Ingrid van Engelshoven: ‘Een kerk is een baken, een ankerpunt’

Kerkwandelen Hoewel ze niet gelovig is, heeft cultuurminister Ingrid van Engelshoven een speciale band met kerkgebouwen. Het zijn oriëntatiepunten, vertelt ze tijdens een wandeling van kerktoren naar kerktoren.

De vorige keer dat we elkaar spraken zaten we in haar kamer op het ministerie, allebei een rok aan en op hakken. Het gesprek ging over extra geld voor erfgoed: dit kabinet trekt 325 miljoen euro uit voor het behoud van erfgoed en monumenten, met name kerkgebouwen. Cultuurminister Ingrid van Engelshoven is van D66. De vraag luidde: „Is het geld voor die kerken niet een concessie aan de christelijke partijen in het kabinet?” Nee, antwoordde ze: „Ik voel me thuis bij dit verhaal. Kerken spelen een enorme rol als het gaat om de herkenbaarheid van het landschap. Als je wandelt, en dat doe ik veel, loop je vaak van kerk naar kerk.”

Vandaag draagt ze wandelschoenen en een rugzakje. Het is zaterdagmorgen, een paar weken geleden zei ze ja op het verzoek over dit onderwerp verder te praten „in een wandelinterview van kerk naar kerk”. Uit de mail van haar woordvoerder: „De minister is enthousiast, ze heeft al helemaal de route in haar hoofd. Rond 10 uur start bij Hotel Oortjeshekken in Ooij. Via het Hollands-Duits gemaal richting Nijmegen. Dan langs museum Valkhof en tot slot naar de Stevenskerk. PS: Ze vroeg zich wel af of je een beetje doorliep ;-)”

De woordvoerder is er vandaag niet bij, evenmin als beveiliging trouwens: die is er nooit bij. „Ingrid”, stelt ze zich voor aan de fotograaf, wanneer haar chauffeur haar heeft afgezet. In de auto van de fotograaf rijden we eerst naar Kekerdom: met zicht op het buitendijkse kerkje is dat een mooie plek om te fotograferen. Vervolgens terug naar Ooij voor een foto op de Kerkdijk. Hij zet ons af bij een pad aan de Vlietdijk, als je dat afloopt kom je uit bij de Ooijsedijk. Na bijna een uur wandelen zijn we bij het gemaal aan de rand van Nijmegen, nog twintig minuten later bij de Stevenskerk.

Waarom zei u meteen ja?

„Ik vind dit onderwerp belangrijk. Maar dit is ook mijn manier om te ontspannen. Ik ben jaren geleden gaan wandelen dankzij mijn man, wij wandelden altijd op vakantie. En nog steeds, volgende week hebben we weer een wandelvakantie. Maar ik wandel ook vaak alleen, ik heb ontdekt dat wandelen een goede manier is om uit te rusten. Je bent de hele dag buiten, je komt in een soort ritme – alles in je hoofd gaat langzaam weer op de goede plek zitten. Dan neem ik op zaterdagmorgen de trein, stap ik ergens uit om te wandelen, ’s avonds neem ik een hotelletje en de volgende dag loop ik nog een stuk. Wandelen doe je in een tempo waarin je veel opmerkt. De natuur natuurlijk, maar ook de objecten in het landschap. Je gaat letterlijk van kerktoren naar kerktoren. Dan denk je: oh ja, die kerk, die kant moet ik op. Een kerk is een baken, een oriëntatiepunt.”

Eenmaal bij zo’n kerk, zegt ze, gaat ze ook vaak even naar binnen: „Ik ben niet religieus, dus het is niet met een bepaald doel. Maar als je in een kerk bent, en je kan er een kaarsje opsteken, dan doe ik dat. Je steekt dat kaarsje aan, gaat even zitten, kijkt om je heen. Het is er altijd helemaal stil, een moment van totale rust.”

Ze heeft deze wandelroute niet voor niks gekozen. Van Engelshoven (53) werd geboren in Delfzijl en groeide op in Beerse (België), waar haar vader was gaan werken als bouwkundig ingenieur. Ze zat op een katholieke meisjesschool. In 1984, ze was 18, ging ze terug naar Nederland, politicologie studeren in Nijmegen.

Het pad tussen de Vlietdijk en de Ooijsedijk waar we nu wandelen, heeft ze „tientallen keren gelopen, mijn man en ik komen hier nog graag een weekend”. De Stevenskerk kent ze van toen ze studeerde: „Je komt in een nieuwe stad, je kent niemand en je probeert te aarden. Dan helpt het dat er zo’n omgeving is, met zo’n kerk. Ook als student ging ik soms naar binnen: even uit je dagelijkse leven stappen.”

Wat is voor u het belang van religieus erfgoed?

„Sowieso wilde ik als minister graag de cultuurportefeuille, die vind ik mooi en fascinerend om te doen. Ik hou erg van vernieuwing, van kunst die je van je sloffen blaast en in verwarring achterlaat. Tegelijk hebben mensen behoefte aan die momenten van even rustig zitten in de kerk, aan herkenningspunten uit hun jeugd: het gaat om de balans. Te veel aandacht voor de geschiedenis kan een rem zijn op vernieuwing. Maar alleen vernieuwing zonder de wetenschap: hier komt het allemaal vandaan, hier heeft het zijn oorsprong – dat hangt ook los in de lucht. Het wordt vaak als een tegenstelling gezien: of je bent voor behoud van wat er vroeger was of je bent voor vernieuwing. Maar het moet elkaar kunnen beïnvloeden.”

