Recensie

Recensie Beeldende kunst

Het werk van Alex Prager wordt steeds groter maar niet overtuigender

Fotografie Op de expositie van de Californische fotograaf Alex Prager in Foam worden in elke zaal de ambities groter, de clichés zwaarder en de beelden sentimenteler.

Alex Prager, Desiree, uit de serie The Big Valley, 2008.
Alex Prager, Desiree, uit de serie The Big Valley, 2008. Courtesy Alex Prager Studio and Lehmann Maupin, New York, Hong Kong and Seoul.

Het is best te begrijpen waarom de Californische fotograaf Alex Prager (39) tien jaar geleden werd gezien als een veelbelovend talent. Er zit iets bijzonders in haar foto’s van toen. Grote foto’s zijn het, met een schoonheidsgevoel uit de jaren vijftig, auto’s en jonge vrouwen in mantelpakjes die het vasthouden van een sigaret tot kunst verheffen. Alles wordt tot in de puntjes geënsceneerd: de kapsels, blikken, elegante poses. Daarin herinneren ze aan Hollywoodspeelfilms, zonder nou zelf echt een verhaal te vertellen. Dat laatste geldt zelfs voor Pragers korte films. In de ene film zwiept een camera over een bioscooppubliek, de andere bestaat uit close-ups van een wanhopig kijkende vrouw, prachtig gecoiffeerd, die een gebouw in rent, een gang door, en uit een raam valt – Fin.

Bekijk ook de fotoserie: Fotograaf Alex Prager mixt verleidelijke en kleurrijke perfectie met een gevoel van ongemak

Een formele opleiding tot kunstenaar of fotograaf heeft Prager niet, maar twintig jaar geleden zag ze een tentoonstelling van kleurfotograaf William Eggleston en wist: dit wil ik doen. Ze ging zelf fotograferen. Als autodidact haalt ze inspiratie bij andere fotografen, kunstenaars en natuurlijk Hollywood. In 2012 won ze de Foam Paul Huf Award, nu brengt fotografiemuseum Foam een overzicht van haar werk vanaf ongeveer 2007. Het ziet eruit alsof ze behalve Photoshop een soort Egglestonfilter over haar foto’s heeft gehaald, zo Californisch bleek zijn de kleuren, en toch zo verzadigd afgedrukt.

Alex Prager, Susie and Friends uit de serie The Big Valley, 2008. Courtesy Alex Prager Studio and Lehmann Maupin, New York, Hong Kong and Seoul.

Begrijpelijk dus, dat mensen vielen voor deze filmstill-achtige beelden, altijd zwanger van een verhaal. Tegelijk lijkt die verholen verhalendheid een voorbode van een diepere gelaagdheid die ze tot nog toe niet waar heeft gemaakt. Want in deze chronologische tentoonstelling worden elke zaal de ambities groter en daarmee de clichés zwaarder en de beelden sentimenteler.

Filmtrucs

Overal zie je mooie mensen die ze als decorstukken inzet op het strand, in menigtes, na een vliegtuigramp, hangend aan een auto boven het ravijn. In de film Face in the Crowd is één actrice die uit een mensenmassa weg wil, of er juist heen, niet geheel duidelijk, maar ze acteert vol verlangen. De camera zoomt in en uit, scènes staan stil – alle filmtrucs worden benut en opgepoetst tot ze glimmen, maar wat er in de personages omgaat, blijft onduidelijk.

Het probleem zit hem in de sentimentaliteit die ontstaat doordat Prager alles polijst. Sentimentaliteit is een gespeelde emotie die je kunt zien als een overbrugging naar de kijker, om te maskeren dat van echte diepgevoelde verlangens geen sprake is. Prager zoekt naar een bepaald ongemak, spanning, zoals je dat voelt in een goede film waar iets broeit – suspense, uncanniness. Maar in een goede film is dat een uiting van dreiging of van een psychologisch probleem, terwijl het bij Prager meer het oppervlakkige ongemak van de gekunsteldheid is.

Alex Prager, Four girls, uit de serie Polyester, 2007 Courtesy Alex Prager Studio and Lehmann Maupin, New York, Hong Kong and Seoul.

Magisch filmisch leven

Dat maakt het werk van Prager in het beste geval een ode aan een magische filmische versie van het leven, of de hoop dat het leven daarop lijkt. En dat terwijl ze door haar succes alle apparatuur en rekwisieten heeft die er bestaan. Maar misschien is dat juist het probleem. Als je zo als talent wordt ontdekt en alle middelen krijgt, dan moet je wel groter en ambitieuzer gaan werken.

Daar kun je je aan vertillen, zoals in haar laatste korte film, opgenomen in de Opéra in Parijs. Centraal staat een primadonna die tijdens een balletscène wordt bevangen door angst, en het publiek op het podium waant. Ze is zichtbaar bang maar de achtergrond van haar angst kennen we niet. En Prager kan er geen droom van maken die door sfeer zo overtuigt dat we die achtergrond niet hoeven weten, zoals filmkunstenaars als Eija-Liisa Ahtila dat wel kunnen. Want met de prachtige beelden, muziek, acteurs zijn er genoeg ingrediënten. Het had een magische film kunnen worden.