Zeven winnaars en verliezers van de historisch lage rente

Rente Voor de spaarder is het een probleem, voor de huizenbezitter een zegen. Lage rentes zijn het nieuwe normaal. „Het is iets wat men zal moeten accepteren.”

Illustraties Ymke Pas

Wie dacht dat het binnenkort wel afgelopen is met de lage rente, komt waarschijnlijk bedrogen uit. Nadat de Europese Centrale Bank eind juli al hintte op een nóg verdere renteverlaging om de economie te stimuleren, zette men vorige week ook aan de overkant van de oceaan een duikvlucht in. De Federal Reserve kondigde aan voor het eerst sinds 2008 de rente te gaan verlagen. Met de opgelaaide handelsoorlog in het achterhoofd lijkt dat het begin van een serie renteverlagingen in de VS, verwacht ABN Amro-hoofdeconoom Han de Jong. „De handelsoorlog heeft grote invloed op het ondernemersvertrouwen en de investeringsbereidheid. Rentedalingen wakkeren die bereidheid aan.”

Centrale bankiers lijken dus niet zomaar uitgestimuleerd. En dan is er ook nog een grote structurele tendens die de rente beïnvloedt: de vergrijzing, zo legt (vergrijzings)econoom Ed Westerhout van Tilburg University uit. Hij ziet twee aspecten van de vergrijzing die van directe invloed op de rentestand zijn. Enerzijds is er de groeiende levensverwachting: die zorgt ervoor dat consumenten meer geld opzij moeten zetten voor hun toekomst, zowel via sparen als via pensioenen. „Dat drijft de besparingen op. En een overschot aan besparingen drukt de rente.”

Westerhout wijst daarnaast op de dalende vruchtbaarheid waardoor de werkende bevolking minder hard groeit. Simpel gezegd: ondernemers produceren met arbeid en kapitaal. Hoe minder groei van nieuwe arbeid, hoe minder zij hoeven te investeren. „De investeringsvraag zakt dus door de vergrijzing en dat draagt ook bij aan het spaaroverschot.”

Onder economen woedt momenteel een debat in hoeverre de huidige lage rentestanden nou te danken zijn aan het beleid van centrale banken en in hoeverre aan de vergrijzing. „Ik denk dat het ertussenin zit. De daling van de rente is al tien, vijftien jaar bezig. Dat duidt op de invloed van vergrijzing. Het beleid van de centrale banken heeft dat effect mijns inziens versterkt.”

Omdat alle westerse economieën vergrijzing ondervinden, verwacht Westerhout dat lage rentes het nieuwe normaal zijn. „Het is in ieder geval iets wat men zal moeten accepteren. Het is een gegeven.”

Belegger (+)

Voor beleggers in aandelen zijn het gouden tijden. Op zoek naar rendement in dit lage rentetijdperk verdringen investeerders elkaar voor de poorten van de beurs en dat stuwt de koersen. De Amsterdamse AEX-index behaalde in drie jaar tijd een koersstijging van zo’n 30 procent, de New York Stock Exchange ging nagenoeg even hard omhoog. Om over de uit techbedrijven samengestelde Nasdaq maar niet te spreken. Die steeg in drie jaar tijd met liefst 80 procent. In die gigasprong speelden de Amerikaanse president Donald Trump en zijn eind 2017 gepresenteerde belastinghervorming overigens een cruciale rol. Voor techbedrijven als Apple was het daardoor aantrekkelijk om op Bermuda gestald geld terug naar de VS te halen.

Het FD becijferde afgelopen voorjaar dat de vijftig grootste bedrijven aan de Amsterdamse beurs in 2018 via dividend en aandeleninkoop een recordbedrag van 50,1 miljard euro naar beleggers lieten terugvloeien. In 2007, het jaar voor de crisis, lag dat bedrag 20 procent lager.

De lage rente zorgt dat beursgenoteerde bedrijven spotgoedkoop kunnen lenen en beleggers douceurtjes kunnen geven. De Amerikaanse zakennieuwszender CNBC meldde vorige week dat Amerikaanse bedrijven op koers liggen om voor een historisch bedrag van 1.000 miljard dollar eigen aandelen in te kopen. Dat is goed nieuws voor beleggers want eigen aandelen inkopen leidt tot een stijging van de winst per aandeel en de koers. Bedrijven gebruiken daarvoor niet alleen hun winst - zoals gebruikelijk - maar sluiten vanwege de lage rente ook steeds vaker leningen af om die douceurtjes te kunnen financieren.

