De kerk als ‘slow tourism’

Religieus erfgoed Hoe kunnen de 6.000 kerken van Nederland ondanks de ontkerkelijking behouden blijven? Veel gemeenten denken na over herbestemming.

De Christus Koningkerk in Rotterdam is nu een luxe appartementencomplex met parkeergarage.
De Christus Koningkerk in Rotterdam is nu een luxe appartementencomplex met parkeergarage. Foto Rob van Dullemen

Op het visitekaartje van Frank Strolenberg van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staat ‘programmamanager toekomst religieus erfgoed’. Hoewel hij zich „al dertig jaar bezighoudt” met erfgoed, heeft hij deze functie nog niet zo lang. Om precies te zijn: sinds zijn dienst onderzoekt hoe de ruim 6.000 kerkgebouwen in Nederland „ondanks de toenemende ontkerkelijking” behouden kunnen blijven.

Dus reist Frank Strolenberg tegenwoordig heel Nederland door – „een soort reli-roadcircus is het” – om voorlichting te geven over kerkenvisies: plannen voor de toekomst van alle kerkgebouwen binnen een gemeente. Voor het maken van die plannen heeft het kabinet vorig jaar 9,5 miljoen euro uitgetrokken, waarvan een niet onbelangrijk deel opgaat aan procesbegeleiding. Strolenberg: „Dat komt omdat gemeente, kerkeigenaren en omwonenden vaak voor het eerst sinds jaren met elkaar om de tafel zitten.”

Kerkgebouwen vormen vaak het middelpunt van een wijk of dorp, heet het in een speciale animatievideo die hij vaak laat zien, maar kennen verschillende belanghebbenden. „Dat kan de discussies moeizaam maken, al helemaal als de oplossing van kerk tot kerk gezocht moet worden.” Om het aantal discussies te beperken, en om een beter overzicht te hebben, komen in een kerkenvisie alle kerkgebouwen (inclusief synagogen, moskeeën en al herbestemde kerken) in een gemeente aan bod: wat doen we straks met welk gebouw? Meestal betreft het enkele tientallen gebouwen, een enkele keer meer dan honderd. De Friese gemeente Súdwest-Fryslân – 160 kerken verspreid over zes Friese steden en 83 dorpen en buurtschappen – is een uitschieter. Meer dan vijftig gemeenten hebben zich intussen aangemeld voor het maken van een kerkenvisie. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed komt dit najaar met een voorbeeldboek van mogelijke functies in kerkgebouwen, van A (appartementen) tot Z (zorg).

Terwijl de belangstelling voor het geloof afbrokkelt, lijkt die voor kerkgebouwen alleen maar toe te nemen. Twee jaar geleden nog maar ontving het Utrechtse Museum Catharijneconvent (voor religieuze kunst) bijna 1 miljoen euro van de BankGiroLoterij voor het idee van het ‘Grootste Museum van Nederland’: kerken krijgen een informatiebalie en een audiotour, om zo bezoekers te kunnen ontvangen. Projectleider Boukje Schaap: „Wat musea proberen te bieden, hébben kerken al: je gaat naar binnen en je krijgt een totaalbeleving.”

Kerken op vakantie

Maar toch. In Nederland zijn de deuren van kerkgebouwen vaak gesloten, Nederlanders stappen vaak pas een kerk in als ze op vakantie zijn in Frankrijk of Italië. En de kennis van wat je om je heen ziet in een kerk is drastisch geslonken.

Schaap: „Dat gebrek aan kennis maakt een bezoek in zekere zin ook makkelijker. Je weet niet van wie dat vrouwenbeeld is, of dat het hek rond de preekstoel de dooptuin vormt, maar je vindt het mooi om naar te kijken, je hebt er een open blik voor.” Frank Strolenberg: „En kerken staan niet alleen voor geloof, maar ook voor waarden die wij opnieuw belangrijk vinden: inclusiviteit, solidariteit, naastenliefde, duurzaamheid.”

Lees ook dit wandelinterview met cultuurminister Ingrid van Engelshoven: ‘Een kerk is een baken, een ankerpunt’

De gebouwen vervullen ook een sociale rol, blijkt zodra ze worden bedreigd. Strolenberg: „Je denkt: er gaat een gebouw dicht. Maar het is meer dan een gebouw, het is het sociaal kapitaal van mensen die maatschappelijk werk doen, samen in het koor zitten, de tuin onderhouden, het koper poetsen, activiteiten organiseren.” En gelovig of niet, zegt hij, omwonenden hechten vrijwel altijd aan hun kerk. „Als je mensen vraagt of een kerkgebouw belangrijk is, dan zeggen ze bijna allemaal ja, ook al zijn ze allang seculier, of zijn ze pas twaalf jaar oud. Mensen hebben iets met kerken, het zijn iconische gebouwen met betekenis voor hun wijk of dorp, zo wordt dat gevoeld.” 

In opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed deed Holland Marketing eerder dit jaar onderzoek naar de ‘interesse in religieus erfgoed’. Bezoek aan kerkgebouwen blijkt daarbij op drie manieren interessant voor toeristen: als onderdeel van een city trip (je gaat naar Utrecht en bekijkt dan ook de Domkerk), horend bij een thematische reis (de kerken langs het Pieterpad) of, derde mogelijkheid: kerkbezoek als hoofdreden van een verblijf.

Voor dat laatste lijken een vijftal gebieden met uitzonderlijk veel kerken geschikt: Utrecht, de stad die letterlijk op haar religieuze verleden is gebouwd, het westen van Noord-Brabant, het zuiden van Limburg en, ten slotte, het noorden van Friesland en Groningen, waar langs de Waddenkust vele tientallen romaanse kerkjes bewaard zijn gebleven. Slow tourism of ‘bezinningstoerisme’ was dan ook onlangs het onderwerp van een bijeenkomst in Groningen, met zulke verschillende deelnemers als de provincie, Staatsbosbeheer, Marketing Groningen, Museum Catharijneconvent en de Stichting Oude Groninger Kerken. Die stichting bestaat dit jaar vijftig jaar en heeft inmiddels meer dan negentig kerken in eigendom en beheer, veel zijn van de ondergang gered door ze een andere bestemming te geven: concerten, tentoonstellingen, eetgelegenheden. En, met een vooruitziende blik: driekwart ervan is elke dag open, je kunt gewoon naar binnen lopen.