‘Als je op een windmolen een wegwerpbarbecue aantreft, weet je genoeg’

Windpark op zee ‘Molenaar’ Arjan Donker is belast met onderhoud en veiligheid van twee windparken op zee. Nieuwe energie, nieuwe zorgen: de slijtage door regen is enorm. En hoe houd je bezoekers weg?

Arjan Donker van Eneco: „Ik wil niet hebben dat iemand iets overkomt in ons windpark.”
Arjan Donker van Eneco: „Ik wil niet hebben dat iemand iets overkomt in ons windpark.” Foto Olivier Middendorp

Als een windmolen op zee ondermaats presteert, kan dat direct tot bezorgde blikken leiden in IJmuiden, Rotterdam of zelfs in Madrid. Een tochtje de zee op is al lang niet meer nodig om de conditie van de molens in de gaten te houden.

„Per molen zien we de productie ervan en de windkracht ter plekke”, zegt Arjan Donker (42), staand voor een groot scherm in het IJmuidense Eneco-kantoor. „Je weet wat een molen bij elke windkracht produceert, dus je kunt het snel zien als er iets mis is.”

De werktuigbouwkundige is als een moderne molenaar verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de windparken Prinses Amalia en Luchterduinen, bij elkaar ruim honderd molens. Anders dan zijn collega’s in Rotterdam en Madrid kan hij bij helder weer de molens van het Amaliapark zien, 23 kilometer uit de kust. De nieuwere molens van Luchterduinen staan voor de kust van Noordwijk.

„In Madrid zit het controlecentrum van Mitsubishi Vestas Offshore Wind, waaraan wij het onderhoud van de parken hebben uitbesteed. En vanaf de handelsvloer in Rotterdam worden alle installaties van Eneco beheerd, dus ook de centrales en de molens op land”, legt Donker uit.

Vanuit Rotterdam kan ook de productie van een molen worden teruggedraaid. „Zoveel mogelijk productie draaien staat normaal gesproken voorop, maar je kunt je voorstellen dat je vanwege de handelspositie van Eneco iets moet terugnemen. Dat lijkt allemaal makkelijk, maar dan moet je wel een knop hebben waar je aan kunt draaien.”

Dat draaien aan de knop gebeurt niet zo vaak. Wel bijvoorbeeld als de prijzen erg laag zijn. „Je hebt het dan over enkele kwartieren per maand”, zegt Donker. „En de prijsontwikkeling is zo volatiel dat je het onderhoud van de molens er niet op kunt afstemmen.”

Vanuit de bureaustoel kan de algemene conditie van de molens prima in de gaten worden gehouden. Toch wordt er ook veel heen en weer gevaren. „Ik denk dat wij, inclusief de ingehuurde krachten van Vestas, bijna elke werkbare dag op zee zijn”, zegt Donker die samen met zijn vijftien collega’s in IJmuiden vooral onderhoud voorbereidt.

Op zee kan niet elke dag gewerkt worden. „Wij kunnen met een golfslag van maximaal één tot anderhalve meter de overstap veilig maken. En als het weer het toelaat en Vestas ziet ’s nachts een storing, dan kan het zijn dat ze direct de zee op gaan.” De onderhoudsmensen van turbinebouwer Vestas zitten aan dezelfde IJmuidense kade als Eneco.

Sleuteltje 13

Aan het reguliere onderhoud gaat veel bureauwerk vooraf. Niet alleen omdat de klussen kilometers uit de kust zijn, maar ook omdat vaak verschillende bedrijven aan het werk zijn. „We willen niet met een schip bij een paal aanmeren waar iemand al op 70 meter hoogte aan het werk is. Dan word je aardig door elkaar geschud.” En ‘faalkosten’ zijn hoog. „Als je op zee sleuteltje 13 niet bij je hebt, ga je die dag niet werken.”

