Hoe gordelbewust is de Nederlander?

Uit een analyse van de SWOV blijkt dat een derde van de dodelijke verkeersslachtoffers op rijkswegen geen gordel droeg. Zeggen deze cijfers iets over het nationale gordelbewustzijn?

Bij een ongeval op de A12 bij Den Haag kwamen in april dit jaar vier mensen om het leven. De auto kwam achter de vangrail terecht en kwam tot stilstand tegen een verkeersportaal.
Bij een ongeval op de A12 bij Den Haag kwamen in april dit jaar vier mensen om het leven. De auto kwam achter de vangrail terecht en kwam tot stilstand tegen een verkeersportaal. Foto Daan van den Ende/ANP

Nemen automobilisten hun gordel nog wel serieus? Veel campagnes hebben de bestuurders en passagiers van auto’s gedrild in het vastklikken van de gordel, sinds 1975 verplicht voor bestuurders en bijrijders en sinds 1992 ook achterin de auto. Uit de laatste meting, negen jaar geleden, bleek dat 97 procent van de inzittenden voorin een gordel droeg – gestimuleerd door gepiep bij het nalaten van deze handeling.

En toch, blijkt dinsdag uit een analyse van de SWOV, het instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek, heeft een derde van 58 dodelijke slachtoffers van onderzochte ongevallen op rijkswegen in 2017 geen gordel gedragen. De irritante piep van de zogenoemde gordelverklikker hebben deze inzittenden volgens de onderzoekers „diverse malen” omzeild; ze droegen de gordel achter het lichaam of hadden de gordel van de bijrijder in de eigen houder gezet.

De snelweg is veilig, maar er vallen wel doden

Zeggen deze cijfers iets over het nationale gordelbewustzijn? Veilig Verkeer Nederland is „verbijsterd” over de cijfers en overweegt een nieuwe campagne op touw te zetten. „Het is zo vanzelfsprekend dat je bij het plaats nemen in een auto als eerste handeling de gordel omdoet, dat deze aantallen ons enorm schokken”, aldus een woordvoerder. Toch is niet onmogelijk dat uitgerekend een kleine groep niet-dragers behoort tot de betreurde doden – de ernst van het letsel wordt immers fors vergroot door het ontbreken van de bescherming die een gordel biedt. „Gordels verminderen de kans op dodelijk letsel met 37 tot 48 procent, afhankelijk van de plaats in de auto”, stelt de SWOV. Volgens een woordvoerder kan het dragen van een gordel „het verschil zijn tussen leven en dood”.

Daar komt nog bij dat de cijfers uit dit rapport betrekking hebben op rijkswegen, en uitgerekend op deze wegen, veelal snelwegen, gebeuren relatief weinig dodelijke ongevallen. Veruit de meeste verkeersdoden vallen op gemeentelijke wegen, en die zijn niet onderzocht.

Het doel leek bereikt

Wat we wél weten, is dat er in de loop der jaren steeds minder automobilisten zijn bekeurd omdat ze geen gordel dragen. In 2013 werden er nog bijna 73.000 boetes uitgeschreven, vorig jaar waren dat er ruim 34.000, à 140 euro. Of is de politie minder gaan letten op gordels? „Toen 97 procent van de bestuurders een gordel was gaan dragen, leek het doel wel bereikt”, zegt een woordvoerder van de SWOV.

Het dragen van de autogordel is een van de maatregelen die het aantal doden op rijkswegen kunnen verminderen. Maar vaak is ook alcohol in het spel, afleiding, en een te hoge snelheid. En misschien nog wel het belangrijkste voor Rijkswaterstaat, beheerder van deze wegen en opdrachtgever van deze analyse: nog te vaak vallen er doden wanneer een auto om wat voor reden ook van de weg raakt, in een berm belandt en daar tegen een pijler of een boom botst of in een diepe sloot of greppel duikt. Terwijl dat volgens de onderzoekers niet mogelijk moet zijn; bermen moeten breed zijn en liefst vrij van obstakels. Op plaatsen waar die obstakels, zoals pijlers van een matrixbord of van viaducten, onvermijdelijk zijn, moeten ze afgeschermd zijn door vangrails.

Drie ongevallen, negen doden

De praktijk is soms anders. Dit voorjaar kwamen in drie dagen bij verschillende ongevallen negen mensen om het leven, doordat auto’s achter de vangrail waren beland en tegen zo’n obstakel waren geknald. De SWOV-onderzoekers constateren dat het begin van vangrails af en toe, tegen de voorschriften in, niet is ingegraven of omgebogen, zodat een automobilist erachter kan komen. Bovendien lijken de bermen niet altijd breed genoeg. Een berm zonder obstakels van een 120-kilometerweg moet volgens de richtlijnen 13 meter breed zijn. Maar, schrijven de onderzoekers, bijvoorbeeld: „Bij de besluitvorming rond de invoering van een snelheidslimiet van 130 km/uur op autosnelwegen is niet besloten de obstakelvrije zone te vergroten naar 14,5 meter.” Rijkswaterstaat laat weten dat het, in het project ‘Meer Veilig’, werkt aan „een gerichte aanpak van risicolocaties” op rijkswegen, „bijvoorbeeld door te zorgen voor obstakelvrije bermen”.