Europa’s Afrikabeleid militariseert

Essay | Militarisering Wapenfabrikanten verdienen miljoenen door migratie af te schilderen als een veiligheidsprobleem dat alleen zij kunnen oplossen. Maar zo verliest Europa de Afrikaanse werkelijkheid uit het oog.

Franse soldaten op de markt van Menaka, in Mali, eind juni. Na jaren van conflict wordt de markt weer opnieuw opgebouwd.
Franse soldaten op de markt van Menaka, in Mali, eind juni. Na jaren van conflict wordt de markt weer opnieuw opgebouwd. Foto Marie Wolfrom / AFP

De Rue Montoyer ligt welgeteld 450 meter van het Europees Parlement in Brussel. Op deze zweterige maandagochtend duurt de wandeling van het ene naar het andere gebouw precies vijf minuten. Tussen de hippe koffietenten en diplomaten op stepscooters voelt Afrika ver weg. Maar op de zevende verdieping van het gebouw op nummer 10 zit een organisatie die een beslissende rol speelt in het Europese denken over het continent. De European Organisation for Security (EOS), is een lobbygroep voor de grootste wapenfabrikanten in Europa.

„Allo?” klinkt het door de intercom. Een buzzer opent de schuifdeuren. De naambordjes in de lobby verraden een kantoorpand vol zorgen over migratie uit Afrika: een afdeling van de Spaanse ambassade op de eerste verdieping, de Internationale Organisatie voor Migratie op de vierde. De receptioniste op de zevende schrikt als ze beseft dat ze een journalist heeft binnengelaten. „Niemand kan u nu te woord staan. Het is beter als u een e-mail stuurt, dan zal de CEO u antwoorden.”

Lees ook: Ook Europa schuift migratieproblemen van zich af

Die e-mail blijft onbeantwoord.

EOS opereert in 15 landen en biedt volgens haar website „research en diensten op velerlei veiligheidsterreinen, waaronder management van grenzen”. Onder de vele klanten voor wie EOS lobbyt in de Brusselse wandelgangen bevinden zich wapenfabrikanten als het Franse Thales, het Italiaanse Leonardo en het pan-Europese Airbus. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat deze bedrijven in de afgelopen tien jaar een dwingende en bepalende rol hebben gespeeld in de vormgeving van de Europese migratiepolitiek.

„Militaire en beveiligingsbedrijven leveren niet alleen de middelen voor de grensbewaking”, schrijft de Italiaanse onderzoeker Daria Davitti in een recent verschenen onderzoek over de opkomst van private militaire en beveiligingsbedrijven in Europa’s migratiebeleid. „Ze zijn zeer nauw betrokken bij het opstellen van die agenda, door de research te leveren waarop het beleid is gestoeld. Ze stellen irreguliere migratie voor als een veiligheidsprobleem waar alleen een militair antwoord op mogelijk is. En die diensten kunnen zij leveren.”

De gevolgen van die militarisering van Europa’s Afrikabeleid zijn tot diep in Afrika te zien. Nog niet zo lang geleden stuurde Europa ontwikkelingswerkers naar de Sahel om waterputten te slaan. In de afgelopen vijf jaar zijn juist Europese legers en beveiligers de Sahara ingetrokken om de migratieroutes te blokkeren. De Spaanse kustwacht patrouilleert voor de kust van Mauritanië. In Mali worden Franse soldaten bijgestaan door VN-soldaten uit de hele wereld. Het Nederlandse leger is zojuist uit Gao vertrokken. Toen premier Rutte de troepen in 2017 bezocht, liet hij er geen misverstand over bestaan waarom de Nederlandse soldaten daar waren. „Wat we natuurlijk niet willen, is dat er zich terroristen bevinden onder de vluchtelingen die van hier naar Europa reizen. Daarom bent u hier”, zei hij. In Niger, van oudsher de laatste stop van reizigers op weg naar Libië en Algerije, zijn Italiaanse, Franse en Duitse soldaten actief, en vliegen drones boven de uitgestrekte woestijn.

Een man en kind kijken naar militairen op een markt in Mali.

