Little Liberia leeft in angst: gaat Trump ons echt uitzetten?

Liberianen op Staten Island Ze kregen kinderen, kochten huizen en nu wil Trump ze alsnog terugsturen. „De stress van de onzekerheid is om ziek van te worden”, zegt een Liberiaanse in New York.

Kerkgangers van de Christ Assembly Lutheran Church, een Liberiaanse kerkgemeenschap in het stadsdeel Staten Island, tijdens een dienst in 2014.
Kerkgangers van de Christ Assembly Lutheran Church, een Liberiaanse kerkgemeenschap in het stadsdeel Staten Island, tijdens een dienst in 2014. Foto Spencer Platt/Getty

Bij Rose Bull thuis in Staten Island, New York, staan al maanden vuilniszakken vol spullen. „Ik had nooit verwacht dat ik na twintig jaar in de VS zou worden teruggestuurd”, zegt ze met een zachte stem. De 68-jarige Liberiaanse, die ouder klinkt dan ze lijkt, heeft hier jarenlang gewerkt, belasting betaald, een pensioen opgebouwd. „En als je dan toch ineens weg moet....”

Het Vrijheidsbeeld wijst met de rechterarm richting Staten Island. In het stadsdeel wapperen in elke straat Amerikaanse vlaggen, kinderen in gele schoolbussen worden opgehaald en thuisgebracht.

Het is ook het stadsdeel met de grootste Liberiaanse gemeenschap van de VS.

In ‘Little Liberia’ staan rijen sociale woningbouwflats van zes hoog, omringd door huizen met veranda’s. Eens in de week is er op het pleintje tussen de flatgebouwen een Liberiaanse markt met dezelfde palmolie en gerookte vis die families thuis in Liberia gebruiken. Aan het einde van de middag keren vrouwen in bordeauxrode of mintgroene verpleeguniforms terug van het bejaardentehuis. Veel mannen werken als beveiliger of in de bouw.

Sommige bewoners arriveerden als student en zijn intussen Amerikaans staatsburger. Anderen kwamen ooit illegaal het land binnen. En dan is er die speciale groep waartoe Bull behoort: tijdens de Eerste Liberiaanse Burgeroorlog (1989-1996) kreeg die tijdelijk asiel in de VS. De drie voorgaande presidenten verlengden de status van deze 4.000 mensen. Ze kregen kinderen, kochten huizen. En nu wil Donald Trump ze alsnog terugsturen. Ze moeten vóór 31 maart 2020 naar het West-Afrikaanse Liberia zijn terugverhuisd. Of in de illegaliteit verdwijnen.

Ziek van de stress

Keren mensen ook echt terug? Sommige Congresleden vechten de uitzetting nog aan. Maar onderwijskundige Bull, die tot haar pensioen voor de gemeente van New York werkte, heeft de strijd al opgegeven. „De stress van de onzekerheid is echt om ziek van te worden.” Ze heeft twee kinderen in de VS, die zelf ook weer kinderen hebben. „Ik ben nu op het punt gekomen dat ik denk, prima, ik ga wel terug. Maar ik wil wel mijn pensioen meenemen, daar heb ik recht op.”

Bull is een uitzondering, denkt ze, de meesten met haar status zullen blijven – al moet dat illegaal.

De kwestie maakt veel los in het land, dat in totaal circa 90.000 inwoners met Liberiaanse wortels telt. Twee belangenorganisaties, UndocuBlack en African Communities Together, hebben de Amerikaanse staat intussen aangeklaagd. Ze noemen het terugsturen van Liberianen berekenend racisme van Trump, lieten ze Al Jazeera weten. De president noemde Afrikaanse landen eerder „shithole countries”. Het zou een vervolg zijn op Trumps plan mensen uit sommige moslimlanden te weren. Nu maakt hij het deze Afrikanen moeilijk.

De slavernijgeschiedenis van de VS maakt de kwestie nog controversiëler. Het is voor Bulls familie niet de eerste keer dat er van de VS naar Liberia wordt verhuisd. Bull is vijfde generatie Americo-Liberiaan. Zij stamt af van de ‘bevrijde Amerikaanse slaven’ die in het begin van de 19de eeuw naar de nieuwe staat Liberia emigreerden. Het land werd gesticht door de American Colonization Society, als ‘een thuisland voor bevrijde slaven’. De Amerikaanse regering was destijds bang dat deze groep, na decennia van uitbuiting, in de VS in opstand zou komen.

Toen Liberia onafhankelijk werd, in 1847, hadden zo’n 13.000 bevrijde slaven zich gevestigd op het continent van hun voorouders. De hoofdstad Monrovia werd vernoemd naar de voormalige slavenhouder en Amerikaanse president Monroe. Met hulp van de VS overheersten deze Americo-Liberianen gedurende 130 jaar het Afrikaanse land. De mensen die jarenlang zelf waren onderdrukt door de Amerikanen, werden de nieuwe onderdrukkers.

