Zo ben je een goede werkgever voor de huishoudelijke hulp

Hulp in huis De relatie met de werkster (m/v) vinden veel mensen ongemakkelijk. De beste remedie: huur haar officieel in – en betaal goed.

Foto NRC

De schoonmaakster besteedde meer tijd aan kletsen en koffie drinken dan aan schoonmaken. Maar Matrija Veenhuysen (44) uit Amsterdam durfde er niets van te zeggen. Uiteindelijk ontsloeg haar man haar met een smoesje. Inmiddels is er een nieuwe hulp, die vrijwel altijd een uur te laat komt. Maar ook dat vindt Veenhuysen lastig om ter sprake te brengen. „Het is gek. In mijn werk heb ik nooit moeite om zakelijk te zijn en het duidelijk te zeggen als ik dingen anders wil. Maar tegenover iemand die ik betaal om bij mij te komen schoonmaken, vind ik dat heel ongemakkelijk.”

Omgaan met de werkster vinden veel mensen lastig. Internetfora staan vol berichten met titels als ‘Ik wil de werkster ontslaan, maar ik durf niet’ of ‘Hoe vertel ik mijn werkster dat ik niet tevreden ben?’ Vlogger Rachel van Sas vroeg onlangs haar 50.000 volgers om advies, omdat ze twijfelde of ze haar hulp kon vragen om de meubels en spullen na het schoonmaken weer op hun plek terug te zetten. Ze was daar zelf elke keer twintig minuten mee bezig.

Hoe komt het dat het voor veel mensen zo ingewikkeld is? Vooral doordat mensen die een hulp inhuren, de werkgevers dus, de relatie niet zakelijk genoeg benaderen, zegt stads- en arbeidssocioloog Sjoukje Botman. Zij promoveerde in 2011 op de troebele arbeidsrelatie tussen schoonmaaksters en hun werkgevers. „Mensen zetten niets zwart op wit en maken de verwachtingen over en weer vaak niet expliciet. De vaagheid die daardoor ontstaat is niet alleen vervelend voor de werkgever, die niet altijd tevreden is met de dienst die de schoonmaakster levert. Het is ook lastig voor de hulp zelf, die vaak geen helder beeld heeft van wat er precies wordt verwacht.”

Dat gebrek aan zakelijkheid is volgens Botman vooral een resultaat van het informele circuit waarbinnen de meeste mensen aan een hulp komen. Er zijn professionele bemiddelingsbureaus, maar naar schatting van schoonmaakplatform Helpling vindt 98 procent van de werkgevers een schoonmaakster via via. Met als resultaat dat overeenkomsten doorgaans alleen berusten op mondelinge afspraken, die vaak van werkgever op werkgever worden overgenomen.

Saskia Baardman (44) uit Utrecht had een hulp die zich steeds niet aan de afgesproken tijden hield. „Dat is lastig, want ik werk thuis, dus ik zorg graag dat ik weg ben als ze komt.” Er waren nog wat irritaties die zich opstapelden. Toen de schoonmaakster over vakantiegeld begon, was voor Baardman de maat vol en zegde ze haar op. „Volgens haar hadden we afgesproken dat ze vakantiegeld zou krijgen, maar ik weet zeker dat we het daar nooit over hebben gehad.”

Vaak werken ze voor een bedrag waar werkgevers zelf hun bed niet voor uit zouden komen

Sjoukje Botman, stads- en arbeidspsycholoog

Een treffend voorbeeld van de impliciete afspraken en onuitgesproken verwachtingen tussen werksters en werkgevers, zegt Botman. „Weinig werkgevers weten het, maar volgens de ‘regelgeving dienstverlening aan huis’ hebben schoonmaaksters gewoon recht op vakantiegeld en doorbetaling bij vakantie en ziekte. Ook als er geen contract is opgesteld. Oók als ze zwart werkt. Of een schoonmaakster haar inkomsten opgeeft bij de Belastingdienst is namelijk haar zaak. Als ze dat niet doet, ontslaat dat jou als werkgever nog niet van je wettelijke plichten.”

Statusverschillen

Behalve een gebrek aan zakelijkheid speelt ook schaamte een rol in het ongemak tussen werkgevers en hun hulp. Botman: „Veel mensen vinden het toch een beetje decadent dat ze iemand inhuren om hun huis schoon te maken. Anders dan het werk van een loodgieter of elektricien is het namelijk werk dat ze zelf ook prima zouden kunnen doen. Ze schamen zich ervoor dat ze het vuile werk thuis door een ander laten opknappen.”

Mensen proberen dat te compenseren door bijvoorbeeld voordat de schoonmaakster komt, zelf alvast te gaan schoonmaken. Zo ook Veenhuysen: „Als ik weet dat de hulp komt, ga ik zelf vaak al even alle kamers langs. Opruimen, de lege flessen wegbrengen, zorgen dat het ergste vuil weg is.”

„Wat niet helpt is dat de arbeidsrelatie tussen schoonmaakster en werkgever van oudsher wordt gekenmerkt door statusverschillen”, zegt Botman. „In de tijd van dienstmeisjes en dienstbodes kwamen die ook expliciet tot uiting in de omgangsvormen. Maar nu leven we in een samenleving die een gelijkheidsideaal nastreeft, waarin verschillen in maatschappelijke en sociaal-economische status niet langer expliciet worden gemaakt en zelfs het liefst worden ontkend.”

Daarom verkiezen veel mensen die een hulp inhuren nu een vriendschappelijke omgang boven de strikt zakelijke houding. Renate (28) durfde wekenlang geen afscheid te nemen van een hulp over wie ze niet tevreden was, omdat ze wist dat de vrouw het geld hard nodig had (ze wil liever niet met haar achternaam in de krant, omdat ze de hulp in kwestie niet in de problemen wil brengen.) „Ze maakte schoon met de Franse slag. Sloeg in huis hele stukken over. Ook zegde ze vaak op het laatste moment af. Ik wilde haar ontslaan. Maar ik voelde me schuldig omdat ik wist dat ze in de schuldsanering zat met drie kinderen.”

Lees ook Opfriscursus schoonmaken voor studenten (en anderen)

Schuldgevoel zou niet nodig moeten zijn, zegt Botman, maar het kan ook voortkomen uit het besef dat er iets scheef zit in de verhoudingen: „In veel gevallen is er toch sprake van een enigszins ongelijkwaardige relatie. Schoonmaaksters doen lichamelijk zwaar en belastend werk. Ook moeten ze vaak te veel doen in te weinig tijd. En dan ook nog voor een bedrag waar de mensen die hen inhuren zelf hun bed niet voor uit zouden komen, om het maar zo te zeggen. Veel werkgevers voelen zelf ook wel aan dat dit ergens een beetje wringt en dat maakt dat ze schroom voelen om harde eisen te stellen of feedback te geven.”

De beste manier om ongemak in de relatie met de hulp te voorkomen is volgens haar dan ook: zelf een voorbeeldige werkgever zijn. „Uit mijn onderzoek bleek dat de kleine groep werkgevers die geen last hadden van schroom en ongemak in relatie tot de hulp een aantal dingen gemeen hadden: ze boden een vaste hoeveelheid werk per maand. Ze maakten een realistische inschatting van het aantal uren dat nodig was om al het werk te verrichten. Ze kwamen hun plichten als werkgevers na. En, heel belangrijk: ze betaalden goed.”

Correctie (8-8-2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Sjoukje Botman stads- en arbeidspsycholoog is. Dat moet stads- en arbeidssocioloog zijn, dit is aangepast.