‘Misschien wordt hij beter dan ik’ – Eddy Merckx zegt het echt

Remco Evenepoel Na zijn sensationele zege in San Sebastian bejubelt België Remco Evenepoel (19). Donderdag start hij bij het EK in Alkmaar.

Remco Evenepoel viert zijn zege in de Clásica San Sebastián, afgelopen zaterdag. Foto JAVIER ETXEZARRETA/EPA
Remco Evenepoel viert zijn zege in de Clásica San Sebastián, afgelopen zaterdag. Foto JAVIER ETXEZARRETA/EPA

Zelfs de beste wielrenner aller tijden weet zich niet langer zeker van zijn positie, vertelt Eddy Merckx in het journaal van de Vlaamse zender VTM. Bij de Tourstart in Brussel werden zijn heldendaden begin juli nog eens uitgebreid gememoreerd. Ongeëvenaard zoals de inmiddels 74-jarige Kannibaal ooit het peloton regeerde. En nu, vijftig jaar na zijn eerste Tourzege, is daar Remco Evenepoel. Met 19 jaar verreweg de jongste profrenner van allemaal en afgelopen zaterdag maar meteen zijn eerste grote eendagswedstrijd winnen, de Clásica San Sebastián. Merckx zegt het echt: „Misschien wordt hij beter dan ik.”

Lees ook het interview met Eddy Merckx: ‘Ik ben maar gewoon Eddy hè’

Evenepoel is de jongste klassiekerwinnaar sinds de Belg Georges Ronsse in 1925, dat telt. Maar vooral de manier waarop maakt indruk. Gestart in dienst van kopman Julian Alaphilippe, de revelatie van de afgelopen Tour. Zaterdag raakte Evenepoel achterop door materiaalpech bij de eerste passage van de steile Mendizorrotz, dertig kilometer voor de streep. Vooraan teruggekeerd, bidons gehaald, in z’n eentje op jacht naar de ontsnapte Toms Skujins. En dan. Op 8,6 kilometer voor het einde lost hij de Let, om onweerstaanbaar solo naar de finish te rijden. Tranen op de streep. En bij de huldiging een symbolische kroning met de Txapela, het traditionele Baskische hoofddeksel.

„De kleine kannibaal”, juichen Spaanse kranten. „De kannibaal uit Schepdaal”, jubelen ze in België met een knipoog. Een vergelijking met Merckx brak eerder grote talenten op, van Fons De Wolf tot Frank Vandenbroucke. Maar Evenepoel incasseert alle lof met een gemak en natuurlijke charme zoals zijn generatiegenoot Matthijs de Ligt bij zijn overstap van Ajax naar Juventus. Mooie woorden, van Merckx vooral. Maar hij heeft geen tijd om er lang bij stil te staan. Na afloop snel het vliegtuig in naar huis, even langs de supporters in het café en op naar het volgende doel. Donderdag start Evenepoel in Alkmaar bij het Europees kampioenschap tijdrijden. Favoriet? „Ik ben er klaar voor, zowel fysiek als mentaal.”

Zo veel nieuwe kampioenen

Tegelijkertijd treurt België om wéér een verongelukt wielertalent

Is er ooit een wielerseizoen geweest met zo veel nieuwe kampioenen? Zes dagen voor de eerste klassiekerzege van Evenepoel won de 22-jarige Egan Bernal de Tour de France, als jongste eindwinnaar sinds ruim een eeuw. ‘Minstens tien jaar’ zou de Colombiaanse klimmer de Tour kunnen domineren, klonk rond het podium in Parijs. Niet voor niets had zijn ploeg hem vorig jaar meteen voor vijf jaar vastgelegd, nog voordat zeker was dat Ineos het dure sponsorproject zou overnemen van Sky. Grotere maximale zuurstofopname dan Lance Armstrong, enorme motor in het krap 60 kilo lichte en 1,75 meter lange lichaam. Cijfers als garantie voor meer succes. Of is Evenepoel nóg beter?

Tot voor kort was Evenepoel voetballer: hij speelde in België als international bij de jeugd onder 16

In de Clásica San Sebastián bleef een duel uit. Na alle vermoeienissen in de Tour en de huldigingen in de week die volgde, stapte Bernal halverwege af. Zoals ook Alaphilippe er al snel de brui aan gaf. „Lijken”, omschreef de Vlaamse wielerlegende Roger De Vlaeminck het vermoeide tweetal dat in de Tour voor veel spektakel zorgde. Hoe lang lijkt het geleden dat Chris Froome en Tom Dumoulin de Giro en Tour van 2018 combineerden, met een tot op de millimeter berekend dieet en hoogtestages? Alaphilippe deed in de Tour ‘gewoon’ wat hij altijd doet: erin vliegen. Bernal, geboren en getogen op 2.600 meter hoogte, valt al zijn hele leven aan in de bergen. Rekenen zie je ze zelden.