Cultuurminister Ingrid van Engelshoven tijdens de wandeling.
Foto Flip Franssen
Cultuurminister Ingrid van Engelshoven tijdens de wandeling.
Foto Flip Franssen

En als je niet die herinneringen hebt van in de kerk zitten?

„Wij zaten niet zo vaak in de kerk, dus ik heb me ook afgevraagd waar het bij mezelf vandaan komt. Het heeft denk ik met ontworteling te maken. Waar ik opgroeide, was ik een buitenstaander, ik kwam uit een ander land. En toen ik ging studeren, gebeurde dat opnieuw. Mijn ouders waren ook weinig honkvast, ze zijn vaak verhuisd. Daardoor was er geen duidelijke plek waar we vandaan kwamen. Ik probeerde steeds te begrijpen: waarom is het hier zoals het is. En nu vind ik dat een heel boeiende vraag, voor mezelf, om daarin te graven, maar ook voor een samenleving, voor een land met veel nieuwkomers. Willen wij kunnen uitleggen waarom we dingen doen zoals we ze doen, dan hebben we het over onze geschiedenis, dan is dat een verhaal dat we moeten vertellen. En er is niks wat een verhaal zo goed vertelt als objecten: een beeld, een schilderij, een gebouw, een kerkgebouw. Dat maakt erfgoed zo ontzettend van betekenis.”

Zo nu en dan staan we even stil. Dan wijst ze: een oude steenfabriek, twee ooievaars in het veld, het uitzicht op de stad achter de rivier, de kerktoren die erboven uitsteekt. „Die brug en die toren, zo mooi dit.” Het valt op, zeg ik, dat in beleidsnotities over erfgoed woorden staan die ze ook gebruikt tijdens de wandeling: verbindende kracht, een houvast bieden. „Ja, dat klopt, dat zijn mijn eigen woorden. Juist in dat soort stukken moet iets van jezelf zitten. Kijk, sommige beleidsbrieven horen gewoon technisch te kloppen. Maar als je het hebt over waarden in de samenleving, dan heb ik wel de behoefte… Dan moet het goed zijn in de woorden. Het hangt erg af van de taal die je gebruikt, of je voor het voetlicht krijgt wat je bedoelt.”

Cultuurminster Ingrid van Engelshoven in de Stevenskerk in Nijmegen
Cultuurminister Ingrid van Engelshoven in de Stevenskerk in Nijmegen
Foto Flip Franssen

Ankerpunten, schrijft u ook.

„Ja, die zijn belangrijk. Toen ik begon met werken, een jaar of dertig geleden, was de wereld overzichtelijk. Iedereen had het idee: we gaan alleen nog maar vooruit, stapje voor stapje wordt alles beter. En dat is niet meer zo, heel veel dingen die we altijd gewoon vonden, zijn onzeker geworden. Dus het gevoel van: waar komen we vandaan, wat hebben we als samenleving voor moois en goeds voortgebracht – dat is een behoefte aan ankerpunten. Dat musea het zo goed doen heeft daar denk ik ook mee te maken. Ze laten de vernieuwing zien, maar ze vertellen ook het verhaal van dingen die nog altijd zeker zijn: we hebben fantastische schilders gehad, we hebben die geschiedenis gehad. En je ziet dat daar veel belangstelling voor is.”

Interieur van de Stevenskerk in Nijmegen Foto Flip Franssen

In uw buurt was een burgerinitiatief voor het behoud van een kerk die leeg kwam te staan en verkocht dreigde te worden. U zat in het comité van aanbeveling.

„Daar werd ik voor gevraagd. Ik was net wethouder-af, toen ik minister werd ben ik er weer uitgestapt. Het was interessant om in je eigen buurt bij zoiets betrokken te zijn, je ziet dan van heel dichtbij hoe zo’n kerk mensen raakt. Want of een kerk nou katholiek is of protestant, of mensen gelovig zijn of niet – als er iets met de kerk dreigt te gebeuren krijgen ze opeens iets van: dit is onze kerk, hij staat in onze buurt, hier willen wij over meebeslissen. Een kerk is de herkenbaarheid van je buurt, je dorp, je stad. Het is ook de plek waar iedereen welkom is. Ik vind dat we moeten proberen ze zoveel mogelijk open te houden als ze een andere functie krijgen. Daarom is het zo fijn dat we nu geld kunnen uittrekken voor het ontwikkelen van kerkenvisies: welke kerk willen we behouden voor de eredienst, welke kunnen een culturele functie krijgen, wat kun je er verder mee waardoor een kerk toch de functie houdt van een centrale, samenbindende plek.”

Lees ook De kerk als ‘slow tourism’

Op ons eindpunt lopen we de kerk in. Het is er niet meer helemaal zoals toen ze studeerde: er zijn nog kerkdiensten, maar de ruimte wordt ook verhuurd voor congressen, exposities, concerten. Bij de ingang is een balie waar je inlichtingen kunt krijgen, je kunt je ook aanmelden voor een rondleiding. Wat nog hetzelfde is gebleven: binnen is het stil, je gaat er als vanzelf fluisteren. In een nis liggen kaarsjes klaar.