Opinie

De gebruiker van lachgas is daarvoor zelf verantwoordelijk

Roesmiddelen

Commentaar

Vorige week opende in het Limburgse Venray de eerste lachgaswinkel zijn deuren. Tot dan was het alleen online te koop of in winkels voor horecatoepassingen, als drijfgas vooral voor slagroom. Daarmee claimt lachgas als partydrug vaste grond onder de voeten: een eigen markt en een echte winkel. De initiatiefnemer hanteert de bekende argumenten. Een veilige omgeving, geen overlast op straat, goede informatie. Met als echte doel de verdere normalisering van dit roesmiddel als consumptiegoed. De eerste lachgasshop, waarom ook niet? Consumptie is niet verboden, de productie ook niet. De risico’s zijn overzichtelijk. Dus waar hebben we het over? Maar toch: is dit wel een gewenste ontwikkeling? Of is dit een uitvloeisel van ‘Nederland partyland’?

Lachgas heeft een medische geschiedenis, als eenvoudige verdoving bij de tandarts, in de ambulance of bij een bevalling. Maar een geneesmiddel is het niet, althans niet meer sinds het EU-hof en in navolging daarvan de Hoge Raad, in 2016 vaststelden dat het geen therapeutische werking heeft. Sindsdien valt het onder de Warenwet, zodat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bevoegd is. Die liet uitzoeken of het riskant is voor de gezondheid. Het antwoord was nee, althans „bij doorsnee recreatief gebruik” van minder dan tien ballonnen, maandelijks of minder frequent. Geen reden dus om te handhaven, vond de NVWA.

Dus is het aan gemeenten om de distributie te reguleren. Amsterdam wil alvast geen ‘lachgaskoeriers’ Venray is ook niet blij. De kwestie wietverkoop werpt hier een lange schaduw. Die combinatie van gedogen, vervolgen, afraden en gedoseerd toelaten vinden maar weinig bestuurders achteraf het herhalen waard.

Welke norm past er nu bij lachgas? Moet er ruimte zijn voor ‘normaal’ gebruik? En wat is dat dan? Alleen boven de 18? Mits met mate? Niet op school? Alleen onder toezicht? Niet op straat? Alleen lachgas mét keurmerk? Nooit in combinatie met alcohol of andere roesmiddelen? Verkoop, alleen bij de drogist, met bijsluiter? Alleen via een staatsloket? Alleen aan ingezetenen? Geen wegwerppatronen, maar statiegeldverpakking? ‘Dit feest is lachgasvrij’?

Volgens het Trimbos-instituut is het hoofdzakelijk uitgaanspubliek tussen de 15 en 35 dat belangstelling heeft. Een op de tien in deze groep gebruikte het „ooit”. De indruk is wel dat lachgas populairder wordt. Het is goedkoop, makkelijk en snel. Het tripeffect duurt enkele minuten. Veel risico’s kleven er niet aan. Verslaving komt niet veel voor, maar is niet uit te sluiten. Wie het langdurig gebruikt, kan een vitamine-B12-tekort oplopen. Tintelingen en gevoelloosheid treden wel op. Wie zwanger is, verkouden, of veganist wordt het afgeraden. Met ‘na-ijleffecten’ moet worden gerekend. Er waren al verkeersongelukken waarbij gebruik werd vermoed. Wie drinkt én lachgas gebruikt of andere drugs, is zeer onberekenbaar, ziet de politie.

Wie is hiervoor nu verantwoordelijk? Het korte antwoord: de gebruiker zelf. Wie roesmiddelen wil gebruiken, moet precies weten wat hij zichzelf aandoet. Hoe meer keus in roesmiddelen, hoe zwaarder de zorg- en informatieplicht dus. Verkeersdeelname is voor ieder die onder invloed is van wat hij heeft gedronken, gespoten, gerookt of ingeademd, vanzelfsprekend taboe. Gebruik van geen enkel middel mag ooit een gevaar voor een ander opleveren. Wie middelen combineert, kan daar per definitie niet aan voldoen. De rol van de overheid hoeft vooralsnog niet groter te worden. Beheersing is een kwestie van de huidige regelgeving en ieders eigen verantwoordelijkheid.