Pensioenfonds (-)

Een crime, dat is de lage rente voor pensioenfondsen en daarmee voor de negen miljoen Nederlanders die pensioen opbouwen of ontvangen. Pensioenfondsen steken het door hen beheerde vermogen in verschillende beleggingscategorieën zoals staatsobligaties, aandelen en vastgoed. De Nederlandsche Bank (DNB) ziet erop toe dat zij het risico spreiden en niet alle eieren in één mandje leggen. Het gevolg van die verplichte risicospreiding is dat pensioenfondsen een fors deel van hun vermogen in de relatief risicoloze categorie van staatsobligaties steken. Zo heeft ’s lands grootste pensioenfonds ABP zo’n 100 miljard van de 440 miljard euro beheerd vermogen in staatsobligaties belegd. Tien jaar geleden was de gangbaarste Nederlandse staatsobligatie nog goed voor 3,8 procent rente: een prima rendement. Nu ligt die rente op -0,4 procent en moet je als investeerder dus betalen om geld te mogen uitlenen.

Voor pensioenfondsen is dat desastreus. Het schopt hun hele rekenmodel voor de toekomst in de war, want dat gaat uit van hogere rendementen. Vorige maand sloegen vrijwel alle pensioenfondsen alarm en stelden dat, ondanks het recent gesloten pensioenakkoord, mogelijk al in 2020 in pensioenen gesneden wordt.

De Staat der Nederlanden (+)

Via het lesprogramma Gratis geld bestaat niet wordt kinderen op de basisschool het een en ander over geld en geldwaarde geleerd.

Voor de Nederlandse staat gaan die lessen niet op. Maandag haalde de Nederlandse staat 2 miljard euro op bij beleggers met de heropening van een kortlopende lening tot eind januari 2020. De rente bedraagt -0,71 procent. Beleggers betalen dus om aan Nederland geld te mogen lenen. Sinds deze week koerst zelfs de langstlopende Nederlandse staatsobligatie (30 jaar) onder nul: een novum. Alle rente op Nederlandse staatsobligaties is daarmee negatief.

De Staat der Nederlanden is dus een grote winnaar van de lage rente. Bij het Agentschap van de Generale Thesaurie, dat staatsleningen uitgeeft, zijn de afgelopen jaren met veel succes nieuwe staatsleningen uitgegeven en bestaande geherfinancierd. Terwijl de staatsschuld van eind 2015 tot eind 2018 met 8,2 procent daalde naar bijna 322 miljard euro, gingen de jaarlijkse rentelasten in die periode drie keer zo hard omlaag. Ze daalden met een kwart naar 6,3 miljard euro.

Die meevallers worden de komende jaren onder meer gebruikt voor de 200 miljoen euro per jaar die de door gaswinning verzwakte provincie Groningen is beloofd.

Bedrijven (+)

Nog nooit was geld zo goedkoop. Bedrijven hebben de afgelopen jaren tegen historisch lage tarieven geld kunnen lenen. Bestaande leningen konden worden geherfinancierd waardoor bedrijven minder geld aan rente kwijt waren. En daarnaast was geld beschikbaar om investeringen en overnames te kunnen doen tegen een spottarief. Vanuit dat perspectief is het bedrijfsleven dus een duidelijke winnaar van de lage rentestand.

Vorig jaar vonden er volgens Deallogic voor 3.350 miljard dollar aan fusies en overnames plaats, een record. Die hoge mate van overnameactiviteit betekent overigens niet dat het gemakkelijk is overnames te doen. Het goedkope geld leidt tot een grote vraag en forse concurrentie rondom overnamedoelen. Tekenend is dat Dutch Star One Companies, een speciaal investeringsvehikel van topmannen Niek Hoek, Stephan Nanninga en Gebrand ter Brugge, dat in februari 2018 naar de beurs ging met als doel één bedrijf over te nemen, daar anderhalf jaar na dato nog steeds niet in is geslaagd.

Banken (-)

Afgelopen maand daalde de koers van ING met 14 procent. Die van ABN Amro ging bijna even hard onderuit. De Europese bankenindex Stoxx 600 koerst af op het laagste punt sinds de zomer van 2016. Banken zijn de grote verliezers van de lage rente, althans op de aandelenmarkten.

