Brieven

Bied met de noordelijke Hanzelanden Frankrijk tegenwicht

De afgelopen maanden is het Europese pakpapiertje van de Sorbonne-‘visie’ van Macron afgevallen. In september 2017 bepleitte hij nauwere Europese samenwerking. Maar het gaat Macron vooral om de eigen Franse nationale belangen, zoals een transferunie, vergemeenschappelijking van de staatsschuld en het doordrukken van Franse protagonisten op belangrijke posten om Frankrijk uit de wind te houden (Lagarde bij de Europese Centrale Bank; de steun voor de Bulgaarse Georgieva als IMF-topvrouw moet diplomatiek wisselgeld creëren). Frankrijk, in casu Macron en zijn minister van Financiën Bruno Le Maire, deinst hierbij nergens voor terug. Kleine landen, Nederland voorop, zijn alleen maar lastig, en moeten gewoon volgen en slikken. Hun belangen, ook al zijn die gezamenlijk opgeteld groter dan die van Frankrijk, spelen een ondergeschikte rol (voorbeeld: de belangen van noordelijke spaarders en pensioenfondsen). Tegen deze dominantiepolitiek helpen geen woorden. Alleen tegenmacht maakt indruk. De kleine landen moeten daarom de zogenoemde Hanzeliga versterken. Het afgelopen jaar heeft Le Maire zich verscheidene malen enorm geërgerd aan dit fenomeen. Dit is een teken dat Frankrijk de potentiële macht van de Hanzeliga beseft. Reden te meer voor de kleine noordelijke landen om op deze weg verder te gaan. Betrek Duitsland hierbij als strategische hefboom. Veel Hanzeliga-belangen worden door brede lagen van de Duitse bevolking en politiek gedeeld. Te vaak echter is er nog Duitse schroom richting Frankrijk, waar laatstgenoemde gretig ge- en vooral misbruik van maakt. Door als Hanzeliga de Duitse assertiviteit richting Frankrijk te schragen, kan een machtsmultiplier ontstaan. Eerste speerpunt: Frankrijk duidelijk maken dat het eerst aan zijn begrotings- en staatsschuldverplichtingen dient te voldoen vooraleer het een grote mond heeft. Dit kan, door brute machtspolitiek, à la française.