OM op zoek naar bewijs tegen ‘Rico de Chileen’

Georganiseerde misdaad Kroongetuige Nabil B. blijkt niets te weten over ‘Rico’ R. Het OM moet nu op zoek naar bewijs tegen het criminele kopstuk.

Het Openbaar Ministerie is met een ultieme poging bezig om bewijs te vinden tegen Richard R., alias Rico de Chileen. Met zeer uitgebreid onderzoek in een databank met miljoenen ontsleutelde berichten die door criminelen zijn verstuurd met zogeheten PGP-telefoons, hoopt justitie bewijs te vinden voor de beschuldiging dat R. betrokken is geweest bij onderwereldmoorden.

Volgens justitie is de in Chili geboren Amsterdammer een partner van ’s lands meest gezochte crimineel, Ridouan Taghi, die wordt verdacht van diverse onderwereldmoorden en pogingen daartoe. Belangrijk bewijsmateriaal tegen Taghi, die geen bezwaar heeft tegen het gebruik van zijn volledige naam, is geleverd door een kroongetuige: Nabil B. Volgens het OM zijn Richard R. en Taghi lid van een criminele organisatie die tussen 2014 en 2017 liquidaties zou hebben laten plegen. Maar over Richard R. weet de kroongetuige eigenlijk niets, zo blijkt uit een recente verklaring van Nabil B., die door NRC is ingezien.

Volgens zijn advocaat Leon van Kleef onderschrijft dat zijn stelling dat er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van zijn cliënt Richard R. bij onderwereldmoorden.

Aangehouden voor witwassen

Richard R. werd in het najaar van 2017 op verzoek van de Nederlandse autoriteiten aangehouden in Chili. Hij is uitgeleverd op verdenking van witwassen van geld dat zou zijn verdiend met cocaïnehandel. Om hem in Nederland ook te kunnen vervolgen voor betrokkenheid bij onderwereldmoorden moet een aanvullend rechtshulpverzoek worden gedaan met informatie over de moorden waarbij Richard R. betrokken zou zijn. Volgens advocaat Van Kleef was er aan het begin van de week nog geen nieuw rechtshulpverzoek gedaan aan Chili. Een woordvoerder van het OM wil vooruitlopend op de zitting hierover geen vragen beantwoorden.

Voor het OM staat vast dat Richard R. en Ridouan Taghi contact met elkaar hebben gehad. Dat leidt justitie af uit ontsleutelde berichten die in 2016 zijn verstuurd met cryptofoons die volgens het OM werden gebruikt door Taghi en Richard R. De twee mannen worden door justitie gezien als kopstukken van de cocaïnemaffia in Nederland. In die berichten wordt onder andere gesproken over misdaadblogger Martin Kok. Met publicaties op zijn site Vlinderscrime over Richard R. en Ridouan Taghi zou Kok „te ver zijn gegaan”. „Die kk Vlinderscrime moet slapen”, aldus Taghi. Kok werd eind 2016 doodgeschoten.

Eerder dat jaar publiceerde Kok berichten over een nieuw driemanschap in de onderwereld. Daarvan zou naast Ridouan Taghi en Richard R. ook Naoufal F. deel uit hebben gemaakt. De publicaties volgden op de arrestatie van Naoufal F. in Ierland. Na zijn uitlevering aan Nederland, is F. vervolgd voor betrokkenheid bij meerdere liquidaties. Deze zomer is hij tot levenslang veroordeeld, waartegen hij hoger beroep heeft aangetekend.

Taghi is inmiddels formeel in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op Martin Kok. Advocaat Van Kleef vindt het opvallend dat zijn cliënt Richard R. in het onderzoek rond Taghi niet voor deze moord is aangeklaagd.