Na een halve eeuw is het zover: Christo gaat de Arc de Triomphe inpakken

Interview Christo, de 84-jarige ‘inpakkunstenaar’, zal volgend jaar de Arc de Triomphe in een tijdelijk kunstwerk transformeren. Een gesprek over zijn aanpak, zijn drijfveren en over Jeanne-Claude, zijn overleden echtgenote en kunstpartner. „Een overzichtstentoonstelling? Dat doen ze maar als ik dood ben.”

L’Arc de Triomphe, Wrapped (Project for Paris) Place de l’Etoile – Charles de Gaulle, 2019 (Tekening in twee delen, 38×244 cm en 106,6 x 244 cm).
L’Arc de Triomphe, Wrapped (Project for Paris) Place de l’Etoile – Charles de Gaulle, 2019 (Tekening in twee delen, 38×244 cm en 106,6 x 244 cm). Foto André Grossmann © Christo

Tien jaar na het overlijden van zijn vrouw praat Christo Vladimirov Javacheff nog steeds in de wij-vorm. Het is alsof zijn echtgenote nog leeft. De kunstenaar presenteert nieuwe werken ook nog gewoon onder de naam waarmee zij samen wereldberoemd werden: ‘Christo en Jeanne-Claude’.

De Bulgaars-Amerikaanse kunstenaar is 84. Een frêle man, opvallend helder van geest. In een anderhalf uur durend gesprek vergist hij zich niet één keer in namen of jaartallen, ook niet als hij praat over gebeurtenissen die meer dan een halve eeuw achter hem liggen.

Met een aantal van zijn medewerkers is Christo voor een paar dagen neergestreken in Knokke-Heist. In de mondaine Belgische badplaats exposeert hij bij kunsthandelaar Guy Pieters. The Paris Projects heet de dubbeltentoonstelling: tekeningen en een maquette van de Pont Neuf, de brug die Christo en Jeanne-Claude in 1985 inpakten met goudgele stof. En ontwerpschetsen voor het volgende grote inpakkunstwerk: de Arc de Triomphe. Het vijftig meter hoge monument zal volgend jaar september zestien dagen in zilverblauw doek worden ingepakt.

Een schetsje van het project op A4-formaat kost bij Pieters een ton, grote tekeningen 1,2 miljoen euro. Van de opbrengst, legt Christo uit, betaalt hij de benodigde materialen en de honderden ingenieurs, kraandrijvers, alpinisten en andere medewerkers die hem zullen helpen om van de Parijse triomfboog een tijdelijk kunstwerk te maken.

Met zijn Jeanne-Claude droomde hij ruim een halve eeuw geleden al van het inpakken van de Arc de Triomphe, vertelt Christo. In de galerie in Knokke hangt tussen de meer recente studies ook een schets die hij decennia geleden van de ingepakte triomfboog maakte. „Ik tekende toen nog een beetje klungelig, niet zo verfijnd als nu”, zegt hij op verontschuldigende toon.

Als we hem bedanken dat hij tijd voor NRC wil vrijmaken, grijnst Christo: „Jeanne-Claude zei altijd dat je een verhaal het beste kon horen straight from the horse’s mouth. Dat is de enige waarheid; al het andere is meestal fantasie.”

Praten met Christo vraagt een gebruiksaanwijzing, ontdekken we al snel. Vragen zijn voor de kunstenaar vaak een kapstok om een verhaal aan op te hangen. Hem onderbreken in dat verhaal leidt tot vermaningen.

U zou de Arc de Triomphe volgend jaar in april inpakken. Waarom is het project uitgesteld tot september?

Christo: „Met Jeanne-Claude heb ik de afgelopen vijftig jaar 23 projecten gerealiseerd. 47 andere projecten zijn niet verwezenlijkt – omdat we geen toestemming kregen, omdat we zelf de belangstelling verloren, of omdat we er nog mee bezig zijn. Arc de Triomphe behoorde tot de projecten waarvan we dachten dat ze een utopie waren.

Acht door Christo en Jeanne-Claude voltooide projecten:

„Toen ik in maart 1958 vanuit Zwitserland in Parijs aankwam was ik een stateloze politiek vluchteling. Ik had een kamer vlakbij de Arc de Triomphe. De Algerijnse oorlog was aan de gang en de Franse bevolking wilde dat generaal Charles de Gaulle [de leider van de Franse regering in ballingschap tijdens de Tweede Wereldoorlog, red.] het land weer zou gaan leiden.

