Het progressieve wereldbeeld van Netflix

Netflix en politiek De Amerikaanse videodienst heeft uitgesproken linkse makers, kaart sociale misstanden aan en is voor inclusiviteit. Netflix wil graag woke zijn, maar is ook gewoon commercieel.

Foto iStock, bewerking NRC

Op de eerste verdieping van het nieuwe kantoor van Netflix in Hollywood staat een imponerend videoscherm. Het is 25 meter breed en het moet bezoekers het gevoel geven dat ze ín een Netflix Original zitten. Bijvoorbeeld in de kantine van de vrouwengevangenis uit Orange is the New Black. Voor dit scherm wachten de machtigen uit de entertainmentindustrie op hun afspraak bij de streamingdienst, beschreef The New York Times onlangs.

Het nieuwe onderkomen moet niet alleen indruk maken op producenten, acteurs en regisseurs, maar ook de waarden van het bedrijf uitstralen. Zo staan bij de ingang Pride-vlaggen die symbool staan voor Netflix’ steun aan de lhbti-gemeenschap. Ter promotie van de serie Dear White People stond de boodschap ‘stay woke’ op een reuzenmegafoon. De term woke staat simpel gezegd voor inclusiviteit, tegen racisme en sociaal onrecht.

Misschien is het niet nieuwszender CNN, bijna dagelijks doelwit van president Trump, maar Netflix waar, met 151 miljoen abonnees wereldwijd, daadwerkelijk oppositie wordt gevoerd. Prominente makers als Ava DuVernay en Ryan Murphy die miljoencontracten tekenden met Netflix, zijn uitgesproken progressief. En je ziet het bij in het oog springende producties op de streamingdienst, van When They See Us tot Orange is the New Black.

Uzo Aduba in Orange is the New Black.

Foto Netflix, iStock, bewerking NRC

Orange vs. Cards

Toen Netflix in 2013 naam begon te maken met eigen series – en zo een revolutie in de tv-wereld veroorzaakte – was die progressieve signatuur nog geen uitgemaakte zaak. De eerste hit, House of Cards, zou je traditioneel en rechts kunnen noemen: de dramaserie draait om de macht van een witte heteroman. De serie past ook bij de retoriek van Trump: het geeft een duistere, cynische blik op een Democratische machiavellist in het corrupte Washington – het moeras dat Trump beloofde droog te leggen.

Maar vrijwel tegelijk kwam Orange is the New Black uit. Anders dan House of Cards was de gevangenisserie niet gebouwd rond één bekende witte ster, maar om een ensemble van onbekende vrouwen – zwart, latino, Aziatisch, lesbisch, transgender – in gelijkwaardige rollen. House of Cards had bekendere acteurs, maar ‘Orange’ trok meer kijkers. Véél meer: de serie is volgens Netflix de best bekeken Original van allemaal. Zo’n 105 miljoen mensen bekeken minstens een aflevering.

House of Cards ging ten onder aan de #MeToo-affaire van hoofdrolspeler Kevin Spacey, Orange bleek de grote trendsetter in tv-land. In House of Cards is iedere vorm van idealisme ver te zoeken, Orange is juist door en door idealistisch. De serie van showrunner (seriebaas) Jenji Kohan is een vlammende aanklacht tegen het Amerikaanse gevangenissysteem en tegen sociale ongelijkheid. Het zevende en laatste seizoen is sinds kort beschikbaar en richt de pijlen onder meer op het Amerikaanse immigratiebeleid. Kohan en haar team hebben na de lancering van het slotseizoen een fonds opgezet dat zich inzet voor hervorming van het rechtssysteem en vrouwen steunt tijdens en na hun leven in de gevangenis.

