Rijke, krachtige stem voor zwart Amerika

Toni Morrison (1931 – 2019) Ze stond een schrijversleven lang aan de kant van de taal. Niet poëtisch of overladen, maar rijk en krachtig.

Morrison was de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst mocht nemen. Dinsdag maakte haar familie bekend dat Morrison de dag daarvoor na een kort ziekbed in New York was overleden. Ze is 88 jaar geworden.
Morrison was de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst mocht nemen. Dinsdag maakte haar familie bekend dat Morrison de dag daarvoor na een kort ziekbed in New York was overleden. Ze is 88 jaar geworden. Foto Franck Fife/AFP

Toni Morrison was verschillende keren in haar leven ‘de eerste zwarte vrouw’. Toen ze hoofdredacteur non-fictie werd bij de Amerikaanse uitgeverij Random House waar ze vanaf 1965 werkte, was ze de eerste zwarte vrouw op die plek. Ze zorgde ervoor dat het werk van zwarte auteurs als Gayl Jones en Angela Davis werd uitgegeven, dat er een boek over Muhammad Ali kwam – stemmen die in de witte uitgeefwereld nog niet opgemerkt waren. Haar roman Song of Solomon (1977) was de eerste van een zwarte vrouw die verkozen werd door de ‘Book of the Month Club’ – een soort nationale leesclub die in die tijd honderdduizenden lezers bereikte. En natuurlijk: Morrison was de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst mocht nemen. Ze kreeg die in 1993.

Dinsdag maakte haar familie bekend dat Morrison de dag daarvoor na een kort ziekbed in New York was overleden. Ze is 88 jaar geworden. De betekenis van Morrison als auteur is niet snel te overschatten. Met haar boeken wilde ze zwarte Amerikanen hun verhalen geven, hun stem. Want dat is de absurditeit van de Amerikaanse geschiedenis: wit is de maatstaf, wie zwart is, is een vreemdeling in haar of zijn eigen land, schreef ze nog in haar essaybundel De herkomst van anderen uit 2017.

Indrukwekkend klonk die stem in haar roman Beloved (1987), het boek dat waarschijnlijk als invloedrijkste zal blijven gelden. Het is een historische roman, die zich afspeelt na de Amerikaanse Burgeroorlog, in de nadagen van de slavernij. Het hoofdpersonage is gebaseerd op Margaret Garner, een tot slaaf gemaakte vrouw uit Ohio (de staat waar Morrison op 18 februari 1931 werd geboren) die erin slaagt te ontsnappen. Wanneer ze weer wordt gepakt, brengt ze haar kind om – een van de gruwelijkste scènes uit de moderne literatuur – omdat alles beter is dan een toekomst in slavernij.

Bankje met uitzicht

De roman werd een groot succes en kreeg vele prijzen en nominaties: de Pulitzer Prize, de shortlist van de National Book Award en een film met Oprah Winfrey in de hoofdrol. Bij de uitreiking van een van die prijzen (de Frederic G. Melcher Book Award) verklaarde Morrison dat ze dit boek deels had geschreven omdat er geen monument voor slavernij bestond. Geen gedenkteken, niet eens een bankje met uitzicht. „Dus daarom moest dit boek er komen,” legde ze uit.

Want Morrison had een groot vertrouwen in taal en literatuur. Niet alleen als wapen, maar ook als bevestiging van je identiteit – en als om dat te bekrachtigen, schreef ze soms in ferme oneliners: „Als er een boek is dat je wil lezen, maar het is nog niet geschreven, dan moet je het zelf schrijven.” Of: „We sterven. Dat is de zin van ons leven. Maar we hebben taal. Dat is de toetssteen van ons leven.”

Morrison schreef ook enkele wat lichtere, speelse romans, zoals het leuke Jazz, over een driehoeksverhouding ten tijde van de Harlem Renaissance – of Love, over de rol die een hoteleigenaar nog speelt in de levens van de vrouwen die hem kenden. Ook schreef ze met haar zoon Slade Morrison enkele kinderboeken waarin ze de fabels van Aesopus bewerkten.

Maar haar betekenis ontleent zij aan haar grootse romans uit de jaren zeventig en tachtig: naast Song of Solomon en Beloved ook haar debuut, The Bluest Eye, waarin een jonge zwarte vrouw de hoofdrol speelt die altijd gehoord heeft dat ze lelijk is met haar huidskleur, en daar een minderwaardigheidscomplex aan heeft overgehouden. Het is een somber boek dat pas veel later op waarde werd geschat. In haar laatste roman, God Help the Child (2015) komt dit onderwerp terug. Het boek gaat over een zwart model, dat het kind is van een wit echtpaar. De vader vermoedt dat zijn vrouw is vreemdgegaan en vertrekt. De boze moeder blijft achter met een ongewenst kind waarmee ze elk fysiek contact vermijdt. Het kind past zich aan en manifesteert zich in de wereld van het schoonheidsideaal en leert dat ze als „exotische schoonheid geen botox nodig heeft om volle lippen te krijgen en geen siliconen in haar kont nodig heeft”.

Lees ook: Winnaar en slachtoffer van je succes als zwarte

Obama

Toen Barack Obama in 2008 tot president werd verkozen, was dat „de eerste keer dat ze zich Amerikaans” voelde, verklaarde Morrison. De waardering was wederzijds, en in 2012 kreeg ze de ‘Presidential Medal of Freedom’ van de eerste zwarte Amerikaanse president.

De desillusie was groot toen diens opvolger niet de eerste vrouwelijke president was: kleur stond in dit Amerika weer gelijk met „het andere”, schreef ze in The New Yorker, ‘Making America White Again’. Hierin haalt ze William Faulkner aan, in diens roman Absalom, Absalom! kiest een witte man ervoor een moord te plegen om te voorkomen dat zijn zuster met een zwarte man zal trouwen. Het is een scène die op een bepaalde manier een omkering is van de gruwelijke kindermoord in Beloved. Via de literaire verwijzingen laat Morrison zien dat Amerika, na Obama, nog maar bar weinig is opgeschoten. Het feit dat er enkele scholen in Amerika zijn waar Beloved niet is toegestaan voor de leeslijst vanwege het gedetailleerd weergegeven geweld, bewijst op pijnlijke wijze Morrisons gelijk.

De kracht en de machteloosheid van literatuur: Toni Morrison heeft beide in haar carrière ervaren – en stond een schrijversleven lang aan de kant van de taal. Niet, zoals ze zelf zei, poëtisch of overladen, maar rijk en krachtig.