Kritiek op Trump zwelt aan na aanslag in Texas

El Paso Een 21-jarige blanke Texaan schoot zaterdag, vermoedelijk uit racistische haat, 20 mensen dood.

Geschokt personeel van supermarktketen Walmart in El Paso nadat een man het vuur had geopend op winkelend publiek.
Geschokt personeel van supermarktketen Walmart in El Paso nadat een man het vuur had geopend op winkelend publiek. Foto Mark Lambie/AP

Een bloedbad in de Texaanse grensstad El Paso, zaterdag aangericht door een man die vlak voor zijn daad een racistisch manifest op internet zette, heeft in de VS geleid tot kritiek op de anti-migratieretoriek van president Trump.

De verdachte, Patrick Crusius, liep in het Cielo Vista-winkelcentrum schietend een vestiging van warenhuisketen Walmart binnen. De politie kon hem uiteindelijk inrekenen. Toen had de 21-jarige blanke man al 20 dodelijke slachtoffers gemaakt en 26 mensen verwond. De autoriteiten behandelen de moordpartij als haatmisdrijf en binnenlands terrorisme.

De dodelijkste mass shooting in bijna twee jaar domineerde zaterdag nog het nieuws toen er in Ohio alweer een nieuwe plaatshad. Een man doodde negen mensen in een bar voordat de politie hem doodschoot. De politie daar gaat niet uit van een racistisch motief.

Voor de aanslag in El Paso lijkt het motief wel duidelijk: racistische haat. Kort voordat Crusius met zijn semi-automatische WASR-10 het vuur opende, verscheen onder zijn naam een manifest op het bij extreem-rechtse gebruikers populaire, anonieme webforum 8chan. Onder de titel De ongemakkelijke waarheid kondigt hij zijn daad aan als reactie op „de hispanic-invasie van Texas”.

Crusius zou bij zijn ouders in een voorstad van de Texaanse metropool Dallas wonen en moest duizend kilometer reizen voor het plegen van zijn aanslag. El Paso lijkt daarmee geen toevallig gekozen doelwit. Al maanden is de stad het epicentrum van wat de regering-Trump een „grenscrisis” noemt. Hierbij gebruikte de president ook meermaals de term ‘invasie’.

El Paso dient als belangrijk punt voor Midden-Amerikanen om de VS binnen te komen en asiel te vragen. Van de lokale bevolking heeft 80 procent latino-wortels. De stad heeft zowel Spaans als Engels als voertaal en is nauw verweven met buurland Mexico. Crusius zou na zijn arrestatie gezegd hebben zoveel mogelijk Mexicanen te willen vermoorden. Zes van de doden zijn Mexicaans.

In februari trapte Trump zijn herverkiezingscampagne af met een veelbesproken rally in El Paso. Hierin pleitte hij onder meer voor de door hem beloofde ‘muur’ op de grens met Mexico. Dit nadat hij in zijn State of the Union-rede, eerder die maand, het grenshek bij El Paso als voorbeeld had geprezen. Na de aanleg daarvan, in 2008, nam de criminaliteit er volgens de president sterk af. Critici wezen erop dat die daling al twee jaar eerder begon.

Vast patroon

De politieke reacties verliepen volgens een vast patroon. Republikeinse partijgenoten van Trump zeiden „te bidden” voor de slachtoffers, terwijl Democraten opriepen tot strengere wapenwetgeving. Trump duidde de aanslag zaterdag eerst als „laffe daad”. Hij zei zondag: „Haat heeft geen plaats in ons land, en we gaan er iets aan doen. En: „Dit is ook een probleem van psychische ziektes, als je naar deze twee zaken kijkt. Dit zijn echt mensen die erg, erg serieus psychisch ziek zijn.”

Het aantal gemelde haatmisdrijven in de VS stijgt, volgens de FBI, al drie jaar op rij. Anti-discriminatie-groepen wijten dit vaak aan het verhitte politieke klimaat onder Trump en diens polariserende taal. De stijging begon in elk geval in 2015, het jaar dat hij zijn campagne aftrapte. En ging door tot in 2017, het jaar dat Trump aantrad. Cijfers over 2018 en dit jaar zijn nog niet beschikbaar.

Beto O’Rourke, een bekende Democraat uit El Paso, wees er zaterdag op dat de stijging van haatmisdrijven plaatsvindt onder „een president die Mexicanen verkrachters en criminelen noemt. Hij is een racist, en hij jaagt het racisme in dit land aan. Dit verandert het karakter van ons land sterk en het leidt tot geweld.”

Aanslagen in VS pagina 4-5