„In 1962 maakte ik de eerste schets van het inpakken van de Arc de Triomphe en in de jaren zeventig en tachtig nog een stel. Het leek ons een onmogelijke droom. Tot twee jaar geleden heb ik er zelfs lange tijd niet meer aan gedacht.”

Als we hem aan de vraag proberen te herinneren, steekt Christo zijn hand op en vervolgt zijn verhaal:

„Na het overlijden van Jeanne-Claude ben ik door diverse musea benaderd voor een overzichtstentoonstelling. Daar had ik geen zin in, dat doen ze maar als ik dood ben. Ik wil mijn tijd niet verspillen aan het verleden. Toen Centre Pompidou me anderhalf jaar geleden benaderde voor een tentoonstelling zei ik dat ik graag een expositie over de Pont Neuf wilde maken. Die brug in Parijs hebben Jeanne-Claude en ik in 1985 ingepakt.”

Christo wijst naar een man met een stok die tegenover hem zit, aan de andere kant van de tafel. Het is de Zwitserse kunsttransporteur Josy Kraft, met wie hij al decennia samenwerkt, zegt Christo. In Bazel heeft Kraft een pakhuis waarin vele duizenden kunstwerken van Christo en Jeanne-Claude zijn opgeslagen. Van elk project hebben Christo en Jeanne-Claude tussen de 300 en 500 objecten bewaard: schetsen, maquettes, stofstalen, foto’s en films. Daarmee kunnen documentatietentoonstellingen worden gemaakt, waarmee zij overheden warm proberen te krijgen voor nieuwe projecten.

Christo: „Toen ons plan voor het inpakken van de Rijksdag in Berlijn tot driemaal toe door overheden was afgewezen, hebben we begin jaren negentig in het museum van Bonn, toen nog de hoofdstad, een documentatietentoonstelling over de Pont Neuf georganiseerd. Zo wilden we de Duitse bestuurders laten zien hoe we het project in Parijs hadden aangepakt. Na die tentoonstelling, en 360 dagen onderhandelen, kwam de toestemming voor de Rijksdag er alsnog. Omdat die tentoonstelling over de Pont Neuf nog nooit in Frankrijk te zien was, leek me dat dertig jaar nadat we de brug hadden ingepakt een mooi onderwerp voor Centre Pompidou.”

En toen dacht u: en nu de Arc de Triomphe?

Met stemverheffing: „Luister nou toch rustig naar mijn verhaal. Toen ik met Centre Pompidou overlegde over die tentoonstelling stelde de directie een tweede expositie voor: de schetsen en studies die Jeanne-Claude en ik van 1958 tot 1964 in Parijs maakten, voordat we naar de VS emigreerden. Toen ik zei dat ik dat een mooi idee vond, vroeg de directeur van Pompidou: ‘En zou je dan niet iets willen doen op het plein voor het museum?’ In een opwelling antwoordde ik: ‘Ik doe niks extra’s behalve de Arc de Triomphe inpakken.’ Haha. Ik heb nooit geloofd dat het zou gebeuren. Maar na twee ontmoetingen met de staf van president Macron kregen we toestemming. Nooit eerder is zo snel toestemming voor een project verleend.”

„Omdat in het voorjaar valken tegen de Arc de Triomphe nestelen, hebben we besloten om het te verplaatsen”

L’Arc de Triomphe, Wrapped (Project for Paris) Place de l’Etoile – Charles de Gaulle, 2019 (Tekening in twee delen, 38×244 cm en 106,6 x 244 cm). Foto André Grossmann © Christo

Voorzichtig vragen we nog maar eens waarom het project een paar maanden is uitgesteld. Niet in de lente, tijdens de exposities in Centre Pompidou, maar pas in september pakt Christo de Arc de Triomphe in. Het luistert nauw, zegt de kunstenaar. „De Arc de Triomphe is een monument waarin veel gebeurt. Die activiteiten moeten gewoon doorgaan, ook als het gebouw is ingepakt. Elke dag is er om zes uur ’s ochtends een ceremonie bij het graf van de onbekende soldaat. Bovenin de triomfboog is de ruimte waarin het leger de militaire parade op Quatorze Juillet, de nationale feestdag, voorbereidt. Dagelijks gaan tussen de 3.000 en 5.000 toeristen met de lift naar boven. Zo zijn er heel veel zaken om rekening mee te houden. Toen ook nog bleek dat in het voorjaar valken tegen het gebouw nestelen, hebben we in overleg besloten om het inpakken naar september te verplaatsen.”

