Musea en dierentuinen flink duurder dan vijf jaar geleden

De entreeprijzen voor attracties en evenementen zijn harder gestegen dan de gemiddelde consumentenprijzen.

Bezoekers in de Efteling.
Bezoekers in de Efteling. Foto Koen van Weel/ANP

De toegangsprijzen voor dierentuinen, musea, pretparken en andere attracties of evenementen stegen de afgelopen vijf jaar gemiddeld harder dan de consumentenprijzen in diezelfde periode. Dat blijkt uit de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek woensdag heeft gepubliceerd.

Het werd bijna 17 procent duurder om een museum of dierentuin te bezoeken. In dezelfde periode stegen de consumentenprijzen gemiddeld 6,8 procent.

Ook voor andere soorten uitjes betaalde je in juli 2019 meer dan in 2014. Zo stegen de toegangsprijzen van pretparken en sportevenementen gemiddeld 13,7 procent. Een kaartje voor het theater, de film of een concert werd 9,8 procent duurder.

Een deel van de prijsstijging is te wijten aan de verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent, afgelopen januari. Cultuur- en recreatiebezoek en podiumkunsten vallen allemaal onder het lage btw-tarief. Ook hebben sommige pretparken en dierentuinen investeringen gedaan in de attracties - deze moeten worden terugverdiend.

Maar investeringen en de btw-verhoging verklaren de prijsstijgingen niet volledig. „Een echt sluitende verklaring hebben we niet”, zegt Marjolijn Jaarsma, onderzoeker bij het CBS. „We weten dat een dagje uit er best kan inhakken voor een familie. Maar het is echt opvallend dat het zo enorm duur is geworden.”

Uit eten en openbaar vervoer

Het is ook duurder geworden om buiten de deur te eten. De prijzen van fastfood en afhaalmaaltijden stegen gemiddeld 14,8 procent. Reizen met de trein, bus of tram is meer dan 11 procent duurder geworden. Alleen de brandstofprijzen daalden, maar in dezelfde periode werd het gemiddeld 15,7 procent duurder om je auto te parkeren.