Baudets probleem met Beethoven (en de vernielers van de ‘boreale’ cultuur)

Cultuur volgens Thierry Baudet Beethoven was ironisch bezig toen hij ‘Alle Menschen werden Brüder’ op muziek zette, meent Thierry Baudet. De idealen van de componist stroken niet met Baudets anti-liberale cultuurvisie.

Beethoven was een grappenmaker, volgens Thierry Baudet.
Beethoven was een grappenmaker, volgens Thierry Baudet. Portret door Joseph Karl Stieler uit 1820.

Thierry Baudet heeft nu ook Beethoven ingezet in zijn strijd om de westerse beschaving te redden. Hij voert de Duitse componist op als broeder in de strijd, als geestverwant, in zijn artikel ‘Der ‘neue Mensch’ ist ein Irrtum’ (‘De ‘nieuwe mens’ is een vergissing’) in Die Weltwoche, een rechts Zwitsers weekblad, van 24 juli 2019. In dat artikel legt hij nog eens uit dat de Franse Revolutie met haar idealen over gelijkheid, vrijheid en broederschap de wortel van alle kwaad is. En dat het universalistische idee dat alle mensen gelijk zijn het gif is dat onze westerse beschaving aantast. De linkse cultuur- en traditievernielers die geloven in zo’n universele ‘nieuwe mens’ begrijpen volgens hem niet dat juist de verschillen tussen mensen, volkeren, culturen, tradities, man en vrouw onze cultuur groot en eigen maken.

Dit vijandbeeld riep de leider van Forum voor Democratie al eerder op, in zijn overwinningspeech na de Statenverkiezing in 2019. Hij verweet daarin alle bestuurders, wetenschappers, journalisten, kunstenaars en architecten „de grootste en mooiste beschaving [...] ooit”, die van de landen „van de boreale wereld”, „kapot” te maken, in plaats van die te beschermen.

Alle politiek is te herleiden tot onderscheid maken tussen vriend en vijand, schreef filosoof (en nazi-jurist) Carl Schmitt, op dit moment weer populair bij nieuw-rechts. Baudet echoot die strijdlustige politieke visie, volgens de Tilburgse universitair docent Ico Maly in zijn boek Nieuw Rechts (2018). In de culturele wereld wemelt het volgens Baudet van de vijanden.

Baudets cultuurvisie

Wat verstaat Baudet eigenlijk onder onze cultuur? Waarom vindt hij cultuur zo belangrijk, om niet te zeggen: het allerbelangrijkste? Wie zijn zijn moderne geestverwanten, wat zijn hun bronnen? En is Beethoven, de componist van Europa’s volkslied Alle Menschen werden Brüder, werkelijk zijn broeder in de strijd tegen het universele gelijkheids- en vrijheidsideaal van de Verlichting?

De negentiende-eeuwse staatsman Thorbecke, een kunstliefhebber, vond dat de politiek niet over kunst moest oordelen, uit angst voor staatskunst, die de artistieke vrijheid aantast. Baudet is bij uitstek een oordelaar van kunst, en maakt zijn oordeel onderdeel van zijn politiek.

Als hij aan de macht komt, liet hij ooit weten, zou hij alle modernistische gebouwen in Nederland laten slopen, omdat die volgens hem staan voor de ontzieling en ontworteling van het door hem zo gehate universalistische ideaal. Abstracte schilderkunst vindt hij verschrikkelijk, heeft hij al vaak gezegd. Atonale, modernistische muziek verafschuwt hij. Popmuziek idem. Zijn opvattingen komen sterk overeen met die van zijn leermeester en promotor, de Britse filosoof Roger Scruton.

Voor iemand die zegt van cultuur te houden, haat Baudet ook veel culturele uitingen, en wil hij die bestrijden. De doorgeschoten vrijheid van het liberalisme heeft qua kunst niet meer opgeleverd dan het geblèr van een kind in de ruimte, zei hij op 25 mei bij een lezing in de Zuiderkerk in Amsterdam (zijn Zwitserse ‘Irrtum’-essay is grotendeels dezelfde tekst). „Een vrijheid die de dadaïsten op probeerden te roepen met hun klankgedichten en hun Oote-Oote-rijmelarij”, zei hij. Baudet schakelt hier de dadaïsten uit de Eerste Wereldoorlog gelijk aan Jan Hanlo (1912-1969), die in 1952 tot ergernis van rechtse politici het klankgedicht Oote Oote Boe publiceerde in een gesubsideerd literair tijdschrift.

