De NRC-zomerwandeling: lopen waar je soms niet kunt lopen

Seizoenswandeling Geen seizoen is hetzelfde in de Millingerwaard. In de wilde riviernatuur kun je struinen tussen schietwilgen en fladderiepen (afstand: 13 kilometer).

Illustratie Tjarko van der Pol

Schietwilgen en fladderiepen: zelfs de namen van de boomsoorten in de Millingerwaard vergroten het avonturiersgevoel. Tussen de stammen klinkt spechtengeroffel, her en der liggen omgevallen bomen. In het voorjaar staat het hier, in de bossen langs de Waal, vaak onder water, maar vandaag is het kurkdroog. En koel – een aangename afwisseling met de open vlakte verderop, waar de vegetatie hooguit tot je knieën komt en de zon genadeloos brandt.

Jaren geleden wandelde ik voor het eerst door deze uiterwaarden en het voelde alsof ik een geheime plek ontdekt had. De Millingerwaard en de Klompenwaard (respectievelijk ten zuiden en ten noorden van de Waal) liggen iets verder van Nijmegen af dan de Ooijpolder. Minder mensen dus, en ook minder asfalt. Een gebied voor wie van struinen houdt. Naar hartenlust van de gebaande paden afdwalen, avonturieren over overwoekerde paadjes. Zoals hier door de ruige ooibossen: bos dat gemaakt is voor kleiige rivieroevers. De schietwilgen danken hun naam aan het tempo waarmee ze de lucht inschieten – tot tientallen meters hoog. De fladderiepen, in het naastgelegen hardhoutooibos, hebben bladeren op steeltjes. Hun verwanten groeien langs de Wolga en de Donau, waar ze ook regelmatig onder water staan.

Geen seizoen is hetzelfde in de Millingerwaard. Het zandpad aan het begin van de route is alleen begaanbaar bij laag water. In de winter en de lente, bij hogere rivierafvoeren door regen en sneeuw, verandert dit gebied in een Atlantis. Vossen, reeën en wilde paarden vluchten dan naar de hoger gelegen gebieden en de ooibossen veranderen in een soort mangroves.

Alles stroomt, niets blijft. In die tijdelijkheid schuilt iets moois. Over een jaar zal het hier alweer anders ogen. Rechts van het zandpad zijn graafmachines druk in de weer. Om de waterstand van de Waal te kunnen verlagen bij hoog water wordt een deel van de Millingerwaard afgegraven. Door die verruiming ontstaat meer ruimte voor de rivier: het waterpeil staat dankzij de werkzaamheden zo’n 9 centimeter lager dan voorheen.

De eerste maatregelen voor de verlaging werden ruim 25 jaar geleden al genomen, toen het gebied nog uit akkers en weiden bestond. Sindsdien is de Millingerwaard uitgegroeid tot schoolvoorbeeld van de wilde riviernatuur in Nederland.

Op de vlucht voor de zon ga ik van het zand het wilgenstruweel in, en loop een stuk parallel aan het hoofdpad, via een in onbruik geraakt paadje. Liever brandnetels dan zonnebrand, en bovendien zie ik de eerste rijpe bramen. In de verte springt een ree weg.

Het bospaadje eindigt in een bloemenweide, en het laatste stukje naar de pont voert door een zee van geel en paars en groen. Vorig jaar rond deze tijd zag het hier wit van de zomersneeuw, vertelt een passerende fotograaf. Die zomersneeuw is een poëtische term voor de grote wolken eendagsvliegen die hier soms massaal het loodje leggen. De larven van de soort (de officiële naam is schoraas of Ephoron virgo) leven een jaar in het water alvorens uit te vliegen voor hun kortstondige paringsdans. Lange tijd was er geen vlokje zomersneeuw te zien: in de jaren dertig van de vorige eeuw verdwenen deze eendagsvliegen uit Nederland door de slechte kwaliteit van het rivierwater. Pas sinds de jaren negentig zijn ze rond de Rijn en de Waal weer te zien.

Illustratie Tjarko van der Pol

Bij veerpont de Halve Maan word ik opgewacht door wilde paarden. Het pontje zelf komt aanvaren vanaf de overkant, zigzaggend op de stroming van de Waal. De schipper lacht als hij mijn outfit ziet – sjaal over mijn hoofd tegen de zonnesteek, jas over mijn nu al verbrande schouders. „Heb je het soms koud?” Op het water is het aangenaam koel, en even overweeg ik om me de hele dag heen en weer te laten varen. 1,50 euro per 5 minuten overtocht – voor 150 euro zou ik ruim 8 uur aan de hitte kunnen ontsnappen.