Wat is de normale voorbereidingstijd voor een project?

„Vele maanden. Voor de projecten schakelen we altijd professionals in. Adviseurs, lobbyisten en juristen. Maar ook ingenieurs en constructiewerkers, vaklui die anders bruggen en torenflats bouwen. De benodigde vergunningen zijn vergelijkbaar met die voor de aanleg van snelwegen en gebouwen. Onze kunstwerken kun je daarom het beste vergelijken met architectuurprojecten.

„Het inpakken duurt straks een week. Maar de voorbereiding hoe dat moet gebeuren en het verkrijgen van de benodigde papieren, daar komt zoveel bij kijken dat je haast net zo goed de Arc de Triomphe opnieuw kunt bouwen. Omdat het een historisch monument is, zijn we aangewezen op gespecialiseerde bedrijven. Die ervaring hadden we indertijd ook met de Pont Neuf. Sommige mensen met wie we toen samenwerkten, leden van een negentiende-eeuws gilde, kennen ons nog. Dat is een bof.

„We maken zelf alle benodigde onderdelen voor de constructie. Omdat we niet in het gebouw mogen boren bevestigen we het doek met een staalkabel. Bergbeklimmers uit de Franse Alpen zullen daarbij helpen. Zij kunnen dat snel en efficiënt doen. Daardoor hebben we geen kranen en stellages nodig.”

Waarom kiest u voor zilverblauw doek?

„Ieder project gaat over esthetiek. Kijk naar de boog vanaf de Place de la Concorde. En naar de lucht boven Parijs, en naar schilderijen van impressionistische kunstenaars. Dan zie je dat het lichtblauw heel goed past. Het doek is heel zwaar, het zilver is haast metaalachtig. De fibers zijn versterkt met aluminium. Die zorgen dus voor de kleur, niet de verf.”

Zal het doek door de wind geluid maken?

„Natuurlijk. Om de boog in te pakken heb je twee keer zoveel stof nodig als het oppervlakte van het gebouw. Het zal rimpelen, zeker op de plek waar het aan het gebouw vastzit, net als bij de knopen van een shirt. Met touw, 44 millimeter dik, houden we het doek op z’n plek.”

U financiert al uw projecten zelf en weigert sponsoring. Waarom?

„Ik ben een koppige man en wil absoluut onafhankelijk blijven. Ik ben in 1958, op mijn 21ste, gevlucht uit een communistisch land. Van mijn vrijheid wil ik geen millimeter opgeven aan compromissen. We doen graag wat we doen, maar alleen op onze voorwaarden. Als dat niet kan, zeggen we een project af. Alles moet klikken: de vergunningen, de logistiek, en het verlangen om iets te realiseren.

„In 1975 wilden we het zestig meter hoge monument van Christopher Columbus in Barcelona inpakken. Niet zo gecompliceerd, maar wel erg opwindend. Na twee jaar onderhandelen zei de burgemeester ‘nee’. En toen werd hij vermoord. Nee, niet door ons. Haha. En toen kwam er een staatsgreep, en daarna weer een andere burgemeester die ook ‘nee’ zei. In 1984 kregen we een telegram van de nieuwe burgemeester: ‘Christo, Jeanne-Claude, kom alsjeblieft naar Barcelona om Columbus in te pakken.’ Maar toen zeiden wij ‘nee’. Ons plezier in het project was weg. Waarom zou je dan nog geld uitgeven om Columbus in te pakken?”

Twee jaar geleden cancelde u ‘Over The River’, uw plan om een deel van de Arkansas-rivier in Colorado te overspannen met stof. Klopt het dat u in twintig jaar tijd al 15 miljoen dollar aan voorbereidingskosten in dat project had gestoken?

„Ja.”

Dus dat geld is weg?

„Wat een kapitalistische redenering. De ervaring is niet weg en die is onvervangbaar. Alle projecten zijn een reis en we hebben altijd van ieder onderdeel genoten, van de eerste schets tot de realisatie. Van iedere uitgegeven dollar heb ik genoten.”