Foto Marie Wolfrom/AFP

Nadat in 2008 defensiebudgetten in veel Europese lidstaten slonken, pasten wapenbedrijven hun militaire producten zo aan dat ze ook in civiele omstandigheden kunnen worden gebruikt – zoals voor grensbewaking. Ze leveren nu onder meer de radarapparatuur en informatietechnologie waar de pan-Europese grensbewaker Frontex gebruik van maakt. Het budget van Frontex werd groter: van 6 miljoen euro in 2006 tot 320 miljoen in 2018, volgens de website.

Tot 2027 heeft Europa 2,2 miljard euro vrijgemaakt voor materieelaankopen „voor haar operaties op land, in de lucht, en op zee”, zo bleek uit cijfers bij de Europese State of the Union van 2018. De klanten van EOS wachten vette jaren.

EOS levert de research die voorafgaat aan Europese besluitvorming. In september 2010 stelt EOS in een onderzoekspaper voor dat de Europese landen informatie moeten delen via iedereen die een oog houdt op de grens: van de douane tot het ministerie van Defensie tot vissersboten op de Middellandse Zee. Drie jaar later wordt EUROSUR opgericht, Europa’s surveillancesysteem waarin Europese landen al hun data delen om de buitengrenzen te bewaken.

Lees ook dit stuk uit 2012 over ‘het grote nieuwe grensbewakingssysteem Eurosur’: Je komt er niet meer in

Ook stelt EOS voor om Frontex verantwoordelijk te maken voor de wereldwijde aankopen van militaire technologie waarmee de grenzen van Europa bewaakt kunnen worden. Voor die bewaking heeft Frontex „aerial visualisation” nodig, stelt EOS. Een oog in de lucht: drones.

„Frontex betaalde ruim 200.000 euro aan wapenbedrijven om hun drones te komen demonstreren. In 2011 was het nog omstreden, maar inmiddels worden ze overal langs de grens gebruikt”, zegt de Deense onderzoeker Martin Lemberg-Pedersen, universitair docent Global Refugee Studies aan de Aalborg Universiteit in Denemarken.

Frontex begint in 2018 met dronesurveillance boven de Middellandse Zee, in samenwerking met het European Maritime Safety Agency. Maar drones redden geen mensen. De piloten kijken machteloos toe vanuit hun controlekamers mijlenver van zee. De vliegtuigjes ver boven zee vervangen de reddingsschepen waarmee de EU tot maart dit jaar rondvoer om drenkelingen op te pikken op de Middellandse Zee. „Deze investering komt op een moment dat de EU zijn marine-missies in de Middellandse Zee terugtrekt en andere reddingsoperaties het werk belemmert”, schrijft de Britse krant The Observer deze week. „De surveillance-drones van Frontex vliegen over de territoriale wateren van Libië waar sinds vorig jaar augustus geen drenkeling is gered. Boten die mensen kunnen redden worden vervangen door drones die dat niet kunnen”, schrijft de krant.

Volgens Martin Lemberg-Pedersen is dit het logische gevolg van de druk van de veiligheidsindustrie. „Politici zoeken naar een technologisch antwoord op een politiek vraagstuk. En die oplossing wordt kant en klaar geboden door de beveiligingsbedrijven”, zegt de Deense onderzoeker.

Hun aanwezigheid is nu op alle Afrikaanse vliegvelden voelbaar. „Linkerduim. Rechterduim. En kijk nog even in de camera”, zegt de douanebeambte bij aankomst op het vliegveld in Niamey, de hoofdstad van Niger. Het vliegveld heeft slechts twee stoffige rolbanden voor de koffers van arriverende passagiers, maar is in de afgelopen drie jaar voorzien van biometrische apparatuur die de luchthaven-computers linken met de veiligheidsdiensten in Europa en de VS. De Amerikanen bouwen in Niger een dronebasis ter waarde van 100 miljoen dollar. Het Franse leger vliegt dagelijks met ten minste vijf drones over Niger en de buurlanden om de meer dan 3.000 soldaten gelegerd in Niger bij te staan. Franse politieagenten trainen ook hun Nigerese collega’s om migranten en hun smokkelaars te arresteren.

