Duizenden protesteren in Honduras tegen ‘narco’ als president

Justitie in de VS beschuldigt de president van Honduras ervan drugsgeld aangenomen te hebben voor zijn campagne. Betogers eisen zijn vertrek.

Een betoger houdt een bordje vast met daarop de tekst ,,Weg met JOH".
Een betoger houdt een bordje vast met daarop de tekst ,,Weg met JOH". Foto Gustavo Amador/EPA

Duizenden betogers hebben dinsdag in Honduras gevraagd om het aftreden van president Juan Orlando Hernández naar aanleiding van beschuldigingen van het aannemen van drugsgeld. Scanderend trokken zij door de hoofdstad Tegucigalpa richting het Congres. Het protest draaide uit op drie brandstichtingen en botsingen met de politie, die volgens persbureau Reuters traangas en waterkanonnen inzette.

„Weg met de narco, weg met JOH!”, riepen de demonstranten. Het protest was georganiseerd door een coalitie van vakbondsleden en ambtenaren. Zij protesteren al langer tegen het beleid van de president, aanvankelijk naar aanleiding van diens politieke plannen. Persbureau AFP schat dat bij de protesten zo’n 10.000 mensen aanwezig waren. Aanhangers van de president gingen ook de straat op voor een tegendemonstratie. „Leve JOH!”, riepen zij onder meer.

Drugsgeld

Aanleiding voor de demonstratie van dinsdag zijn stukken die de Amerikaanse justitie vrijdag heeft ingediend bij een rechtbank in New York. Daarin werd gesteld dat de president 1,5 miljoen dollar (1,3 miljoen euro) aan drugsgeld heeft ontvangen voor zijn verkiezingscampagne in 2013. In ruil daarvoor zou hij de georganiseerde misdaad beschermen. Justitie heeft „aanwijzingen voor politieke corruptie op hoog niveau”, citeerde persbureau AP eerder de documenten.

Bij de zaak is ook de broer van de president (Juan Antonio Hernández, ook wel Tony genoemd) betrokken. Hij werd in november aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij drugssmokkel. Ook oud-president Porfirio Lobo zou een rol gespeeld hebben. President Hernández ontkent de aantijgingen en spreekt van valse beschuldigingen van drugsbendes die hem aanvallen omdat zijn regering hen juist onder druk zet.