Opinie

Mindlessness

Floor Rusman

Ieder jaar vergeet ik weer hoe vreselijk het kan zijn om een berg te beklimmen. Van vorige keren herinner ik me de schitterende uitzichten, maar niet de raspende ademhaling en het excessieve zweten die eraan voorafgingen. Misschien is het net zoiets als een bevalling: vrouwen schijnen te verdringen hoe gruwelijk die is, terwijl het eindresultaat een onuitwisbare indruk maakt.

Dit keer dringt de duistere kant van bergbeklimmen opnieuw tot me door wanneer we op een veel te warme zomerochtend de camping verlaten, klaar voor een lange beklimming met rugzakken vol stokbrood, blikjes paté en overbodige regenkleding. Het eerste pad gaat bijna loodrecht omhoog en nergens is schaduw. Zoals elk jaar dringt zich de vraag op: waarom doe ik dit eigenlijk?

Wandelen is goed voor alles, schrijft de Ierse hersenonderzoeker Shane O’Mara in zijn vorige week verschenen boek In Praise of Walking. Voor je hart, je BMI, je geluksgevoel, je geheugen, je creativiteit. Maar dat weet ik tijdens deze wandeling nog niet, want die vindt plaats op 24 juli.

Na de eerste steile beklimming wekt het pad een paar listige uren lang de indruk bijna op het hoogste punt te zijn, tot achter de bocht steeds een nieuw stuk helling opduikt. Maar eenmaal boven blijkt de beloning even groots als de lijdensweg. De granenreep, gewoonlijk een klef, zoet hapje, smaakt als een amuse in een sterrenrestaurant. Het bergmeer waarop we stuiten is obsceen mooi, en zelfs het simpelweg zitten op een plastic stoel bij de berghut voelt als een sublieme ervaring.

O’Mara citeert de filosoof Bertrand Russell, die ooit opmerkte dat hij na een lange wandeling geen verder vermaak nodig had: het zitten op zich was geweldig genoeg.

Nog zoiets wat ik elk jaar vergeet: hoe het voelt om op te gaan in het wandelritme. Terwijl mijn actieve concentratie zich beperkt tot de volgende stap, dwalen mijn dieper gelegen gedachten alle kanten op. O’Mara beschrijft dit fenomeen in het hoofdstuk over creativiteit. Hij noemt twee soorten hersenactiviteit: concentratie op directe omstandigheden, en het meer meanderende mind wandering. Creativiteit ontstaat wanneer beide tegelijk optreden, zoals tijdens het wandelen, aldus O’Mara.

Mindlessness, noemt hij deze toestand. Weer eens wat anders dan het tergend saaie mindfulness, waarbij denken verboden is. Tijdens het wandelen laat je je gedachten onbewaakt buitenspelen, en soms komen ze daar de gedachten van je wandelgenoten tegen. Zo krijg je gesprekken die je zittend nóóit zou hebben, vol fantasie en gekke denksprongen.

En hoewel alles er wat minder extreem is dan in de bergen, kan wandelen ook in de polder of de stad. Je vraagt je af: waarom gaan mensen überhaupt nog naar de sportschool?

Floor Rusman (@floorrusman) vervangt op deze plek tijdelijk Tom-Jan Meeus.