Daken van ‘lege dozen’ zijn ideaal voor zonneparken

Profiel zonne-energieproducent De vraag naar zonne-energie leidt tot een zoektocht naar platte daken, bijvoorbeeld van distributiecentra. Sunrock speelt daar op in.

Een aanzicht van bovenaf op zonnepanelen op het dak van een fabriek.
Een aanzicht van bovenaf op zonnepanelen op het dak van een fabriek. Foto Istock

Wat doe je als je heel Nederland aan de zonnepanelen wilt krijgen? Dan zoek je naar nieuwe mogelijkheden in de lucht. Het Amsterdamse bedrijf Sunrock (35 medewerkers) is bezig ruim anderhalf miljoen zonnepanelen aan te brengen op daken van grote logistieke gebouwen in Nederland.

Meer distributiecentra betekent ook meer dak, dacht Johannes Duijzer (32) begin 2017. Als ondergrond voor zonnepanelen is dat handiger dan bijvoorbeeld een weiland: geen lastige vergunningstrajecten, geen ruzie met omwonenden die hun uitzicht verpest zien én je voegt een nuttige functie toe aan ‘dozen’ die vaak als grijs en lelijk worden ervaren.

Duijzer: „Het is eigenlijk een no-brainer.”

Die strategie heeft Sunrock inmiddels tot een typisch energietransitiebedrijf gemaakt – met wat hulp van de overheid. Het wist dit jaar de meeste subsidie voor dakpanelen binnen te halen. De overheid deelt die uit aan duurzame-energiebedrijven op basis van de verwachte stroomproductie. Omzetcijfers wil Duijzer uit concurrentiegevoeligheid niet kwijt. Wel zegt hij dat Sunrock voor de komende drie jaar zo’n 400 miljoen euro ophaalt bij banken en investeerders.

De meeste zonnestroom eindigt via energiebedrijven bij consumenten en andere bedrijven

Zo nam Sunrock bijvoorbeeld eerder dit jaar 88.000 vierkante meter dak in gebruik van het distributiecentrum van CoolBlue in Tilburg. Straks heeft het bedrijf driehonderd gigantische zonneparken, voldoende om 200.000 huishoudens van stroom te voorzien. Daarmee is het een van de grootste zonne-energieproducenten in Nederland – én eind dit jaar vermoedelijk de op twee na grootste huurder van logistiek vastgoed, na onder andere DHL. „Dat is natuurlijk een beetje een grapje”, zegt Duijzer. „We huren alleen het dak.”

België sneller

Het heeft wat tijd gekost voordat de zaken in Nederland gingen lopen, vertelt Duijzer in het hippe kantoor van Sunrock in het zuidwesten van Amsterdam – het gebouw verliest om de paar minuten een seconde zonlicht door vliegtuigen die Schiphol naderen. Na zijn studie bedrijfskunde begon Duijzer met een klein team in 2011 zonneparken in België op te kopen. Daar was de ontwikkeling veel sneller gegaan. Sommige ondernemers wilden van hun park af, omdat ze bijvoorbeeld geld nodig hadden voor hun bedrijf. Het gaf hem de kans te leren hoe zonnepanelen werken: welke types zijn goed en welke niet, hoe zit het met onderhoud aan de panelen?

Toen ook Nederland een paar jaar geleden warm begon te lopen voor zonneparken, verlegde Sunrock de focus. Medewerkers gingen de vakbeurzen op om contact te leggen met vastgoedpartijen: of ze er geen oren naar hadden nog iets te verdienen met hun dak, en dat bovendien te vergroenen?

Direct het stroomnet op

De meeste bedrijven zien daar wel wat in, zegt Duijzer. Maar ze willen wél een goede prijs voor het verhuren van hun dak, ongeveer 1 euro per vierkante meter per jaar. „En het installeren van de panelen moet vooral op een veilige manier, die de huurder niet stoort.” Als een paneel vervangen moet worden, wil je immers niet dat je beneden de stroom moet uitschakelen en geen spullen kan inpakken.

Dat geldt al helemaal als het distributiecentrum zelf niet de afnemer is van de stroom. Anders dan het lijkt, is veel elektriciteit die de panelen opwekken niet bedoeld voor het bedrijf eronder, maar gaat ze direct het stroomnet op. Binnen en buiten zijn volledig gescheiden.

„Dat is ook het meest logisch”, zegt Duijzer. Hij loopt naar een groot scherm dat de stroomproductie van een pand in het Brabantse Oosterhout toont. In de grafiek is een duidelijke piek zichtbaar op het moment dat het buiten licht is. „Een distributiecentrum gebruikt daar misschien op een dag een kwart van. Vooral tijdens het opstarten.” De meeste zonnestroom eindigt zo via energiebedrijven bij consumenten en andere bedrijven.

Uitwijken naar het weiland

Hoe kijkt de directeur eigenlijk aan tegen de groeiende weerstand bij de bouw van logistieke centra? Op dit moment onderzoekt het College van Rijksbouwmeesters de impact van die panden op het Nederlandse landschap, om te kijken of strenger beleid nodig is.

Zal Sunrock niet op een dag ook moeten uitwijken naar weilanden? Duijzer: „Ik geloof voorlopig niet dat er minder gebouwd gaat worden. Nederland is echt een logistiek land.”

Hij wijst op de ontwikkeling van nieuwe panden rondom onder meer Arnhem en Nijmegen, aan de rand van de traditionele logistieke corridor van Rotterdam naar Venlo. „Dat vinden wij fantastisch. Het zijn allemaal nieuwe klanten.”