Opinie

Een wereld zonder boerka is een betere wereld

Paul Scheffer

De activisten van Amnesty zijn doorgaans een baken van verlichting in een wereld vol onderdrukking. Heel wat dissidenten in dictatoriale landen zouden zonder hun campagnes in vergetelheid zijn geraakt. De volharding om mensenrechten te verdedigen dwars door de fronten van de Koude Oorlog was voorbeeldig.

Daarom ben ik zo verbaasd door de opstelling van deze organisatie over het boerkaverbod. Het gaat me niet om hun kritiek op de wetgeving die vorige week van kracht is geworden. Ook ik vraag me af of het nodig is om voor een paar honderd gevallen een aparte wet te maken. Daar valt zeker over te twisten.

Wat mijn verbazing opriep was een video van Amnesty. Daarin zien we vrouwen in Iran die protesteren tegen de verplichting om een sluier te dragen. Ze worden vervolgens op één lijn gesteld met fundamentalistische moslima’s die zich in Nederland juist opwerpen als pleitbezorgers van een volledige verhulling.

Het idee is blijkbaar: zowel het gebod als het verbod om zich te bedekken perkt de rechten van vrouwen op eenzelfde manier in. Maar wie niet meer weet te onderscheiden tussen theocratie en democratie, wie het verschil niet begrijpt tussen emancipatie en onderdrukking, kan de zorg voor mensenrechten beter aan anderen overlaten.

De video miskent het idee van gelijkwaardigheid. In plaats van universele mensenrechten te verdedigen maakt Amnesty – en dan vergeet ik even nogal wat ‘progressieve’ politici en journalisten – een knieval voor het cultuurrelativisme. Die leer zegt dat alle gewoontes van gelijke waarde zijn. Of vrouwen zich nu willen verhullen of niet – het maakt niet uit, zolang het een eigen keuze is. Wie zijn wij om de tradities van anderen te veroordelen?

Vooral de antropoloog Melville Herskovits heeft deze benadering goed onder woorden gebracht: „Het cultuurrelativisme is de filosofie die de inherente waardigheid van elk stelsel van gewoonten benadrukt en de noodzaak van verdraagzaamheid tegenover gebruiken onderschrijft, hoezeer ze ook van de eigen gebruiken mogen verschillen.” (Man and his Works, 1948). Die bescheidenheid is volgens hem nodig, want alle cultuur is tijd- en plaatsgebonden.

Het klinkt goed, maar pakt uiteindelijk slecht uit. Wanneer iedereen gevangen is in tradities kan niemand meer over de grenzen van zijn eigen cultuur kijken. Op deze manier is relativisme een vorm van behoudzucht. Door de macht van de gewoonte te omarmen wordt de verbreiding van mensenrechten moeilijk denkbaar. Een kritische moraal wil juist tradities kunnen uitdagen uit naam van universele waarden.

De zwakte van het relativisme is snel duidelijk: als iedereen aan de gewoontes van zijn tijd is gebonden, hoe konden dan ooit patriarchale praktijken als voetinbinding, weduweverbranding, eerwraak of vrouwenbesnijdenis worden bestreden? Maar het relativisme wil niet weten van goede of slechte gewoontes – het verwerpt zo elk idee van morele vooruitgang.

Deze vragen worden zeker ook binnen de moslimwereld gesteld. De Egyptische journaliste Mona Eltahawy is zeer uitgesproken: „Ik wil de boerka en nikab in heel de wereld verboden zien. Niet alleen in West-Europa. Omdat ik denk dat het heel gevaarlijke instrumenten zijn in de pogingen om vrouwen weg te wissen.” (De Morgen, 16/3). Inderdaad: een wereld zonder boerka zou een betere wereld zijn. Deze kledij is een vernedering van vrouwen.

Het kan niemand verbazen dat dictaturen zich graag beroepen op zo’n cultuurrelativisme. Ze willen bemoeienis met de mensenrechten tegengaan. Dat zou neerkomen op ‘inmenging in binnenlandse aangelegenheden’. Het onderschrijven van de ‘inherente waardigheid van gewoonten’ kan overlopen in medeplichtigheid aan onderdrukking.

Juist Amnesty heeft zich vaak genoeg verzet tegen autoritaire regimes. Daarom is het zo vreemd dat ze in die kring niet zien dat vrouwen in Iran die zich tegen religieuze dwingelandij verzetten aan de kant staan van een open samenleving, terwijl vrouwen in Nederland die de naargeestige praktijk van totale verhulling verdedigen, zich keren tegen het idee van een open samenleving. Elk gesprek over de voor- en nadelen van een verbod zou moeten beginnen met deze morele keuze.

Een liberale rechtsstaat bestaat uit meer dan de letter van de wet. Misschien is het verbieden van de boerka in ons land geen goed idee, maar het bestrijden ervan lijkt me meer dan ooit nodig. Het zich afsluiten van de medemens botst met de wederkerigheid waarop een open samenleving is gebouwd. Ook Amnesty zou afkeer van deze religieuze onderwerping vooraf moeten laten gaan aan elke kritiek op wetgeving.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.