Hoe geheime diensten de media in hun greep houden

Geheime diensten Geheime diensten en media lijken op elkaar en hebben elkaar geregeld nodig. De afgelopen maanden werd die ingewikkelde relatie in Nederland actueel, nadat het een paar keer misliep.

Edward Snowden spreekt in 2016 via een videoverbinding bij de start van een campagne die toenmalig president Obama ertoe moest bewegen hem vrij te pleiten van het lekken van staatsgeheimen.
Edward Snowden spreekt in 2016 via een videoverbinding bij de start van een campagne die toenmalig president Obama ertoe moest bewegen hem vrij te pleiten van het lekken van staatsgeheimen. Foto Spencer Platt/Getty

Bazen van inlichtingendiensten die in talkshows en interviewprogramma’s verschijnen. De CIA die actief meewerkt aan de productie van Hollywood-films als Argo en Zero Dark Thirty. De Britse geheime dienst GCHQ die deze zomer een grote tentoonstelling opent en „voor het eerst GCHQ-geheimen onthult”, aldus de aankondiging.

Richard Aldrich noemt het allemaal „onderdelen van een charmeoffensief van geheime diensten richting publiek en media”. Aldrich is hoogleraar internationale veiligheid aan de Britse Universiteit van Warwick, en vooraanstaand expert op het gebied van geheime diensten.

Ze illustreren wat Aldrich al tien jaar geleden opschreef in de essaybundel Spinning Intelligence. Why Intelligence Needs the Media, Why the Media Needs Intelligence (2009). Zijn belangrijkste boodschap: geheime diensten en media lijken op elkaar en hebben elkaar geregeld nodig. Ze lijken op elkaar omdat beide onthullen, geheimen ontrafelen en bronnen beschermen. Ze hebben elkaar nodig omdat ze vaak afhankelijk zijn van elkaar voor het delen en publiceren van informatie. Dat was al zo bij het begin van de Koude Oorlog en geldt het laatste decennium nog steeds.

De afgelopen maanden werd in Nederland de relatie tussen diensten en journalisten actueel. In juni ontstond ophef over misdaadjournalist Bas van Hout, die zei als informant voor de AIVD gewerkt te hebben, tot diezelfde AIVD zijn naam liet uitlekken.

Begin juli spande de AIVD een kort geding aan tegen Volkskrant-journalist Huib Modderkolk. Hij had een concept van zijn boek over digitale oorlogvoering aan de dienst voorgelegd, maar volgens de AIVD daaruit niet genoeg staatsgeheime informatie geschrapt. Dat gebeurde op last van de rechter alsnog.

Rond het islamitische Haga Lyceum in Amsterdam, ten slotte, woedt in de media al maandenlang een slag om de beeldvorming. Informatie van de AIVD speelt daarin een belangrijke rol.

Wie het ingewikkelde aantrek- en afstootproces tussen media en diensten goed wil begrijpen, belandt bij twee gebeurtenissen uit 2005 en 2013, zegt Aldrich via de telefoon. In november 2005 onthulde Washington Post-journalist Dana Priest het bestaan van geheime ‘black site’-gevangenissen van de CIA. In de gevangenissen, onder meer in Oost-Europa gevestigd, werden burgers die werden verdacht van banden met terroristische organisatie Al-Qaeda, illegaal vastgehouden en verhoord, dit als onderdeel van de War on Terror.

De tweede ingrijpende gebeurtenis: acht jaar later, in 2013, schokte voormalig CIA-medewerker Edward Snowden de wereld en meer nog de geheime diensten met zijn onthullingen over spionage door de National Security Agency. Daarbij werden elektronische gegevens (mails, documenten, telefoongesprekken) van miljoenen burgers afgetapt.

Deze twee gebeurtenissen leidden tot een tweesporenaanpak, eerst bij de CIA, daarna ook bij andere geheime diensten in het Westen, vertelt Aldrich. „Die aanpak kwam hierop neer: minder geheimzinnig naar buiten, meer geheimzinnig naar binnen.” Pr-technieken werden ingezet om de relaties met het publiek te verbeteren. De diensten besloten meer naar buiten te treden en de banden met universiteiten aan te halen, die op hun beurt deskundigen leverden die in de media konden optreden. Intern werden klokkenluiders juist harder aangepakt, zoals degenen die ervan werden verdacht naar journalist Priest gelekt te hebben. De onthullingen hadden niet alleen de Amerikaanse regering van George Bush jr. in een lastig parket gebracht. Hetzelfde gold voor Europese regeringen die ‘gastheer’ waren van de CIA-gevangenissen of van het bestaan ervan wisten via hun nauwe contacten met de CIA – mogelijk ook Nederland.

Aldrich: „De verhalen van Priest leidden tot veel ophef en officiële onderzoeken van de Raad van Europa en het Europees Parlement. Ze veroorzaakten ook een debat tussen diensten in Europa en de VS. De CIA zei tegen de Europeanen: ‘Jullie hypocrieten! Jullie wilden graag dat we dat deden, zodat jullie ook van de verworven informatie gebruik kunnen maken, terwijl jullie ons nu openlijk bekritiseren.’ De Europeanen brachten daartegen in: ‘Dat klopt, maar wij dachten dat het bestaan van de black sites geheim was. We hadden nooit gedacht dat ze op de voorpagina van The Washington Post zouden belanden.’