Wat dat betreft biedt de toekomst hun weinig perspectief. Door de oplaaiende handelsoorlog tussen China en de VS vluchten beleggers naar ‘veiligere’ staatsobligaties, waardoor de rente nog verder daalt. Staatsobligaties zijn immers trendsettend in renteland.

Banken zadelt dat op met een probleem. ING-topman Ralph Hamers haalde donderdag niet zonder reden fel uit naar de ECB. Een nog lagere rente gaat de vraag naar krediet volgens hem helemaal niet opjagen. Ondertussen zadelt de lagere rente ING wel met een probleem op omdat die het verdienmodel onder druk zet, vandaar de forse verliezen op de beurs. Overigens verdiende ING afgelopen kwartaal wel gewoon nog geld met rente. De bank hield 3,47 miljard euro aan rente- inkomsten over: 0,84 procent meer dan een jaar eerder.

Huiseigenaar (+)

‘Prijzen bestaande koopwoningen in heel 2013 met ruim 6 procent gedaald.’ Het is nog maar kort geleden dat het CBS het ene deprimerende bericht over de Nederlandse huizenmarkt na het andere publiceerde. De nodige mensen die hun huis wilden verkopen, eindigden met een restschuld omdat hun huis onder water stond.

Hoe anders is dat anno 2019. De afgelopen jaren beleefde de huizenmarkt een rally van jewelste. Een van de belangrijkste onderliggende factoren daarvoor is de historisch lage rente. Dankzij de lagere rente kunnen mensen een duurder huis kopen of zijn zij een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan hypotheeklasten. Het CBS berekende dat het gemiddelde gezinsvermogen in Nederland tussen 2016 en 2018 in twee jaar tijd met 10 procent is gegroeid (naar een doorsneevermogen van 22.000 euro per huishouden), hoofdzakelijk dankzij de gestegen huizenprijzen.

Wie in 2009 een huis kocht met nationale hypotheekgarantie heeft tien jaar lang een rente van 5,5 procent betaald. Wie nu een huis koopt met nationale hypotheekgarantie betaalt de komende tien jaar minder dan 2 procent rente.

Op papier hebben veel huiseigenaren de afgelopen jaren een forse slag geslagen en hun vermogen zien groeien. Daarvan profiteren blijft lastig, wie zijn huis met overwaarde wil inruilen voor een nieuw exemplaar doet dat op de meeste plaatsen tegen vierkantemeterprijzen op recordhoogte.

Spaarder (-)

Rentenieren - (rentenierde, heeft gerentenierd): van zijne rente leven.

De definitie kan wel in het woordenboek staan, maar bij sommige woorden is het moeilijk je nog iets voor te stellen.

Wie begin jaren negentig 2 miljoen gulden op de bank zette, kreeg jaarlijks 90.000 gulden aan rente uitgekeerd. Wie nu 2 miljoen euro op de ‘bonusrenterekening’ van ING zet, ontvangt dit jaar 1.000 euro rente.

De spaarder is een van de grootste slachtoffers van de historisch lage rentestand. De afgelopen jaren is de spaarrente bij alle banken zo ongeveer naar het nulpunt gekropen. Bij de maatschappelijk verantwoorde Triodos Bank ligt de spaarrente op 0,00 procent, ING is zo vriendelijk om nog een symbolische 0,03 procent te bieden.

De topmannen van banken leggen op zo ongeveer iedere persconferentie uit dat zij met een spaarrenteprobleem kampen. De banken moeten zelf negatieve rente betalen aan de ECB voor het stallen van tegoeden. Het beheren van spaargeld mag dan wel een kerntaak zijn, de facto lijden banken er verlies op.

En dus is de hamvraag: (wanneer) gaan banken hun spaarders geld vragen voor het vasthouden van hun spaargeld? Bij het bedrijfsleven gebeurt dat al. ING, ABN Amro en Rabobank rekenen grote bedrijven en financiële spelers als pensioenfondsen al een negatieve ‘spaarrente’. ING-topman Ralph Hamers wierp de hamvraag afgelopen donderdag in een gesprek met analisten zelf op. Uit zijn antwoord bleek dat hij wel zou willen, maar niet durft. Hamers sprak van „onbekend terrein” en het belang van „voorzichtig zijn” zodat spaarders niet weglopen.