Opinie

Twee rooie oren, twee keer bloed

Joyce Roodnat

Joyce Roodnat

Bovenaan de trap van Arti et Amicitiae, de kunstenaarssociëteit aan het Amsterdamse Rokin die vooral een grand café op A-locatie is, kom je in een tentoonstellingsruimte met veel licht en een smakelijk krakende vloer. De expositie van dit moment heet Mix. Ceramic Art and Beyond. Keramiek dus. Exposities hier zijn meestal spannend en vol onbekende sensaties. Maar deze niet, deze is wat mat.

En dan zie ik op een sokkel een keramieken mannetje. Hij is onweerstaanbaar. Ik loop om hem heen, ik zie steeds meer en telkens iets anders. Zijn kleren (chic), zijn kleuren (dat glazuur is zo mooi), zijn houding. In zijn ene hand heeft hij een iPhone, met zijn andere hand richt hij een pistool op zijn slaap. Een titel ontbreekt. (Het heet Dumped dandy, dat had ik best meteen willen weten, maar ik hoor het later).

Frans Franciscus: Dumped dandy (34cm × 27cm × 18cm, 2018)

Nu zie ik dat zijn oren bloeden. „Hij is een hedendaagse Van Gogh”, zegt een vriend die het ook bekijkt. Dat kan, maar ik zie het anders. Aan het ene oor zat net dat telefoontje, dat bloedt van wat het te horen heeft gekregen. Het andere bloedt alvast bij het idee dat hij zich door zijn hoofd gaat schieten. Twee oren, twee keer vermoeden ze bloed. Dit beeldje is een toestand, een opkomende inzinking in keramiek. Denk ik. Maar ik weet het niet zeker.

Dus bel ik Frans Franciscus om het te vragen, want hij maakte het. Mijn interpretatie van zijn dandy is me gegund, „die neem ik lekker mee”. Maar, grinnikt hij, „die oren zijn niet bebloed, hoor, ze zijn gewoon goed doorbloed. Ik houd van mannen met grote oren. Ook in mijn schilderijen smeer ik er vaak extra rood op.” Waarom raakt de dandy me zo? „Omdat hij klein is. Een mooie rossige man, stoer en breed. En klein.”

Zijn keramiek is zijn schilderkunst in 3D, beaamt Frans Franciscus. „Het lijkt wel realistisch maar anatomisch klopt het van geen kant. Het is veel abstracter dan je denkt.”

Zijn kleilust begon met een logeerpartij bij de befaamde keramist Carolein Smit en schoot wortel toen hij in het Rijksmuseum een zelfportret zag van de zestiende-eeuwse beeldhouwer Johan Gregor van der Schardt. „Een beeldschone man in beschilderde terracotta. Dat wilde ik ook.”

Keramiek leek makkelijk, „een handje boetseren vind ik simpeler dan een handje schilderen. Maar ik kreeg wel de zwaartekracht erbij. Je boetseert een arm en je bent hem kwijt: natte klei stort in.” En bovendien: „Bij een schilderij weet je waar het naartoe gaat. Keramiek bouw je van onderaf op. Toen ik van de kleine dandy een grote versie maakte, kwam ik verkeerd uit. Het pistool paste er niet meer tussen! Die grote zet nu zijn vinger aan zijn hoofd in plaats van de loop – de keramiek regelde een heel ander verhaal.”

Ik zoek dat beeld op – dank je wel internet. Ik prefereer de kleine dandy. Vanwege zijn oren.