Het debat resulteerde in nieuwe afspraken tussen de VS en Europeanen: beëindiging van illegale ondervragingen in de CIA-gevangenissen, versnelde inzet van (dodelijke) drones in de Amerikaanse oorlog tegen terreur, en daarnaast: het harder aanpakken van klokkenluiders binnen de dienst en journalisten die erover publiceerden. „Dat gebeurde op verzoek van de Europeanen”, zegt Aldrich. „De VS kennen nu eenmaal veel meer een cultuur van openbaarmaking.” De Europeanen vinden het bijvoorbeeld maar niets, aldus Aldrich, dat er in de VS „maar liefst een miljoen mensen rondlopen met de hoogste bevoegdheid qua toegankelijkheid tot staatsgeheimen” – en dus de meeste mogelijkheden tot lekken.

Dana Priest was de eerste die zelf met de backlash’ van haar primeurs te maken kreeg: boze CIA-mails, Fox News dat haar afschilderde als landverrader, doodsbedreigingen van het publiek. Verschillende CIA-medewerkers werden ontslagen. „Een duidelijke boodschap: praat niet met de media”, zei Priest.

De onthullingen van Edward Snowden in 2013 over de NSA werkten dit patroon verder in de hand. Het zorgde voor een ‘pr-probleem’, zegt Aldrich, van de NSA en andere diensten die massaal elektronisch gegevens van burgers met een ‘sleepnet’ aan het tappen waren. Tijdens de referendumcampagne in Nederland voor de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), voorjaar 2018, ontwikkelde het sleepnet zich tot krachtige metafoor, met dank aan Zondag met Lubach.

„De diensten reageerden met grotere voorlichtingsafdelingen en meer naar buiten treden in de media”, zegt Aldrich. Verhoging van de budgetten na de terroristische aanslagen in Europa vanaf 2014, en de gevoelde noodzaak de hogere uitgaven voor de belastingbetalers te verantwoorden, versterkten die tendens.

De CIA vergrootte zijn invloed in de voor het Amerikaans publiek belangrijke entertainmentwereld. „Ze gingen actief duizenden voorheen geheime documenten toegankelijk maken voor de makers van Argo en Zero Dark Thirty.” In beide films spelen CIA-agenten heldenrollen, respectievelijk bij de gijzeling van tientallen Amerikanen in Teheran (1979) en de opsporing en executie van Osama bin Laden (2011). Ook adviseerde de CIA-agent naar wie Ben Affleck in Argo werd gemodelleerd, de hoofdpersoon.

De twee films werden zo’n succes dat de een de ander verdrong bij de Oscarnominaties in 2013. Argo trok aan het langste eind. Het grimmige beeld van illegale CIA-gevangenissen dat Priest in 2005 had geschetst, vervaagde; de heldenrol van CIA-agent Tony Mendez die zes Amerikanen het land van ayatollah Khomeiny uit smokkelt, kwam ervoor in de plaats.

Geheimhoudingsbeleid

Minder bekend was dat het geheimhoudingsbeleid flink werd verscherpt. Onder president Barack Obama (2009-2017) werden acht mensen uit de inlichtingenwereld vervolgd voor het lekken naar de pers, „een absoluut record”, zegt Aldrich. De spionagewet werd aangescherpt, zodat iedereen die „belangen van de VS beschadigde”, kon worden aangepakt.

De CIA verstrakte het rekruteringsbeleid. Veel jonge, ambitieuze ‘techies’ die bij de dienst solliciteerden, vielen af, omdat ze een te zichtbaar spoor op sociale media achterlieten. „Tegenwoordig haalt de dienst zijn personeel uit landen waar je gemakkelijker onzichtbaar kunt blijven en een tweede identiteit kunt krijgen: Jordanië, de Filippijnen etcetera”, zegt Aldrich. Deze aanpak kan ook in Europa navolging krijgen, denkt de hoogleraar.

Lees ook: Zonder goede motivering kan AIVD geen ‘bulkhack’ doen

Regeringen en parlementen gingen meer nadruk leggen op nut en noodzaak van goed toezicht. Dat moest voorkomen dat geheime diensten te veel in de privacy van de burger zouden treden. In Nederland is de Wiv uit 2017 daar een voorbeeld van: er kwam een toezichthouder bij, de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden. Dat leek goed nieuws voor journalisten: meer kenniscentra over diensten en kritische rapporten die het bestaansrecht van de toezichthouder bewijzen.

Het is echter een misleidend gevoel, vindt Aldrich. De geheime diensten ontwikkelden volgens hem manieren om het strenger toezicht, althans deels, te omzeilen. Door de golf jihadistische aanslagen in Europa en de VS vanaf 2014, werden westerse diensten nog veel meer dan vroeger gedwongen met elkaar samen te werken. Met name in Europa gingen diensten veel meer informatie uitwisselen. „Dat bood een voordeel”, aldus de hoogleraar in Warwick: „Namelijk onttrekking aan nationaal toezicht. Je kon als dienst bij onderzochte misstanden door toezichthouders verwijzen naar het buitenland als bron van het kwaad.”

Media, heel vaak nationaal georiënteerd, wisten niet goed om te gaan met deze verschuiving, constateert hij. „Internationaal georganiseerde burgerinitiatieven sprongen in het gat.” Het onderzoekscollectief Bellingcat, actief op bijvoorbeeld het MH17-dossier, is daar een goed voorbeeld van. Overigens bieden burgerinitiatieven de traditionele media ook kansen. Aldrich: „De onthullingen van The Washington Post over de black sites van de CIA, kwamen voort uit informatie van vliegtuigspotters uit diverse landen, die gegevens over vliegtuigen en vliegtuignummers uitwisselden. Daar zaten toevallig ook vliegtuigen tussen die voor de transporten naar de illegale CIA-gevangenissen hadden gezorgd.” De ontdekking van de spotters inspireerde niet alleen The Washington Post. Ze leverde tevens materiaal voor een spannende aflevering in de Deense tv-serie Borgen, die ook in Nederland furore zou maken.