Maar de overzijde lonkt. Struinend door de Klompenwaard bereik ik Fort Pannerden. Dat werd tussen 1869 en 1872 gebouwd als oostelijke uitschieter van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, precies op het punt waarde Rijn zich splitst in het Pannerdensch Kanaal en de Waal. In de koele, donkere gangen van het fort eet ik een ijsje en raak ik in gesprek met Co, een van de chauffeurs van de pendeldienst tussen het fort en de parkeerplaats. Ik mag een stuk meeliften op zijn knalblauwe elektrische Tuktuk (wéér frisse wind) en loop dan langs de dijk terug naar de pont.

Terug aan de zuidkant van het water loopt het pad langs een oude steenfabriek, waar klei uit de omgeving werd gebruikt om bakstenen – ook wel ‘tichels’ genoemd – van te maken. De kleiputten zijn nu nog te zien als waterplassen in de uiterwaarden: de tichelgaten. Op de kleirichels die overblijven, bijvoorbeeld in de buurt van Kekerdom, groeien de schietwilgen.

Iets voorbij de steenfabriek ligt de Millinger Theetuin. Een oase voor de dorstige wandelaar, vol mozaïektegels en verborgen hoekjes.

Na een korte blik op het hoogste rivierduin van Nederland – tien meter hoog, en nog altijd groeit het aan – zet ik koers naar het beginpunt van de route. Onderweg passeer ik het ‘vogelkijkhuis’: een riante hut aan het water, vanwaaruit met wat geluk ijsvogel, zwarte stern én bever te zien zijn, maar vandaag lijken alle dieren met zomerreces.

Vanuit de hut loop ik een stukje over een door distels omzoomd pad, dat uitkomt op de zandvlakte bij het beginpunt. Nog altijd brandt de zon, en het restje water in mijn bidon is lauwwarm. Dan ontwaar ik in de verte wat witte stipjes in de lucht. Bloemenpluis? Eendagsvliegen? Laat die zomersneeuwstorm maar komen.

De route

(13 kilometer)

Start- en eindpunt: Parkeerterrein De Lange Paol, Botsestraat 100, 6579 JC Kekerdom. Per ov: Breng-bus lijn 80 vanaf station Nijmegen, richting Millingen, 2 maal per uur (’s avonds en ’s zondags 1 maal), halte Kekerdom Weverstraat, vanaf halte 600 m. richting Millingen. Of per ov-fiets vanaf Zevenaar, 8 km. Veerpont Millingerwaard-Klompenwaard (in juli/aug. dagelijks, mei/juni/sept. in de weekends en op feestdagen), € 1,50 p.p., alleen contant, vaart niet bij extreem hoog of laag water.

LA/RA = linksaf/rechtsaf

RD= rechtdoor

Vanaf het parkeerterrein de dijk over, fietspad kruisen, door klein klaphek links van het brede hek; blauwe paaltjes volgen. Eerste RA over lage dam (alleen bij laag water), daarna pad langs hek vervolgen. Bij einde hek RD klein pad nemen en bij T-splitsing in bosje LA klein pad volgen (let op lage takken en brandnetels). Terug op het brede pad aan eind bosje bij 3-sprong RD, met bocht naar rechts omhoog; vlak voor verharde weg LA zandpad op. Bij T-splitsing RA, hoofdpad volgen tot 3-sprong. Hier scherp RA omhoog naar de dijk (langs paaltje fietsroute Ooij), op fietspad even RA en kort daarna bij wegwijzer LA afdalen naar de pontsteiger.

Na de oversteek even RD omhoog en bij paaltje Struinroute Waal RA, klein graspad op. Blijf dit volgen (de paaltjes zijn schaars) met het water aan de rechterhand. Als het water naar rechts buigt beetje links aanhouden (koersen op twee slanke schoorstenen). Voor het volgende water rechts afbuigen en dit water aan de linkerhand houden tot het eind. Hier LA en daarna RD klein pad omhoog naar het weggetje op de dijk en daar RA tot fort Pannerden.

Vanaf fort Pannerden weer terug over de dijk (eventueel met Tuktuk, gratis) tot Waaldijk en daar LA. Graspad links onder langs de dijk volgen, bij asfalt zijweg omhoog, dijk over, rechts naar beneden, door klaphek LA en pad evenwijdig aan dijk volgen. Door het volgende klaphek LA omhoog de dijk weer op, daar even RA en vervolgens LA naar beneden naar de pontsteiger. Terug in de Millingerwaard omhoog naar de weg op de dijk en daar RA. Waar de weg eindigt RD fietspad op, bij 4-sprong RD naar Theetuin (entree 5 euro, inclusief consumptie).

Vanaf Theetuin even zuidwaarts op en neer naar rivierduin en terug naar 4-sprong, daar pad richting vogelkijkhut en Lange Paol nemen. Zijpad links negeren, bij T-splitsing RA en aan het eind, waar breed pad naar rechts buigt, LA klein pad nemen, langs vogelkijkhut. Zijpad rechts negeren, pad volgen tot eind. Waar het dijkje is weggeslagen even links naar beneden, daarna dijkje weer op en pad volgen tot startpunt van de route.