Een scooter, schoorsteen en een Duitse helm

Magneetvissen Ondanks verboden gaan jongens door met het opvissen van munten en fietsen met een magneet. „Een bom vind je liever niet.”

Magneetvisser Sander Pronk gaat vijf keer per week met zijn touw, magneet en handschoenen op pad. „Vaak wel zes uur op een dag.”
Magneetvisser Sander Pronk gaat vijf keer per week met zijn touw, magneet en handschoenen op pad. „Vaak wel zes uur op een dag.” Foto’s Merlin Daleman

„Het is een scooter of een fiets”, gokt de 17-jarige Sander Pronk, terwijl hij langzaam aan een strak gespannen touw trekt in een stilstaand watertje achter het gemeentehuis van Culemborg. In z’n eentje gaat het niet lukken, weet Pronk en dus vraagt hij zijn neef Djordy Verheul (20) om ook zijn magneet in het water te gooien. Als het gevaarte omhoog komt, blijkt het een bromfiets te zijn. Dezelfde Peugeot Rapido die Pronk hier een paar dagen eerder ook al uit het water had gehaald. „Hij is gewoon teruggegooid”, verzucht Pronk. Als de scooter op de kant staat, maakt Pronk een foto en meldt hij de vondst in de BuitenBeter-app, waardoor de melding bij de gemeente terechtkomt.

Zoals de 17-jarige mbo-student logistiek hier op een miezerige woensdag aan de kant van het water staat, zo staat hij al twee jaar lang op bruggen, langs kades en aan rivieren met zijn magneet aan een touw in het water. „Meestal vind je troep”, zegt Pronk. Meestal. Want laatst was het raak: toen zijn magneet vastklikte en hij zijn touw langs de balustrade van de brug omhoog trok, bleek er een helm van een Duitse soldaat aan te zitten.

Maar de favoriete hobby van Pronk ligt onder vuur: steeds meer mensen – vooral jonge mannen – ontdekken het magneetvissen en halen van alles uit het water. Naast oude munten, verroeste fietsen en nauwelijks definieerbare voorwerpen, vinden de magneetvissers bommen uit de Tweede Wereldoorlog die niet zijn afgegaan. Hoewel er nog geen granaten of mortieren zijn ontploft door toedoen van magneetvissers, is de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) niet blij met die ontwikkeling. De EOD is een onderdeel van de landmacht en verantwoordelijk voor het ruimen van de bommen.

Bange ouders

Sander Pronk heeft nog nooit een bom omhoog gevist. „Die vind je liever niet.” Hij snapt de zorgen van de EOD. Een granaat is levensgevaarlijk, weet hij ook. Toch vindt hij zijn hobby te leuk om op te geven. „Mijn ouders zijn vooral bang dat het een keer fout kan gaan.”

Lees ook: Je vindt een granaat – en dan?

Na de Tweede Wereldoorlog lagen er door het hele land bommen die niet waren ontploft. Bij de aanleg van nieuwe spoorlijnen, wegen en woonwijken moesten die geruimd worden. Het binnenwater werd grotendeels overgeslagen. Zo kan het dat magneetvissers vandaag de dag – bijna 75 jaar na de bevrijding – nog steeds bommen vinden. Op meerdere plekken is al langer een verbod op vissen met een magneet. In Arnhem, Delft, Groningen, Haarlem en Nijmegen is dit het geval. Meer gemeenten zijn bezig met het opstellen van zo’n verbod.

Verbod of niet, Pronk vist door. Ook in Nijmegen waar het eigenlijk niet mag. Sterker nog: het Maas-Waalkanaal, dat door Nijmegen stroomt, is zijn favoriete plek om zijn magneet uit te gooien. „Er komen veel fietsers en wandelaars. Die mensen gooien van alles in het water.” In Nijmegen heeft hij nog geen problemen gehad met het verbod. In tegendeel: „Agenten zeggen dat ik goed bezig ben. Of ze zwaaien vriendelijk.”

De Culemborger is van mening dat nog meer verboden weinig uithalen. Magneetvissers zullen hun touw in het water blijven gooien, zo denkt hij. Pronk gelooft meer in het verstrekken van vergunningen voor bepaalde plekken. „Net als bij normaal vissen.”

Na een middag magneetvissen, verzamelt Pronk zijn vondsten en zet hij ze tegen de prullenbak. Buiten de scooter vist hij een schaar, een autolampje en een stuk van een schoorsteen uit het water. Magneetvissen is een manier om je frustratie kwijt te kunnen na een lange dag op werk of school, zegt hij. Die hobby verliezen, zou pijnlijk zijn. Vooral nu hij zomervakantie heeft en wel vijf keer per week met zijn touw, magneet en handschoenen op pad gaat. „Vaak wel zes uur op een dag.”