Richard Carapaz (26) won begin juni als eerste wielrenner uit Ecuador de Ronde van Italië – al bij zijn tweede deelname, net als Bernal in de Tour. Ook voor hem geen rekensom, maar al op de vierde dag onbevangen naar ritwinst sprinten en aanvallen zodra een berg opdoemt. Zoals de Belg Wout van Aert (24) een rit wint in de Tour en dag na dag uitblinkt, tot zijn gruwelijke val in de tijdrit. Of zoals Mathieu van der Poel in de laatste meters van de Amstel Gold Race nog naar een ‘onmogelijke’ overwinning sprint. Natuurlijk kennen ook zij hun cijfers over zuurstofopname en vermogen. Maar boven alles staat het staat het ‘spelletje’ wielrennen. Niet rekenen maar spelen. En winnen.

De achtergrond van de nieuwe kampioenen verschilt, van het Andes-gebergte (Bernal en Carapaz) tot het ‘Pajottenland’ in Vlaams-Brabant (Evenepoel). Alaphilippe werd in 2010 bij toeval ontdekt in het veldrijden, door verzorger Johan Molly van Quick-Step. „Ik denk dat hij potentieel een Tourwinnaar is”, voorspelde de Belg dit voorjaar. Alaphilippe schitterde al op de weg toen Van der Poel en Van Aert de laatste jaren wereldkampioen werden in de cross. In no-time zijn de twee ook toppers in de grote wegwedstrijden. Van der Poel wint zelfs op de mountainbike. „De intensiteit van de cross gaat helpen om nog die flits te hebben aan het einde van een koers”, verklaarde voormalig crosslegende Sven Nys dit voorjaar al.

Lees ook: Negentienjarige Evenepoel wint Clásica San Sebastián

Evenepoel kreeg zijn topsportopleiding op een heel ander terrein. Amper twee seizoenen geleden voetbalde ‘de nieuwe Merckx’ nog in de jeugd bij KV Mechelen. Tot dan gold hij als toptalent, aanvoerder in de jeugdopleiding bij PSV en Anderlecht, jeugdinternational bij België onder 15 en 16. „Een onverbiddelijke verdediger”, herinnerde jeugdbondscoach Joric Vandendriessche zich de linksback dit voorjaar in het Belgische blad Sport. Lopen kon Evenepoel als de beste. „Hij liep makkelijk 11 tot 12 kilometer per match.” Rond belangrijke wedstrijden deed hij er tot afgrijzen van zijn trainers gerust een halve marathon bij. Maar als snelheid en techniek tekortschieten voor de absolute top, volgt in de zomer van 2017 een keuze voor de fiets. Voetbalcarrière gemist? „Ik had er geen plezier meer in.”

Bovenmenselijk

In België weten ze allang wat de internationale wielerwereld in september 2018 ontdekt bij het WK in Innsbruck. Junior Evenepoel won dat jaar niet voor niets liefst 18 van de 30 wedstrijden waaraan hij deelnam. Werd Belgisch kampioen, Europees kampioen en nu ook wereldkampioen, zowel op de tijdrit als op de weg. Zelfs een valpartij op zeventig kilometer voor het einde kan hem niet stoppen. Hij wint na een solo van twintig kilometer. „Wat hij gedaan heeft kun je als bovenmenselijk beschouwen”, stelt wielercommentator Michel Wuyts na afloop bij de VRT.

Als ik ooit wil schitteren moeten alle voorwaarden goed zijn

Rustig zijn carrière opbouwen, van junioren naar beloften en pas dan overstappen naar de profs? Niet voor Evenepoel. Hij wordt direct prof, bij de grootste ploeg van België nog wel, het bolwerk Deceuninck–Quick-Step van manager Patrick Lefevere. De man die kampioenen als Johan Museeuw en Tom Boonen begeleidde, die alle wielerstormen trotseerde en nog altijd werkt met zijn vertrouwde vaste kern als ploegarts Yvan Vanmol en ploegleiders als Wilfried Peeters en Tom Steels. De geroutineerde Iljo Keisse wordt mentor van benjamin Evenepoel, die rustig mag wennen aan het profmilieu, maar evengoed al meteen wint in koersen als de Hammer Classic en Ronde van België.

„De hele ploeg neemt ons in bescherming”, zegt vader Patrick Evenepoel na de sensationele zege in San Sebastián tegen de Belgische krant Het Nieuwsblad. In het wielergekke België is er voor zijn zoon geen houden meer aan. Een verbroken relatie wordt breed uitgemeten, een ophanden zijnde verhuizing naar Monaco krijgt kritiek. En Evenepoel zelf? Als een routinier legt hij zijn critici het zwijgen op, met vlak voor de finish even de wijsvinger voor de lippen. Hij gaat niet naar Monaco voor het belastingvoordeel („zo veel verdien ik nog niet”) maar om te trainen in de bergen. „Als ik ooit wil schitteren in een monument of een grote ronde, moeten alle voorwaarden goed zijn.”