Waarom beschermt de wet wapens en geen mensen?

Zap Waarom, zegt Trevor Noah in ‘The Daily Show’, zou je een wet opstellen die wapens beschermt en geen mensen. Net als in de VS zijn de oorzaken van geweld ook in Colombia slechts een kwestie van perspectief.

Erik Dijkstra spreekt de broer van drugsbaas Pablo Escobar in 'In naam van het volk'.
Erik Dijkstra spreekt de broer van drugsbaas Pablo Escobar in 'In naam van het volk'. Foto BNN-VARA

Komt er ooit een moment dat we mass shootings in de Verenigde Staten als kort nieuws brengen? Een beetje zoals met verdrinkingsdoden in de Middellandse Zee of oorlogsslachtoffers in Jemen. Niet omdat het niet tragisch is, maar omdat het domweg geen nieuws meer is. Waarom zou de VS in dat geval een uitzonderingspositie verdienen?

Maandag gaf Amerika-deskundige Tom Kleijn bij Jinek al aan dat je het „bijna een ritueel” zou kunnen noemen. NRC-collega Guus Valk zag in zijn tijd als VS-correspondent dat er een soort cyclus was ontstaan: eerst de rouw, dan het activisme om de wapenwetten aan te passen, om vervolgens bij de volgende schietpartij cynisch te moeten constateren: er verandert niets.

Intussen is het ook een ritueel bij het Amerikaanse satireprogramma The Daily Show, hier uitgezonden door Comedy Central. Eerder was het presentator Jon Stewart die na een schietpartij de kijker als een moreel leider toesprak. Nu is het zijn opvolger Trevor Noah die na El Paso en Dayton (binnen 13 uur meer dan dertig doden) ruim de tijd nam om de vuurwapen-epidemie te bespreken. „We lossen het vuurwapenprobleem niet op in een half uur, maar we doen al meer dan het Congres.”

Noah begint eerst met het hardnekkige patroon van de zoektocht naar ‘de oorzaak’. Internet, computerspelletjes, geestesziekte; het komt allemaal weer voorbij in de Amerikaanse media. Een kwestie van perspectief, dus. Noah: „Maar alle schietpartijen hebben één ding gemeen, wat de motivatie ook was: een vuurwapen speelt altijd een rol.”

Vervolgens maakt hij korte metten met het cliché dat veel meer mensen sterven aan medische fouten of auto-ongelukken dan aan wapens. Klopt, zegt Noah, en vervolgens doen we er alles aan, bijvoorbeeld door strengere wetgeving, om het aantal slachtoffers te minimaliseren. Als het om wapens gaat is daar nauwelijks sprake van. Ging het tweede amendement (het recht op wapenbezit) aanvankelijk niet om het beschermen van mensen, vraagt Noah zich retorisch af. „Waarom zou je een wet opstellen die wapens beschermt en geen mensen?”

Een land dat over dergelijk geweld kan meepraten is Colombia, waar Erik Dijkstra voor zijn docuserie In naam van het volk is neergestreken. Daar onderzoekt hij de kortstondige politieke carrière van de beruchte drugshandelaar Pablo Escobar.

In de sloppenwijken van thuishaven Medellín geniet Escobar nog altijd de status van een beschermheilige. Dijkstra gaat niet mee in de romantische adoratie van sommige Colombianen die hij ontmoet, al kunnen ook zij niet ontkennen dat Escobar geen lieverdje was. Wel probeert Dijkstra erachter te komen hoe de drugsbaron de harten veroverde die hem uiteindelijk in 1982 een congreszetel bezorgden. Dat blijkt niet anders te zijn dan de wijze waarop andere Zuid-Amerikaanse populisten het volk achter zich kregen; presenteer jezelf als verlosser en vergeet niet wat kruimels te strooien.

De broer van

De meest merkwaardige scène is de ontmoeting met Roberto Escobar, de broer van. Wanneer Dijkstra hem confronteert met het feit dat Pablo toch een moordenaar was, schiet Roberto in de verdediging. „Noem mij één persoon die hij vermoord heeft.” Dijkstra noemt de aanslag op Avianca-vlucht 203 (meer dan 100 doden). Roberto stoïcijns: „Noem nog iemand.” Dijkstra: „De heer Lara. De heer Galán.” Roberto: „Galán, ach.”

Wat Roberto betreft was het niet de drugshandel maar de politiek die zijn broer de dood injoeg. Net als in de VS zijn de oorzaken van geweld ook in Colombia slechts een kwestie van perspectief.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.