Migratie wordt in één adem genoemd met terreur

Defensiebedrijven leveren niet alleen de muren, de wachtposten, het prikkeldraad of de opsporingsapparatuur, maar ook de voedselpakketten op de Griekse eilanden, en de bewaking van detentiecentra, van Europa tot Australië.

Een van de beruchtste namen in de sector is de Britse multinational G4S, eveneens klant van lobbygroep EOS. G4S runt niet alleen detentiecentra op de Griekse eilanden, maar ook op het eiland Manus waar Australië asielzoekers vasthoudt. G4S wordt verantwoordelijk gehouden voor het geweld dat in 2014 uitbrak op Manus en waarbij een Iraanse asielzoeker om het leven kwam. G4S is ook verantwoordelijk voor uitzettingen, zoals die van Jimmy Mubenga die tijdens zijn uitzetting vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Angola in 2010 om het leven kwam. De agenten van G4S bleven hem op de vlucht in een wurggreep houden, al zei hij: „I can’t breathe”. De agenten werden uiteindelijk vrijgesproken bij gebrek aan bewijs.

Volgens de Italiaanse onderzoeker Daria Davitti slaagden wapenbedrijven erin migratie als een veiligheidsprobleem voor te stellen, in plaats van een mensenrechtenkwestie. „Migratie wordt nu in één adem genoemd met terreuraanslagen. Vluchtelingen worden afgeschilderd als een religieus en financieel gevaar. En als je een vluchteling presenteert als een gevaar, is er maar één antwoord mogelijk”, zegt Davitti telefonisch vanuit Zweden. Ze is onderzoeker aan de rechtenfaculteit van de Lund Universiteit en professor aan Universiteit van Nottingham.

Het proces van militarisering van de grenzen versnelt na de zomer van 2015, als de beelden van de duizenden vluchtelingen en migranten op de Balkanroute iedere avond op televisie zijn te zien. Hoewel die vooral uit Syrië en Afghanistan komen, komt na het afsluiten van de Balkanroute en de Turkije-deal het stoppen van de migratie uit Afrika bovenaan de agenda te staan.

Op 18 april van dat jaar vergaat een Libische vissersboot en verdrinken meer dan 700 migranten. Na die tragedie komt het accent niet te liggen op het redden van de vluchtelingen, maar op de militaire confrontatie met de smokkelnetwerken, stelt Mark Akkerman, verbonden aan het Transnational Institute en de actiegroep Stop Wapenhandel, in het onderzoeksrapport Borderwars. Operatie Sophia wordt opgetuigd, met als doel „systematische pogingen om schepen te identificeren, aan te houden en uit de weg te ruimen, samen met andere middelen die migrantensmokkelaars gebruiken.” Er worden schepen, helikopters en vliegtuigen ingezet. „Terwijl niet de smokkelaars maar het escalerende gebruik van militaire middelen om migratie te stoppen de belangrijkste reden is voor die dode migranten”, schrijft Akkerman.

De Libische vissersboot.

Foto Marton Monus Hungary/EPA

Hij wijst erop dat de bedrijven die de beveiligingstechnologie verkopen ook actief zijn in de oorlogen die verantwoordelijk zijn voor veel van de vluchtelingen. „De industrie profiteert van twee kanten van de tragedie: ten eerste met het aanwakkeren van conflicten in de regio waardoor mensen hun huizen moeten ontvluchten. Vervolgens door vluchtelingen tegen te houden op hun weg naar veiligheid”, schrijft hij.

Neem het Britse BAE Systems. Dat verdiende liefst een vijfde van zijn omzet in 2015 aan Saoedi-Arabië, onder meer met de verkoop van gevechtsvliegtuigen die in de oorlog in Jemen worden ingezet. De belangrijkste klanten van lobbygroep EOS zoals Thales, Finmeccanica en Airbus, hebben allemaal kantoren in het Midden-Oosten.

