Foto Tali Mayer

‘Haat is een neurologische aandoening’

Interview | Walter Bingham Walter Bingham (95) is de oudste radio-journalist ter wereld. Als kind van Poolse joden maakte hij in Duitsland de invoering van de rassenwetten mee. „Ineens kreeg ik op het schoolplein niet meer de bal.”

Walter Bingham (95) haalt een mes tevoorschijn uit een van zijn vele koffers en bewaardozen. ‘Blut und Ehre!’ staat er op het lemmet. „Mijn klasgenoten gingen ’s avonds in uniform naar de Hitlerjugend, waar ze liedjes zongen over rondsproeiend jodenbloed, en zaten dan overdag bij mij, het joodse jongetje, in de klas. Dat ging natuurlijk niet goed.” Hij werd gepest, en de leraar moedigde dat zelfs aan, vertelt hij.

Met zijn 95 jaar is Bingham de oudste nog actieve radiojournalist ter wereld, volgens het Guinness Book of Records. Vanuit zijn thuisstudio in Jeruzalem presenteert hij een wekelijks programma op de Israëlische radio. Hij was in zijn lange en opmerkelijke leven overal bij, van de geallieerde landing in Normandië tot Israëls terugtrekking uit de Gazastrook. Later ging hij voor de radio werken en kreeg ook rolletjes in films en reclames – „alles waarvoor ze een man met een baard zochten”. Hij speelde Darwin in een documentaire, tovenaar in twee Harry Potter-films en kerstman in warenhuis Harrods.

Nazi-officieren

Walter Bingham groeide op als kind van Poolse joden in het Duitse stadje Karlsruhe. Hij maakte de invoering van de rassenwetten mee. „Ineens kreeg ik op het schoolplein niet meer de bal”, zegt hij. „Vervolgens moest ik achter in de klas zitten.” Hij toont een pasfoto uit die tijd, een blond koppie boven een nette blouse. „Zo’n keurig Duits jongetje, dat was dan een gevaar voor de staatsveiligheid.”

Zijn vader werd in 1938 gedeporteerd en overleefde het getto van Warschau niet. Walter, die toen nog Wolfgang heette, kwam op het kindertransport naar Groot-Brittannië terecht. Het was zijn redding. Maar nog steeds is hij verontwaardigd over de scheiding van kinderen en ouders waarmee dat gepaard ging. „Ik was vijftien, ik begreep tenminste wat er gebeurde”, zegt hij. „Maar er waren ook kinderen van vier. Stel je voor, ‘mammie mammie waar ga je naartoe, mammie waarom laat je me alleen?’” Na de oorlog ging hij op zoek naar zijn moeder, en vond haar terug.

Het was de bedoeling dat de jonge Wolfgang via de zionistische jeugdbeweging naar Israël zou emigreren, maar hij kreeg geen toestemming van de Britten. Op zijn achttiende werd hij ambulancechauffeur in het Britse leger. Voor de geplande landing op Normandië veranderde hij zijn naam van Wolfgang Billig in Walter Bingham. „Met mijn Duitse naam vreesde ik een ‘speciale behandeling’, mocht ik krijgsgevangene worden.”

De blauwe medaille voor joodse strijders tijdens de Tweede Wereldoorlog. De rode medaille voor veteranen van D-day in juni 1944.
Foto Tali Mayer
De rode medaille voor veteranen van D-day in juni 1944.
Foto Tali Mayer
Twee van de onderscheidingen die Bingham ontving. Links de blauwe medaille van Israël voor Joodse strijders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rechts de rode medaille van het Franse Légion d’Honneur die hij in 2018 ontving als veteraan van D-day in juni 1944.
Foto’s Tali Mayer

Omdat hij Duits sprak, had hij een positie bij de inlichtingendiensten bemachtigd. Hij verhoorde nazi-officieren en analyseerde documenten. Als soldaat kwam hij tegenover zijn kwelgeesten te staan. Een van de ondervraagden was Joachim von Ribbentrop, Hitlers minister van Buitenlandse Zaken. „Hij keek me recht in de ogen en beweerde dat hij niets had geweten van de uitroeiing van de joden”, vertelt Bingham. „Ik weet niet wat de man dacht, dat we zo dom waren? In Neurenberg was hij de eerste die werd opgehangen.”