Leiding en Obama’s

Het progressieve zit in ook in de leiding. Het hoofdkantoor zit in Californië, een Democratische staat, en zowel Hollywood als Silicon Valley is nog een paar graden linkser in hun politieke voorkeur. Netflix-topmannen Reed Hastings en Ted Sarandos zijn openlijke aanhangers van de Democraten. Uit onderzoek blijkt dat zij en ander Netflix-personeel gul doneren aan de partij. De aversie van Hastings tegen Trump is ook geen geheim. Zo noemde hij de opkomst van Trump in College Tour (NTR) in 2016 al zorgwekkend. Onlangs hield hij een fundraiser voor presidentskandidaat Pete Buttigieg.

Toen Netflix vorig jaar een miljoenendeal sloot met Barack en Michelle Obama om programma’s te gaan maken, en bovendien Obama’s voormalige veiligheidsadviseur Susan Rice in het bestuur kwam, leidde dat tot stevige kritiek van Amerikaanse conservatieven, onder meer op Twitter (#CancelNetflix).

Sarandos, Netflix’ hoofd programmering, zegt echter dat de samenwerking met de Obama’s niet om politiek draait. Tijdens een congres in New York zei hij: „Het is niet The Obama Network. Er zit geen politieke kant aan de programmering.” Hij voegde er nog wel aan toe dat de creatieve gemeenschap nu eenmaal „overwegend links” is. Uiteindelijk draait het bij Netflix om het binnenhalen en behouden van abonnees. De groei was een tijd explosief, maar de meest recente cijfers vielen tegen. In het tweede kwartaal van 2019 kwamen er 2,7 miljoen nieuwe abonnees bij, terwijl men er 5 miljoen had verwacht.

Meer dan pure politiek gaat het om inclusiviteit. Dat is ook een commerciële keuze. Zeker wat betreft het inzetten van niet-witte acteurs: iedereen wil zichzelf terugzien op het scherm en Netflix wil de gehele wereld bedienen.

Inclusiviteit is ook buiten Netflix in de mode; in series, films, boeken en toneelstukken zie je nu overal sterke vrouwen in de hoofdrol opduiken, net als mensen van kleur en lhbti’ers. Neem de superhelden van Marvel (Disney). Tien jaar geleden waren ze nog vrijwel allemaal wit en man, nu zit daar veel meer diversiteit in. En de zwarte superheld Black Panther en de vrouwelijke held Captain Marvel zijn nog maar het begin: tijdens de beurs Comic Con bevestigde actrice Tessa Thompson min of meer dat haar personage in de aankomende Marvel-film Thor: Love and Thunder (2021) lesbisch is. Maar meer dan de andere mediagiganten lijkt Netflix inclusiviteit tot speerpunt te hebben genomen.

Showrunners

Makers met grote Netflix-contracten zetten zich in voor diversiteit en sociale gelijkheid. Shonda Rhimes bijvoorbeeld. De Afro-Amerikaanse werd bekend als bedenker van ziekenhuisserie Grey’s Anatomy en stapte in 2017 over van zender ABC naar Netflix, voor minstens 150 miljoen dollar. Het geld was volgens haar zeker niet de enige reden om in zee te gaan met Netflix: Rhimes krijgt alle vrijheid om te maken wat ze wil, waaronder een productie over ongelijkheid op de werkvloer, gebaseerd op een boek van Ellen Pao.

Jharrel Jerome in When They See Us.

Ook regisseur Ava DuVernay (Selma) wil met haar werk maatschappelijk onrecht aankaarten. When They See Us is het meest recente bewijs. De miniserie gaat over vijf kinderen (vier van hen zwart, de vijfde latino) die ten onrechte werden veroordeeld voor een verkrachting in Central Park. Trump komt even voorbij in de serie. Hij wilde dat de jongens de doodstraf kregen. De verontwaardiging over het onrecht had meteen na de première gevolgen: Elizabeth Lederer, destijds hoofdaanklager, verloor haar huidige baan als docent aan de Columbia Law School. Haar leidinggevende tijdens de zaak, Linda Fairstein, raakte haar uitgeefcontract kwijt.

