaties op het beperkte thema ‘kweek van cellen in petrischaaltjes’. Zo wordt kweekvlees in allerlei simpele varianten tentoongesteld: in een reep gehakt, in een worstje, met een boterham. Het is echter de vraag of kweekvlees wel nodig is, gegeven het feit dat peulvruchten nu reeds, zonder grote investeringen, een goed en makkelijk te verbouwen alternatief zijn voor vlees.

Lees ook: VN-klimaatorganisatie: voedselproductie moet radicaal veranderen

Daarnaast is er aandacht voor het op maat maken van voeding. We kunnen spelen met nutriënten en afhankelijk van ons dna kunnen we allerlei verschillende drankjes en sapjes maken. Ook insectengerechten komen aan de orde.

Nu het VN-klimaatpanel waarschuwt dat de voedselproductie radicaal anders georganiseerd moet worden, is een tentoonstelling over de toekomst van ons voedsel zeer actueel. Maar helaas gaat de tentoonstelling aan enkele grote kwesties voorbij. Hoe zit het met de impact van deze technologieën op het dagelijkse leven en op de natuur? Hier wordt totaal geen aandacht aan besteed. Zo is het van kweekvlees bekend dat het bloed van een groot aantal kalfsfoetussen moet worden gebruikt voor een kilo kweekvlees. Daar hoor je op de tentoonstelling niets over. Ook niet over de jacht op plantaardig serum door de biotech-industrie.

Er is wel veel aandacht voor de positieve kanten van poederdranken (shakes). Je kunt al naar gelang je wensen allerlei vitaminen en mineralen toevoegen om je meer rust te geven, of juist energie of uitstel van dementie. Architect Matthijs Diederiks vindt er veel heil bij, zo zegt hij in een filmpje, maar is wel zo eerlijk te zeggen dat er weinig is bewezen van de voordelen. De nadelen van vloeibaar eten in de vorm van shakes of poederdranken worden niet besproken. Gelukkig heeft een verstandige curator van Nemo in een persoonlijke notitie erbij gezet dat eetdrinken kan leiden tot tand- en tandvleesproblemen. Drinken betekent ook: niet kauwen. En door het gebrek aan kauwen ondervinden hersencellen schade, zodat dementie op de loer ligt, en ook dat wordt niet aan de orde gesteld.

Miljardeninvesteringen

Een andere afwezige dimensie is die van de internationale ondernemingen. Kweekvlees is al in handen gekomen van grote multinationals. Ongeveer twintig grote ondernemingen zijn bezig met het produceren van kweekvlees. Google-oprichter Sergej Brin stapte er in 2013 als eerste met miljoenen in en al snel volgende allerlei andere Silicon Valley-bedrijven en -instellingen, zoals de Gates Foundation. Maar ook multinationale voedselbedrijven als Cargill en Tyson Foods investeren miljarden. Er wordt overigens ook gewerkt aan kweekvis, iets wat ik mis op deze tentoonstelling.

Wie zullen van deze technologieën profiteren? Hebben de pleitbezorgers van kweekvlees wel oog voor de belangen van het grootkapitaal of van machtige politici? Wordt er inderdaad minder regenwoud gekapt voor veevoer, zoals Van Mensvoort aan het begin van de expo belooft? Niet zolang er mensen zijn zoals president Bolsanaro van Brazilië, denk ik.

Lees ook: Activist Paul Shapiro: Kweekvlees is dé uitkomst voor de planeet en de doorsnee vleeseter

Op het eind van de tentoonstelling wordt de bezoeker plotseling geconfronteerd met vier hele andere toekomstscenario’s voor ons voedsel. Een daarvan is ‘lokaal’ en ‘minder vlees’. De bezoeker mag met een hoeveelheid bonen een voorkeur toekennen aan de vijf scenario’s. Maar de toekomst van vier daarvan is helemaal niet aan de orde geweest, terwijl juist vanuit die andere benaderingen veel innovaties worden ontwikkeld, van drones tot bodemtechnologieën. En in die andere benaderingen is ook ruimte voor allerlei sociale technologieën, bijvoorbeeld voor nieuwe vormen van coöperaties.

Veel consumenten maken zich grote zorgen over de herkomst van hun voedsel. Ze beseffen dat de impact van grootschalige en globale voedselsystemen op de afname van biodiversiteit, de toename van armoede en een groeiend gebrek aan vrijheid, enorm is. Consumenten vragen zich af wat ze kunnen doen met hun voedsel, en hoe ze meer betrokkenheid met hun voeding kunnen combineren met duurzaamheid en eerlijke prijzen. Ze zijn soms al bezig met het ontwikkelen van kennis en kunde over voeding en de productie ervan. Natuurlijk komen dan technologieën in beeld, vanuit de vraag: wat wil ik op mijn bord? Maar deze vragen worden helemaal niet behandeld op deze tentoonstelling, want het uitgangspunt van de tentoonstelling is: wat ligt er in 2050 op je bord? Alsof dat een autonoom proces is, en de consument een maag met pinpas. Meer niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.