Omdat we van verbazing even stilvallen, begint Christo uit te leggen dat de kunstprojecten altijd uiteenvallen in een software- en een hardwareperiode. In de softwareperiode bestaat het kunstwerk alleen in de vorm van schetsen en in de verbeelding van de mensen die de kunstenaars helpen dan wel tegenwerken.

Christo: „Dat is de reden dat we nooit in opdracht werken. Ook door het overleg met specialisten leerden Jeanne-Claude en ik in de softwareperiode de ware identiteit van een project kennen. Dan krijgt het project zijn energie, wordt de interesse ervoor opgewekt en ontstaan de controverses.

„De hardwareperiode is de tijd dat het project fysiek wordt gebouwd. En dat alles bij elkaar is het kunstwerk. Dus niet alleen die twee weken dat het kunstwerk is te zien. Overigens bestaat er geen kunstenaar in de wereld over wiens niet gerealiseerde ideeën zoveel is geschreven als over de onze.”

Maar waarom blies u het Arkansas-project af?

„Iedere vierkante meter in de wereld is iemands eigendom. De grond onder onze projecten moeten we dus altijd huren. Een voorbeeld: voor The Gates in New York (7.503 vijf meter hoge poorten met stof die in 2005 37 kilometer aan voetpad in het Central Park overspanden, red.) betaalden we de gemeente New York 3 miljoen dollar aan huur. Bij de Rijksdag in Berlijn hadden we ook een kilometer om het gebouw gehuurd. Zo konden we voorkomen dat de Drie Tenoren [Plácido Domingo, José Carreras en Luciano Pavarotti, red.] en ook de Berliner Philharmoniker voor ons kunstwerk zouden optreden. Auteursrechtelijk beschermen we een project ook. Dat doen we om te voorkomen dat iemand ons kunstwerk bijvoorbeeld in advertenties gebruikt. We willen de complete controle houden.

„De Arkansas River valt onder de federale regering. In de tijd dat Clinton president was hadden we met een minister uit Colorado te maken die fan was van ons werk. Maar onder Bush junior werd het opeens razend moeilijk en konden we geen vergunning krijgen. Toen kwam Obama en ging het weer de goede kant op. Maar toen Trump president werd, heb ik het project afgeblazen. Ik wil niet dat een project gebruikt kan worden door iemand die me tegenstaat. Ook al komt er volgend jaar mogelijk een nieuwe regering, ik ben er klaar mee.”

Christo in zijn studio met een ontwerptekening voor ‘The Mastaba’ in 2012.Foto Wolfgang Volz © 2012 Christo

Hoe staat het met uw plan om in de Verenigde Arabische Emiraten het grootste kunstwerk ter wereld te bouwen: The Mastaba, een 150 meter hoge piramide van 410.000 olievaten?

„In 1962 bouwde ik in Parijs al een muur van olievaten in de Rue Visconti, als commentaar op het IJzeren Gordijn, en de Berlijnse Muur die in 1961 was gebouwd. En in 1967 ontwierpen we een olievatensculptuur voor de parkeerplaats van Museum Kröller-Müller. Maar directeur Rudi Oxenaar, met wie we goed bevriend waren, kreeg nooit toestemming.

„In 1972 kwam de Franse ambassadeur Louis de Guiringaud in New York bij ons langs. Hij zag de tekeningen die we voor Oxenaar hadden gemaakt. Hij zei: ‘In het Westen zul je waarschijnlijk nooit toestemming krijgen voor een mastaba. Waarom probeer je het niet in de Verenigde Arabische Emiraten?’ Een land dat in 1971 net was opgericht en waar we nog nooit waren geweest. Het idee wond ons erg op. We lazen boeken over het land en ik ging schetsen. Toen De Guiringaud minister van Buitenlandse Zaken werd, heeft hij voor ons geregeld dat we in 1979 naar Abu Dhabi konden reizen. En de rest is history.

„De plek [Al Gharbia, op 160 km van Abu Dhabi, red.] is fantastisch. Maar in de jaren tachtig was de oorlog tussen Irak en Iran aan de gang. En toen daar een passagiersvliegtuig uit de lucht werd geschoten, wilde Jeanne-Claude lange tijd niet meer naar dat gebied vliegen. Pas na 2005 zijn we daar weer geweest.