De zestig windmolens van het Amaliapark – volledig eigendom van Eneco – draaien al bijna twaalf jaar. „Onderhoud daarvan is vergelijkbaar met een auto: jaarlijks een grote beurt, waarbij de molen maximaal drie dagen buiten bedrijf is, en daarnaast een kleinere beurt.” De 42 molens van Luchterduinen – gedeeld eigendom van Eneco en Mitsubishi – zijn pas vier jaar in bedrijf en hebben aan een jaarlijkse grote beurt genoeg.

Juist omdat de toen nog verstrekte subsidie snel afneemt – na tien jaar draaien de Amaliamolens alleen op de wind – wordt efficiëntie belangrijker. Bij Luchterduinen ligt de productiviteit op bijna 99 procent. Hoe kan dat als je al die molens, vooral op land, zo vaak stil ziet staan? Die productiviteit is afgezet ten opzichte van de maximale opbrengst. „Juist als het hard waait, moeten ze in productie zijn. Als het bijna windstil is, telt stilstand veel minder mee”, zegt Donker. Het kan daarom tijdens een windarme periode goedkoper zijn bij problemen niet direct in de mast te klimmen. „Het is altijd een afweging tussen kosten van stilstand en die van reparatie. Nu Amalia zonder subsidie draait, zijn de kosten voor stilstand gedaald. Maar we hebben nog een vergunning voor bijna tien jaar en die periode gaan we met dit park zeker volmaken.”

Serieuze beschadigingen

De productiviteit van het Amaliapark – volledig eigendom van Eneco – schommelt jaarlijks tussen de 90 en 95 procent. Dat kan de komende weken weleens minder worden. Uit inspectierapporten bleek dat het uiteinde van veel bladen serieuze beschadigingen heeft. „Er lopen hier in IJmuiden mensen rond met vierkante ogen; die hebben op hun scherm talloze foto’s bekeken waarop de erosie zichtbaar was. Door de combinatie van hevige regenval – met grote druppels – en snelheden van meer dan 250 kilometer aan de tip beschadigt de coating. Die druppels blijken een grote impact te hebben. Nee, dat hadden we vooraf niet kunnen verzinnen. En juist anders dan je zou verwachten, speelt zout daarbij nauwelijks een rol.”

De drie bladen worden later deze zomer bij bijna de helft van de zestig molens gedemonteerd. Dat gebeurt met behulp van een hefschip. Daarna worden op de bladen rubberen matten aangebracht die de impact van de regendruppels verminderen. „Dat kost wat, zo’n hefschip laten komen, maar met een groot aantal bladen komt het uit. Jaarlijks met een verfroller langsgaan is ook niet gratis.”

Wegwerpbarbecue

Behalve voor de reparaties is Donker ook verantwoordelijk voor de veiligheid. En niet alleen die van zijn eigen mensen houdt hem bezig. Sinds vorig jaar mei zijn de parken opengesteld voor doorvaart van schepen tot 24 meter. „Ik lig er niet wakker van, maar ik kan ook niet zeggen dat zich geen gevaarlijke situaties voordoen. En ik wil niet hebben dat iemand iets overkomt in ons windpark.”

Als er in de toekomst meer activiteit komt rond de parken, denk aan de kreeftenvisserij, neemt de kans op ongelukken toe. Zeker bij een lint van windparken, wat omvaren moeilijker maakt. Donker: „Als een schip in problemen komt, krijgt zo’n park het karakter van een flipperkast. En we hebben het hier wel over een hoogspanningsinstallatie op zee. Als je bij een centrale op land komt, staat er een groot hek omheen. Dat virtuele hek – het doorgangsverbod – stond op zee op 500 meter, maar is nu weg.”

Donker weet als geen ander dat ook toen al mensen dichtbij kwamen. „Je hoort altijd ronkende verhalen van mensen die in de palen klimmen. Dat is in het verleden gebeurd, bij ons ook. Als je een wegwerpbarbecue aantreft, weet je genoeg.”

De windmolens sturen wel een berg data naar zijn kantoor, maar hij krijgt geen camerabeelden op zijn scherm. „We zijn met de overheid in gesprek, want we zien dat toezicht en handhaving op zee niet op het niveau zijn dat wij graag willen zien.”