Kunst van de voorvaderen

Wat voor kunst vindt Baudet dan wel mooi? Klassieke muziek, „de hele klassieke traditie” heeft zijn identiteit beslissend beïnvloed, zei hij in een Weltwoche-interview van 28 maart 2019. Zonder een „diep begrip van de Europese kunst” kun je Europa, zoals hij dat ziet, niet begrijpen.

In de Zuiderkerk legde Baudet uit dat hij het als zijn missie ziet om op allerlei terreinen de grenzen terug te brengen. Grenzen aan het land, het individu, de kunsten. „We willen onszelf herkennen in de portretten van onze voorvaderen in onze musea, we willen onze feestdagen behouden, onze liederen zingen en onze geschiedenis eren”, zei Baudet over kunst en cultuur.

Hij houdt dus ook van herkenbare portretten in musea. Figuratieve, traditionele kunst, die contact met de voorvaderen legt. Maar: de overgrote meerderheid van de schilderijen in Nederlandse musea is figuratief. En er is niemand die voorstelt de Rembrandts en andere figuratieve werken uit de musea te halen. Miljoenen mensen bezoeken die musea, en het worden er ieder jaar meer volgens de Nederlandse Vereniging van Musea.

Van ‘oikofobie’, angst voor het eigene, waaraan Nederland volgens Baudet lijdt, is bij het Nederlandse museumpubliek en bij de musea geen sprake. Eerder het tegendeel. In Brabant, de geboortegrond van Vincent van Gogh, wordt een nationaal park Vincent van Gogh opgericht. Volop contact met „de grond” en „identiteit” die Baudet in zijn ‘Irrtum’-stuk zo zegt te missen en herstellen wil.

Het modernisme, Baudets bête noire, is al lang geen dominante kunststroming meer – kunst is altijd in beweging en een mengelmoes, en er is de afgelopen decennia altijd figuratief geschilderd, harmonisch gecomponeerd en traditioneel gebouwd. De baksteen is alweer jarenlang moderner dan beton in de westerse architectuur. De Britse figuratieve schilder David Hockney is, met een geveild doek van 90,3 miljoen dollar in 2018, een van de gewildste, duurst verkopende levende schilders ter wereld.

Nederlandse cultuur?

Voor Baudet is alleen ‘hoge cultuur’, niet de populaire vermaakscultuur, echte cultuur, in navolging van Scruton. Baudet lijkt alleen kunst interessant te vinden als die volgens hem het superieure toont van het eigen volk, de eigen beschaving. Maar wat is dan die typisch Nederlandse cultuur en eigen identiteit?, wilde het publiek in de Zuiderkerk van hem weten.

Baudet had geen duidelijk antwoord. Die vraag was volgens hem weer typisch zo’n Angelsaksische manier van redeneren, „die het debat fnuikt”: dat je eerst ging eisen dat iemand „in bullet points definieert wat Nederland is”, voordat je daarover praten kon. Hij was filosoof én politicus en wilde vooral debat stimuleren, zei hij.

Dat Baudet het vaag houdt, hoeft niet te verbazen. Cultuur is voor Baudet zo belangrijk, omdat die het fundament is van zijn nationalistische nieuw-rechtse filosofie. Cultuur heeft in het internationale nieuw-rechtse gedachtegoed het idee van ras vervangen. Baudet zegt dat zijn verwijzing naar onze ‘boreale’ beschaving onschuldig is: boreaal (noordelijk) is een woord dat hij op zijn Haarlems gymnasium heeft opgepikt. Hij zegt weliswaar contact te hebben met internationale nieuw-rechtse geestverwanten, maar doet net alsof hij hun gedachtegoed niet goed kent. Dat past in de nieuw-rechtse strategie om extreme gedachten omfloerst mainstream te maken. De meeste van Baudets beweringen, dat liberalisme de grote vijand is, dat we de verschillen van de mens en culturen moeten benadrukken, komen volkomen overeen met wat Europese en Amerikaanse nieuw-rechtse nationalisten, van gematigd tot extreem, propageren, aldus Maly in Nieuw Rechts.

