Opinie

Eindelijk Ameland

Frits Abrahams

Na de informatieve, toeristische bespiegelingen op deze plek van Ilja Leonard Pfeijffer kan ik moeilijk achterblijven. Het verschil is wel dat ik niet, zoals hij, in Italië zat, maar op Ameland, wat toch iets minder prestigieus klinkt. „Waar gaan jullie met vakantie heen?” „Naar Nes.” „O, waar ligt dat?” „Op Ameland.” „O.”

Daarna volgde omzichtig, maar onvermijdelijk de vraag waarom je juist naar Ameland wilde. Mijn antwoord kon kort zijn: omdat ik er nog nooit geweest was. Ik hield erg van de Waddeneilanden, maar Ameland had ik altijd overgeslagen. Om een of andere reden heeft Ameland als reisdoel minder aanzien. Texel en Terschelling zijn de grote Waddeneilanden waar je sowieso geweest moet zijn, Vlieland en Schiermonnikoog hebben een zeker snobappeal en daartussen hangt ergens dat onbestemde Ameland.

Zo ervaren sommige Amelanders het ook. „Ameland wordt altijd als laatste genoemd”, verzuchtte een van hen tegen mij. Ten onrechte, kan ik er nu uit eigen ervaring aan toevoegen. Ameland heeft ten opzichte van Vlieland en Schiermonnikoog het nadeel van autoverkeer, maar het is groter dan die eilanden en heeft meer natuurschoon te bieden. Wij hebben er langs het wad en door de duinen langere fiets- en wandeltochten kunnen maken dan op Vlieland en Schiermonnikoog.

Wij vonden Ameland soms adembenemend mooi. Fiets langs de Waddenzee naar de westkant net zolang tot je vanaf de dijk in de diepte dat stokoude dorpje Hollum ziet liggen. Of ga naar het oosten, richting het natuurgebied Het Oerd, stap af bij de kwelder Nieuwlandsreid en loop dat doodstille gebied binnen dat bij storm nog onder water komt: je ziet alleen schapen en vogels en nauwelijks andere toeristen.

Hollum is het mooiste, minst aangetaste dorp van Ameland; de bewoners hadden niet het geld voor nieuwbouw en knapten hun oude huisjes zelf op. Wij logeerden dichter bij zee, in Nes, meer een mengelmoes van oud en nieuw en levendiger dan de andere dorpen.

Wat snel opvalt op Ameland is de alomtegenwoordigheid van de Duitse toerist. In dat opzicht is Ameland te vergelijken met de Zeeuwse kust. In ons hotel bestond minstens de helft van de klandizie uit Duitsers. Een van de receptionistes had daarom een snelcursus Duits gevolgd, iets te snel misschien, want in plaats van ‘Sie’ zei ze steeds ‘Ihnen’: „Möchten Ihnen schon zahlen?”

Ameland trekt ook opvallend veel groepen Duitse schoolkinderen die onder leiding van hun onderwijzers op straat allerlei spelletjes doen, zoals vossenjachten, waarbij de leiders zich vermommen, eenmaal zelfs als een spectaculaire transseksueel die op de Gay Pride niet misstaan zou hebben.

De Amelandse horeca vaart wel bij al dit toerisme. Ameland heeft 3.500 bewoners en jaarlijks 550.000 gasten. Tussen de restaurants, vooral in Nes, is daarom veel concurrentie, wat de kwaliteit ten goede komt. De klantvriendelijkheid trouwens ook. Nergens ter wereld is mij tijdens het dineren zo vaak gevraagd of het „goed gesmaakt” heeft dan wel „alles naar wens” was. Soms tweemaal per gang, steeds door iemand anders van het bedienend personeel. Op het laatst riep ik al als ik een kelner of serveerster zag naderen nog voordat ik de eerste hap had kunnen nemen: „Prima!”

Kortom, Ameland overtrof zichzelf in alle opzichten.