Recensie

Recensie Film

Jeugdheld Dora is niet alleen een tekenfilm meer

Jeugdfilm Het was commercieel waarschijnlijk interessant om van de getekende Dora een echte speelfilm te maken. De cartooneske manier van acteren moet een brug slaan tussen de zes- en de zestienjarige Dora-fans. Dat lukt niet.

Sammy (Madeleine Madden), Dora (Isabela Moner), Diego (Jeff Wahlberg) en Randy (Nicholas Coombe) in ‘Dora and the Lost City of Gold’.
Sammy (Madeleine Madden), Dora (Isabela Moner), Diego (Jeff Wahlberg) en Randy (Nicholas Coombe) in ‘Dora and the Lost City of Gold’. Foto Vince Valitutti

Sprookjes zijn sprookjes, maar is de onvermijdelijke moraal van zo’n sprookje dat ook? Dora and the Lost City of Gold is gebaseerd op een wereldwijd populaire animatieserie over het zingende wereldreizende meisje ‘Dora the Exlorer’, dat met haar pratende rugzak en haar aapje Mr. Boots al sinds 2000 door de fantasiewerelden op Nickelodeon rondbanjert.

Generaties meisjes zijn inmiddels met deze moderne Pippi Langkous opgegroeid. Dora is bovendien een van de eerste en populairste Latina-jeugdpersonages, dus dat er een live action-speelfilm over haar avonturen zou worden gemaakt was alleen maar een kwestie van tijd. Emancipatoir, grote doelgroep, commercieel aantrekkelijk.

Eerst het verhaal. In Dora and the Lost City of Gold is Dora inmiddels een tiener, en wordt ze door haar ouders naar de familie van haar jeugdvriendje en neef Diego in Los Angeles gestuurd om wat sociale vaardigheden op te doen, terwijl de beide archeologen in de jungle op zoek gaan naar de legendarische gouden Incastad Parapata. Ze worden op de hielen gezeten door goudzoekers en voor je het weet zijn Dora en haar nieuwe bijna-vrienden ontvoerd en in een vliegtuig gezet om de boeven te helpen haar ouders te vinden. Vriendschap overwint alles en goud maakt niet gelukkig, dat zou je op het eerste gezicht de boodschap van de film vol pratende 3D-aapjes, stelende vossen kunnen noemen.

Er is echter een ander motto, het oer-Amerikaanse ‘als je in jezelf gelooft is alles mogelijk’. Het klinkt als de kreet van een exotische vogel herhaaldelijk door de film. Het past bij Dora’s optimisme. Het past zelfs bij de bizar cartooneske manier van acteren die een mislukte brug moet slaan tussen de zes- en de zestienjarige Dora-fans. Maar die kun je natuurlijk helemaal niet op dezelfde manier aanspreken. Bovendien is het een mens- en wereldbeeld dat kinderen voorhoudt dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun geluk, welslagen en welvaren. Kwestie van maar hard genoeg geloven. Dat is nou net een realiteit die niet past bij die van Latino’s in de Verenigde Staten maar voor alle kinderen een schijnwereld optrekt waar ze uiteindelijk niet wijzer van worden. Dat was nou nooit de functie van sprookjes.