‘Ras’ wordt ‘cultuur’

De Franse politiek historicus Stéphane François heeft onderzoek gedaan naar de verheerlijking van het idee van de boreale cultuur, en publiceerde daarover in 2014 zijn studie over extreem-rechts en de Noordpool-ideologie, Au-delà des vents du nord (Voorbij de winden uit het noorden). Hij schrijft daarin: „Na de Tweede Wereldoorlog heeft het racisme van de nazi’s zich getransformeerd in een Europees nationalisme, gebaseerd op het idee dat Europa een raciale eenheid vormde.”

Dat idee werd uiteengezet in een invloedrijk boek uit 1948, Imperium: The Philosophy of History and Politics, van de Amerikaanse militant-nationalistische Francis Parker Jockey, die de ideeën van kopstukken van de Duitse Conservatieve Revolutie van voor de oorlog, als Oswald Spengler en Carl Schmitt, beiden geïnvolveerd met de nazi’s, nieuw leven inblies.

Het idee van een superieur wit Europa voegde zich, aldus François, na de oorlog bij onder meer Franse nieuw-rechtse schrijvers met het al oudere mythische idee dat Europeanen eigenlijk afstammen van mensen uit de poolstreken, de Hyperboree (een land voorbij de winden van het noorden). Hun afstammelingen, die door de ijstijden gehard zouden zijn, vormen de ‘boreale’ Europese cultuur, zoals nieuw-rechtsen als Jean Marie Le Pen dat in 2007 noemden. Het besmette begrip ‘ras’ werd daarbij, onder meer door de Franse nieuw-rechtse denktank Grece, vervangen door ‘cultuur’, aldus François. Een aanstekelijk idee. Want de Amerikaanse witte supremacisten en alt-righters zien in die vermeende superieure witte Europese afstamming ook hun ware zelf, aldus Maly in zijn boek. Hij wijst op de sterke onderlinge banden van internationaal nieuw-rechts. Samen proberen ze met sociale-mediacampagnes de representatieve parlementaire democratie te ondermijnen, die immers gebaseerd is op universele liberale rechten van de mens.

Baudet past volledig in dat beeld. Hij zegt met internationale geestverwanten aan een anti-liberale renaissance te werken in Europa. Veel van zijn argumenten komen overeen met die uit het Manifeste pour une renaissance européenne dat de nieuw-rechtse Alain de Benoist van denktank Grece publiceerde in 1999. Alle mensen zijn verschillend, niet gelijk, is daarin een van de grondgedachten.

Beethoven en de ironie

Daarmee zijn we terug bij Alle Menschen werden Brüder, Schillers en Beethovens lofzang uit 1823 op het ideaal van menselijke gelijkheid en vrijheid. De muziek is inmiddels het ‘volkslied’ van de door Baudet zo gehate Europese Unie. Anti-Europeanen als Nigel Farage hebben in het Europees Parlement al herhaaldelijk geprotesteerd tegen het volkslied.

Voor een deftige nieuw-rechtser als Baudet, die klassieke muziek als het hoogste in onze cultuur beschouwt, is het natuurlijk zuur dat zijn ‘vriend’ door de ‘vijand’ is ingelijfd. Hoe kan zijn held Beethoven die door hem zo verafschuwde verlichtingsidealen bejubelen in zijn Negende Symfonie? Baudet kwam in de Zuiderkerk, en in Die Weltwoche deze zomer, met de oplossing: „Alle Menschen werden Brüder. Schiller en Beethoven bedoelden het ironisch, ze bespotten de Verlichting.”

Ze meenden het niet! Maar dat de dichter en de componist de hoge idealen in het gedicht bespotten en dus eigenlijk belachelijk vonden, is onwaarschijnlijk. Beethoven geloofde in het vrijheidsideaal, en was volgens kenners een fan van de Franse Revolutie in 1789. Toen Napoleon zichzelf tot keizer kroonde in 1804 en zijn achterste afveegde met de gelijkheid, vrijheid en broederschap, kraste Beethoven diens naam van de partituur van de aan de Fransman opgedragen Derde Symfonie zo hard weg, dat er een gat in het papier ontstond. Nu probeert Baudet Beethovens idealen hard weg te krassen, in naam van zijn nieuw-rechtse revolutie.

Correctie (8 augustus 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd de Ode an die Freude (‘Alle Menschen werden Brüder’) gedateerd op 1832. Juist is 1823. Dit is hierboven aangepast.