Kogel in brievenbus van bedenker roofoverval

Wie: Meike (30), Hiluk (29) en Gerrit (34)

Kwestie: Voorbereiding overval geldtransport

Waar: Rechtbank ’s-Hertogenbosch

De Zitting

Het was de vader van Meike die op 18 december vorig jaar de politie belde. Zijn dertigjarige dochter werd bedreigd, vertelde hij. Als chauffeur van een geldtransport zou ze vrijdag overvallen worden. Het geld moest ze afgeven, omdat anders haar vriendin iets zou worden aangedaan.

De politie kwam vrijwel direct naar Meikes huis. Rechercheurs namen de sms-communicatie met de beoogde overvallers op haar telefoon over. Op de dag dat de overval zou plaatsvinden, werden twee mannen om 06.00 uur in Heesch aangehouden, Gerrit (34) en Hiluk (29). In Gerrits auto werd een pistool gevonden. Ook hadden de mannen spullen bij zich waarmee een nepbomvest gefabriceerd kon worden.

Meike zelf was op dat moment geen verdachte, daar was geen reden toe, hoewel het „onderbuikgevoel” van de officier wel aangaf dat haar rol „misschien groter was dan die van slachtoffer”. Zo was de toon van het sms-verkeer ontspannen, soms vriendelijk. Alleen een kogel die bij Meike door de brievenbus was gegooid, duidde op dwang.

Pas in maart kon de officier iets met haar gut feeling, vertelt ze tijdens de rechtszaak over de overval die nooit plaatsvond. Want toen wezen de twee mannen, die voor het eerst een verklaring aflegden, Meike aan als initiator van het plan om de geldwagen te overvallen. De kogel was met haar instemming of zelfs door haarzelf door de brievenbus gegooid om achteraf aannemelijk te maken dat zij werd bedreigd.

Het leidde ertoe dat ook Meike zich moet verantwoorden bij de rechtbank in ’s-Hertogenbosch voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor een gewapende overval. De twee mannen zitten vast sinds december en groeten elkaar kort als ze de rechtszaal worden binnengebracht. „Hoe is het?”, vraagt Hiluk. „Gaat”, zegt Gerrit. Met Meike, die het proces in vrijheid mocht afwachten, maken ze geen contact.

Tijdens het proces komen sombere details over Meikes leven aan de orde. Zo leerde ze Hiluk kennen via de dealer die zowel haar als hem van cocaïne voorzag. Ze zit in de Ziektewet. De meeste tijd van de zitting gaat op aan vragen aan haar. Wat niet helpt is dat Meike moeite heeft met de beeldspraak die de rechters gebruiken. Als een rechter concludeert dat ‘het spel toen op de wagen was’ ontkent Meike dat: „Ik zat niet op de wagen.”

Alle drie de verdachten zeggen dat er sprake was van ‘vrijwillige terugtred’: ze hadden zelf al besloten de overval niet uit te gaan voeren. Het weerhield de mannen er niet van om zes uur ’s ochtends te verzamelen op de afgesproken plek waar ze Meike een gsm wilden overhandigen. Daarmee moest zij de route doorbellen die altijd pas kort van tevoren bekend wordt gemaakt. Het neppe bomvest dat Meike tijdens de overval aan moest trekken, was bedoeld om haar bijrijder onder druk te zetten om mee te werken.

Ook Meike beroept zich op vrijwillige terugtred. Ze zegt dat ze altijd heeft geweten dat het niet kon lukken: een geldwagen overvallen. Zodra zo’n auto te lang stilstaat, gaat er immers een seintje naar de meldkamer. En, haar vader belde toch namens háár de politie?

Hoewel het plan amateuristisch was, is hier volgens de officier toch sprake van „de Champions League van de strafbare feiten”. De opzet was planmatig, met hulp van binnenuit. De bijrijder is ontsnapt aan een traumatische ervaring.

De eisen die de officier formuleert zijn volgens een van de drie advocaten „absurd” hoog. Tegen Hiluk eist ze vier jaar en tegen Gerrit, die het wapen in bezit had, 54 maanden. Tegen Meike vier jaar waarvan één voorwaardelijk.

De rechtbank, blijkt twee weken later, gelooft niet dat Meike onder druk handelde en ziet haar als de initiatiefneemster van de geplande overval die daarna door de drie verdachten „in gelijkwaardige rollen” verder is uitgevoerd. Maar het is wel aan haar te danken dat de overval niet is doorgegaan. Zij gaf openheid aan haar familie en de rechtbank gaat ervan uit dat haar vader met haar instemming de politie belde. Dat haar familie daarvoor wellicht druk op haar heeft moeten uitoefenen, maakt de uitkomst niet anders. Omdat sprake is van vrijwillige terugtred krijgt ze geen straf. Dat haar medeverdachten het plan niet wilden uitvoeren, blijkt volgens de rechtbank niet uit hun gedrag. Gerrit krijgt 3 jaar gevangenisstraf, Hiluk 2,5 jaar.