Producent Ryan Murphy (American Crime Story, Glee en veel meer) gebruikt zijn positie om iets te doen aan maatschappelijke ongelijkheid. Het verhaal van zijn serie Pose speelt zich af in de ‘ballroomscene’ van New York, eind jaren tachtig en heeft veel transgenderpersonages. Die worden ook gespeeld door transmensen, iets wat helemaal niet vanzelfsprekend is. Murphy eist verder dat 50 procent van al zijn producties worden geregisseerd door vrouwen.

Wereldbeeld

Wat voor wereldbeeld spreekt uit de progressieve series? In dramaseries draait het vooral om de discriminatie die vrouwen, mensen van kleur en lhbti’ers dagelijks ondervinden. In de zachtere, komische series krijgen we juist een ideale inclusieve droomwereld voorgeschoteld. De vriendenkringen in deze series zijn als vanzelfsprekend gemengd van gender, kleur en seksuele voorkeur. Ze dienen als positieve rolpatronen. In Sex Education blijkt een idyllisch Welsh dorp veranderd in een zoete, nieuwe wereld waar een gemengd boeket van tieners hun diverse seksuele voorkeuren vrijelijk uitleven, van lesbische seks tot alien erotica. Denk ook aan het inclusieve hipsterparadijs in Masters of None, Easy en Please Like Me.

Ook megahit Stranger Things draagt een steentje bij. De griezelserie speelt zich af in de jaren tachtig en is ook populair in het conservatieve midwesten van de VS. Lichte spoiler: in het derde seizoen hebben showrunners Matt en Ross Duffer een lesbisch personage toegevoegd, gespeeld door Maya Hawke. „Stranger Things heeft een groot bereik, ook in het midden van het land. Zelfs een klein gebaar als het hebben van een homoseksueel personage is een big deal,” aldus Hawke in The Hollywood Reporter.

Een directe politieke agenda is te zien in de onderwerpen voor een aantal documentaires. Zoals in Knock Down The House, deels een bewonderend portret van het jonge Democratisch Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez. Of Saving Capitalism, over de ideeën van oud-minister Robert Reich. De Obama’s willen een film maken over de overgang naar de regering-Trump (The Fifth Risk: Undoing Democracy), een serie over de emancipatie van vrouwen en mensen van kleur in de mode (Bloom) en over Frederick Douglass, de negentiende-eeuwse schrijver en activist die aan slavernij wist te ontsnappen.

En Rechts?

Netflix heeft uitgesproken linkse makers, kaart sociale misstanden aan die worden geassocieerd met de progressieve agenda en is voorvechter van inclusiviteit. Conservatieve kijkers hoeven echter niet meteen hun abonnement op te zeggen. Netflix blijft een commercieel bedrijf en zal wel gek zijn om de rechtse kijkers werkelijk van zich te vervreemden. Verreweg de meeste series zijn überhaupt apolitiek en gaan gewoon over zaken als misdaad en relaties. Kijkers kunnen lachen om conservatieve komieken als Ron White, Jeff Foxworthy en Rodney Carrington. En indien gelovig, dan kunnen ze hun kinderen voor Veggie Tales zetten, tekenfilms over christelijke groente. Identiteit bepaalt uiteraard niet altijd wat iemand kijkt, Veggie Tales kan ook leuk zijn voor niet-christelijke gezinnen. Toch kan men prima via Netflix een eigen bubbel creëren, zonder linkse politiek.

Interessant is dat de eerste documentaire American Factory van de productiemaatschappij van de Obama’s op Trumps terrein komt. American Factory, vanaf 21 augustus te zien, gaat over een fabriek in Ohio die wordt overgenomen door Chinezen. Het Chinese management botst hard met de eerlijke, Amerikaanse arbeiders. Daar kan de conservatieve kijker in Trumpland zich ook mee identificeren.