Mensen observeren

Hoewel hij ineens macht had over degenen die hem en zijn familie hadden vervolgd, had Bingham naar eigen zeggen nooit de behoefte om persoonlijk wraak te nemen. „De grootste wraak was chocola uitdelen aan gewonde Duitsers toen ik de ambulance reed, en ze dan vertellen dat ik joods was, en dat ze naar een joodse dokter gingen”, zegt hij. „Doodsbang werden ze daarvan.”

Het boekje waarmee Britse inlichtingendiensten nazi-rangen identificeerden.

Foto Tali Mayer

Terug in Groot-Brittannië trouwde hij met een joods meisje uit Wenen, ging voor de radio werken en schreef voor joodse publicaties. Of hij nu achter de microfoon zat of voor de camera stond, altijd bleef Bingham de mensen om hem heen observeren. En zag het goede en het kwade overal terug. Zo zat hij voor een journalistiek onderzoek een dag als dakloze op straat. „In de omgang met een dakloze zie je de mensen terug”, zegt hij. „Het was heel interessant om te zien hoe sommigen hun kinderen met een grote boog om me heen trokken, terwijl anderen de kinderen juist geld gaven om aan mij te geven. Er was ook een vrouw die me een biljet van 10 pond toestopte en me bij haar en haar vriend thuis uitnodigde om een bad te nemen.”

Fel nationalistisch

Bingham deinst in interviews niet terug voor confrontatie. Lachend vertelt hij dat hij een van zijn leukste interviews had met een bisschop in Jeruzalem. „Ik noemde hem een jodenhater, hij zei dat hij me zou aanklagen. Be my guest, zei ik. Hij liet me het hele interview niet meer uitpraten, haha.” Je hebt vriendelijke en antagonistische interviews, legt hij uit. „Bij antagonistische interviews probeer ik ze boos te maken, zodat ze hun zelfbeheersing verliezen en dingen gaan zeggen.”

Als Israël er niet zou zijn, zou het nu zelfs nog erger zijn dan in de jaren 30

Walter Bingham

Binghams visie op het Palestijns-Israëlische conflict echoot zijn ervaringen met goed en kwaad in de Tweede Wereldoorlog en daarna. De voormalige bisschop is niet de enige die hij ‘jodenhater’ noemt. Bingham is fel nationalistisch en beschouwt iedereen die kritiek op het Israëlische beleid heeft, als inherent vijandig. „Iedereen die zegt dat wij de Palestijnen slecht behandelen, behoeft educatie.” Volgens Bingham zit bij Palestijnen de jodenhaat ingebakken. „Ik heb eens iemand geïnterviewd die haat een neurologische aandoening noemde”, zegt hij. „Als het er eenmaal in zit, krijg je het er niet meer uit.”

In Palestijnse kinderen van nu ziet hij zijn Duitse klasgenoten terug uit de tijd van de opkomst van Hitler. „Ze zijn geïndoctrineerd, en al zou je vandaag alle schoolboeken veranderen, het kost generaties om het gif eruit te krijgen.”

Hij is ervan overtuigd dat de situatie voor joden wereldwijd nu net zo erg is als in de jaren 30. „Als Israël er niet zou zijn, zou het zelfs nog erger zijn dan in de jaren 30, omdat jodenhaat nu niet alleen in Duitsland heerst, maar in de hele wereld.”

Sinds hij na het overlijden van zijn vrouw in 2004 naar Israël verhuisde, zijn dochter en kleinkinderen achterna, levert Bingham in zijn wekelijkse programma op een lokale zender commentaar op de gebeurtenissen. Hij zou het liefst zien dat er nog harder zou worden opgetreden. „Al dat politiek correcte gedoe, je mag dit niet, je mag dat niet. Dat kunnen we ons niet veroorloven als het om het bestaan van ons en onze kleinkinderen gaat.”

Hij wil „het kwaad bij de wortels uitroeien. Bijvoorbeeld het beleid in ere herstellen om Hamas-kopstukken te vermoorden, voordat ze nog meer kwaad kunnen doen. Als iemand destijds in een vroeg stadium tegen Hitler was opgetreden, waren er enkele duizenden doden gevallen, maar had je zo veel andere mensen gered.”