„Voor het project hebben we Madeleine Albright, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van president Clinton, ingehuurd. Zij heeft alle contacten met de leiders van het land geregeld. Dat doen we bij ieder project. Je hebt altijd iemand nodig die bij verantwoordelijke bestuurders kan aankloppen.”

The Mastaba is nog in de softwareperiode?

„Ja. Al sluit ik niet uit dat we The Mastaba gaan bouwen. We hebben al miljoenen dollars uitgegeven aan onderzoek voor de constructie. In 2007 en 2008 hebben we vier universiteiten aan het werk gezet om de beste constructie te ontwerpen. De universiteit van Tokio kwam met het beste concept: een platte metalen constructie die we ter plekke optillen.”

De bouwkosten van The Mastaba heeft u eens geraamd op 350 miljoen dollar. Met andere projecten zijn soms tientallen miljoen geraamd. Hoe krijgt u dat gefinancierd?

„De Harvard Business School kwam na The Gates in 2005 met dezelfde vraag naar ons toe. Ze waren van harte welkom, we hebben geen geheimen.

„Ik ben in Bulgarije opgegroeid als marxist. Ik gebruik het kapitalistische systeem ten volle. Op advies van een fiscalist heb ik in 1969 een bedrijf opgericht: C.V.J. Corporation, vernoemd naar mijn initialen. Voor ieder project richten we een dochteronderneming op. Om de rekeningen te betalen, om inkomsten in te stoppen. Als een project is afgerond, heffen we het bedrijf weer op.

„Van mijn vrijheid wil ik geen millimeter opgeven aan compromissen”

L’Arc de Triomphe, Wrapped (Project for Paris) Place de l’Etoile – Charles de Gaulle(Collage 2019 43.2 x 55.9 cm) Foto André Grossmann © Christo

„We realiseren nooit meer dan één project tegelijk. Méér projecten tegelijk uitvoeren is financieel niet te doen. Omdat we alle specialisten betalen is cashflow belangrijk. Omdat we ons nooit exclusief hebben verbonden aan galeries zijn we de eigenaren van ons werk gebleven en is onze vrijheid groot. Dat helpt. Daarnaast werken we met banken samen. Met het werk als onderpand sluiten we per project leningen af.”

Heeft het overlijden van uw vrouw veel invloed gehad op uw werkwijze?

Hij wijst naar een gezette man aan de andere kant van de tafel: „Ik heb mijn neef Vladimir ingehuurd, de zoon van mijn oudere broer. In Manhattan woon ik al sinds 1974 in hetzelfde gebouw. Een groot gebouw waar ik met vier vaste mensen werk. Iedereen beheert een project.”

Wat was Jeanne-Claude voor vrouw?

„Ze was zeer kritisch en stelde altijd vragen, over alles.”

Christo’s antwoorden worden korter, zijn entourage wil gaan lunchen.

Aan hoeveel projecten werkt u nu?

„Ik zou graag jonger zijn. Er zijn geen regels. En tot anderhalf jaar geleden had ik geen idee dat we de Arc de Triomphe zouden inpakken.”

Soms tientallen jaren bezig zijn met een project – u moet een geduldig man zijn.

Met luide stem: „Nee, niet geduldig. Gepassioneerd! Ieder project is zo’n mooie reis. We zijn op de mooiste plekken op aarde geweest.”

Heeft u een favoriete plek op aarde?

„Dat is als vragen: ‘Van welk van uw kinderen houdt u het meest, mevrouw?’ De plekken waar we zijn geweest, horen bij een bepaalde tijd en project. Ze maakten deel uit van ons leven. Je herinnert je niet alleen de landschappen, maar ook de mensen en de locaties.”


Christo en Jeanne-Claude: The Paris Projects t/m 9 sept. bij de Guy Pieters Gallery op het Albertplein 15 en de Zeedijk 741 in Knokke-Heist, België. Zie ook: guypietersgallery.com De Christo-tentoonstellingen in Centre Pompidou in Parijs zijn van 15 maart t/m 15 juni 2020.

Lees ook deze reportage over Christo’s ‘The Floating Piers’ uit 2016: Alles beweegt mee op Christo’s drijvende pieren