In zijn juist verschenen boek No Go World vraagt de Zweedse antropoloog Ruben Andersson zich af wat die militarisering van de grenzen precies heeft opgeleverd. Hij wijst erop dat alle militaire middelen de problemen rond migratie niet oplossen. „Ze verhogen juist de stress aan de grenzen, de chaos, en het aantal dodelijke slachtoffers”, zegt hij. „Vergelijk dit met de reactie op 11 september. Na die peperdure War on Terror is het aantal slachtoffers van terreuraanslagen wereldwijd vertienvoudigd, van 3.000 slachtoffers in 2000 tot 29.000 slachtoffers in 2016. Het ingrijpen verergerde het probleem.”

Hij stelt in zijn boek dat de niet-westerse wereld, van Mali via Somalië tot Afghanistan, steeds meer verandert in een no go-zone. Westerse beleidsmakers, diplomaten of hulpverleners durven de gebieden waar ze zich mee willen bemoeien niet meer te bereizen – ze vertrouwen enkel nog op beleid-op-afstand. Drones. Of milities als hun stromannen, die er belang bij hebben de gevaren groter te maken dan ze zijn. „Hierdoor worden we bijziend. Alsof we naar de wereld kijken door een plastic rietje, waarin we alleen nog de aanslagen zien maar niet de rest van het landschap. We creëren een vals wereldbeeld, een wereld van groene en rode zones. We gaan geloven dat gevaren slechts in bepaalde landen, bij bepaalde mensen bestaan.”

Militairen op een markt in Mali. Foto Marie Wolform/AFP

De Sahel is daarvan het beste voorbeeld. Ondanks het ingrijpen van het Franse leger en duizenden vredestroepen van de Verenigde Naties, waaronder de Nederlandse, is de veiligheidssituatie in Mali enorm verslechterd. Buurlanden Niger en Burkina Faso worden meegezogen in de neerwaartse spiraal.

Ook in Mali vermijden diplomaten, hulpverleners en journalisten de gevarenzones in het centrum en noorden van het land. Ze hokken samen in de hoofdstad Bamako, duizenden kilometers verwijderd van het gebied waar ze willen ingrijpen. Hetzelfde gebeurt in buurland Niger, of Somalië, een land waar de Amerikanen vrijwel dagelijks bombardementen met drones uitvoeren maar zelden nog voet aan de grond zetten.

De landen waarmee Europa partnerschappen sluit om de problemen op te lossen, profiteren van die fysieke afwezigheid en maken misbruik van de westerse angsten. Landen als Libië en Niger laten Europa een steeds hogere prijs betalen voor haar migrantenfobie. Dat gebeurde eerder ook al in Mauritanië, waar de Spaanse Guardia Civil nog altijd voor de kust patrouilleert. De gezamenlijke patrouilles hebben sinds 2008 geen migrant meer opgepakt, vertelde de kustwacht vorig jaar aan NRC. Sindsdien is de route naar de Canarische eilanden hermetisch afgesloten.

Om toch meer steun uit Madrid te krijgen, gingen de Mauritaanse autoriteiten volgens Andersson over tot het arresteren van West-Afrikanen die niet eens van plan waren naar Europa te reizen. „Zo voeden we het beest”, zegt Andersson.

De belangen om de angsten te voeden zijn groter dan de noodzaak de werkelijkheid niet uit het oog te verliezen. „De beveiligingsbedrijven willen verkopen, politici willen stemmen, media willen kijkers, hulporganisaties willen fondsen. Zij presenteren zich als de oplossing voor al deze problemen. Zo ontkennen we dat die problemen systeemfouten zijn, die we zelf mede hebben gecreëerd. Problemen die we niet kunnen oplossen op afstand.”

Maar die belofte wordt wel gedaan door particuliere beveiligingsbedrijven, die hun klanten verleiden met teksten die de Deense onderzoeker Martin Lemberg-Pedersen totalitair noemt. „Ze claimen de alwetendheid, met ogen in de lucht die de problemen al ver voor de grenzen kunnen zien aankomen. Dat is een totalitaire visie op het leven. Maar technologie kan het leven niet vangen. De bedrijven doen beloften, die nooit zullen worden waargemaakt. Kijk naar de absolute horror die zich nog elke dag voordoet op zee tussen Italië en Libië. Er is niets opgelost.”