De Notre-Dame zal in 2024 weer blinken, zegt Macron

Restauratie De door brand geteisterde Notre-Dame is gezekerd. Maar het instortingsgevaar is nog niet verdwenen.

Het ingestorte dak van de Notre-Dame in Parijs, drie maanden na de brand
Het ingestorte dak van de Notre-Dame in Parijs, drie maanden na de brand Foto Stephane de Sakutin/Pool/REUTERS

Drommen toeristen trekken nog steeds dagelijks in processie langs. Rond Notre-Dame de Paris mag drie meter hermetisch hekwerk met prikkeldraad staan, het weerhoudt de bezoekers er niet van als vanouds hun selfies te maken. Zo van de voorkant bezien valt de schade aan de kathedraal waar op 15 april een hevige brand woedde op het eerste gezicht mee. De kenmerkende hoekige klokkentorens zijn even instagrammable als altijd. Maar schijn bedriegt.

Aan de noordelijke zijkant is van dichtbij te zien wat het vuur heeft aangericht en welk werk inmiddels verzet is om verdere schade te voorkomen. Immense houten constructies houden de middeleeuwse steunbogen overeind. Ook de zijbeuken met rozetten, instabiel geworden doordat het dak als dragende constructie verloren is gegaan, zijn gezekerd.

Ingestorte steigers in de Notre-Dame Foto Stephane de Sakutin/Pool/REUTERS

Binnenin de kerk – buiten het blikveld van passanten – hebben robots het grootste deel van het zwartgeblakerde puin van het verwoeste dak en de dakspits verwijderd. Minutieus zijn alle resten bewaard en genummerd om in ieder geval op papier het oorspronkelijke dak zo precies mogelijk te kunnen restaureren.

Het opruimen en het vrijwaren van instortingsgevaar van de kathedraal is nog lang niet klaar, zei hoofdarchitect Philippe Villeneuve, die de restauratie leidt, in juli tegen Franse media. Extreme wind of een nieuwe hittegolf kan sommige delen nog steeds in gevaar brengen. Regen is inmiddels geen risico meer: nadat vele honderdduizenden liters bluswater de stenen verzadigd hebben, had het van boven waterdicht maken van de muren de hoogste prioriteit.

De daadwerkelijke restauratie kan pas in de loop van 2020 beginnen, aldus Villeneuve in de krant La Croix. Het helpt niet dat eind juli de werkzaamheden op last van de prefect van Parijs tijdelijk zijn stilgelegd nadat te hoge loodconcentraties, afkomstig van het dak, waren geconstateerd. Maar als nieuwe tegenslagen uitblijven, dan is het volgens de officials goed mogelijk om de door Emmanuel Macron gestelde termijn van vijf jaar te halen. De Franse president wil dat Notre-Dame weer blinkt als Parijs in 2024 de Olympische Spelen organiseert.

Om het tempo erin te houden, nam de Assemblée Nationale daarom op 16 juli in definitieve vorm een noodwet aan die voorziet in de oprichting van een speciaal bestuursorgaan dat met vertegenwoordigers van de staat (eigenaar van het monument), de stad Parijs en de katholieke kerk de restauratie in goede banen moet leiden. Een oud-generaal, Jean-Louis Georgelin, zwaait de scepter. Expliciet is in de wet vastgelegd dat de vele giften die particulieren en bedrijven eind april beloofd hebben „exclusief” ten goede komen aan restauratie van de kathedraal of aan het opleiden van gespecialiseerde vakmensen. Er is een groot tekort aan steenhouwers, houtbewerkers en glas-in-loodspecialisten. De ministeries van Arbeid en Onderwijs zijn samen met beroepsorganisaties en scholen een wervingsprogramma begonnen. 850 miljoen euro aan giften is toegezegd, maar volgens cultuurminister Franck Riester is daarvan pas zo’n 10 procent daadwerkelijk binnen.

Een verwoest deel van het ribgewelf van de Notre-Dame Foto Stephane de Sakutin/Pool/REUTERS

Vergeefs probeerde de politieke oppositie in de wet verankerd te krijgen dat de kathedraal „op identieke wijze” herbouwd moet worden. Vooralsnog is geen besluit genomen over het al dan niet reconstrueren van de eikenhouten dakconstructie. Een mogelijkheid is dat die, zoals bij de kathedraal van Reims gebeurde, vervangen wordt door een minder wegende betonnen variant. Dat de wet de regering toestaat om via decreet bepaalde regels op het gebied van stadsplanning, milieu of transport te omzeilen, leidde tot enige zorgen bij erfgoedspecialisten. Maar Riester stelde hen voorlopig gerust. „We zullen snelheid niet verwarren met haast”, zei hij in de Assemblée.