Daarop volgde een periode van veertien jaar waarin twee bloedige burgeroorlogen werden uitgevochten die het leven kostten aan meer dan 200.000 mensen. Nog steeds is Liberia het meest veramerikaniseerde land van Afrika waar je tankt in gallons, rijdt in miles en betaalt in dollars. Bulls ouders hebben haar nooit verteld over het slavenbestaan van Liberianen in de VS, zegt ze, daar leerde ze pas op de middelbare school over. „Ze wilden die tijd vergeten.”

Lees ook: Trump probeert zijn grenscrisis op Mexico af te wentelen

Opgedoft in de kerkbanken

Wat doet de dreigende uitzetting met de Liberiaanse gemeenschap? Wie dat wil begrijpen, begint in de Liberiaanse Lutherse kerk, waar iedereen zondagochtend opgedoft in de kerkbanken zit. Alle vrouwen zijn in Afrikaans tenue, met paars of roze gestifte lippen, en soms met nepwimpers op. Veel mannen zweten in een pak – het is buiten meer dan 30 graden – en dragen een zonnebril. De assistent van de pastoor prijst de jongeren die net zijn geslaagd. „Mijn zoon ook!”, roept hij trots, door de overbodige microfoon. „Hij gaat nu van de basisschool naar de middelbare school.”

„Amen!” roepen de kerkgangers.

„Ik nodig jullie allemaal uit dat vrijdag bij ons thuis te vieren. Er zal eten zijn. Liberiaans eten.”

„Halleluja!”, antwoordt de kerk. „Zij is er een”, fluistert Jennifer Gray-Brumskine en wijst naar een vrouw die in de ochtend al zenuwachtig ijsbeerde tussen de kerkbankjes. Ze bedoelt dat zij net als Bull tot die speciale groep behoort die terug moet. „Dat zal ze alleen nooit tegen iemand zeggen en zeker niet tegen een journalist.”

Gray-Brumskine, zelf Liberiaanse Amerikaan, werkt voor Make the Road New York, een organisatie die immigranten op weg helpt. Ze zit in de lokale politiek en is actief in haar gemeenschap. „Liberianen praten niet over hun status. Vrienden weten het niet eens van elkaar, uit angst aangegeven te worden”, zegt ze. Na die dienst schudden alle kerkgangers elkaar de hand.

„Nee, sorry, ik ken niemand in die situatie.” Als we in de kerk vragen wie er uitgezet dreigt te worden, is dit de standaard reactie. „Veel mensen zijn van plan te blijven en zullen in de illegaliteit verdwijnen, daarom willen ze niet praten”, zegt Gray-Brumskine. Omdat Bull van plan is terug te gaan, wil ze als een van de weinigen wél praten, blijkt.

Rond 14.00 uur in de middag verschijnt op elke straathoek wel een groep kerkgangers. Het zijn Nigerianen en Sierra Leoners maar vooral Liberianen, die op een vierkante kilometer nóg zeven kerken hebben. „De Afrikaanse gemeenschappen worden steeds groter en invloedrijker”, zegt Gray-Brumskine. In de buurt hangen posters van de 30-jarige Charles Fall, het eerste Afrikaans-Amerikaanse lid in het staatsparlement van New York, namens Staten Island.

„Charles mag dan een Democraat zijn, maar we hebben ook mensen in de Republikeinse Partij”, zegt ze. „Wij proberen het anders aan te pakken dan de Afro-Amerikanen, die zijn vooral in de Democratische Partij vertegenwoordigd”, zegt ze „Maar uiteindelijk bepalen de Republikeinen veel kwesties die ons aangaan, nu ook weer.”

Bij African Refuge, een belangenorganisatie van Afrikanen in Staten Island waar aan de muur een almanak hangt van alle Liberiaanse presidenten, geeft het bestuur ook geen goedkeuring voor een gesprek. „Ik hoop dat u begrijpt hoe gevoelig de kwestie ligt”, zegt een van de medewerkers. „Wij runnen een na-schoolse opvang. Sommige Liberiaanse ouders zijn zo bang uitgezet te worden, dat ze hun kinderen niet meer laten komen. Er zijn mensen die ineens naar een andere staat verhuizen, daar hoor je dan niets meer van.”

Lees ook: Protesten in honderden Amerikaanse plaatsen tegen Trumps immigratiebeleid

Bang voor ontslag

Sinds Donald Trump in juni massale invallen aankondigde bij mensen zonder papieren, voelen niet alleen Liberianen zonder permanente status de angst om uitgezet te worden. De Immigration and Customs Enforcement (ICE) is op zoek naar alle migranten zonder verblijfsstatus.

„Als jij de wijk binnenloopt denken mensen waarschijnlijk dat jij van ICE bent en ze komt ophalen”, zegt Philip Sawrayne, de predikant van de Liberiaanse Lutherse kerk de volgende dag telefonisch. Via via hoort hij over de zorgen in zijn gemeenschap. „Ze zijn bang dat hun baas ze ontslaat als blijkt dat ze vanaf maart niet meer legaal zijn. Sommigen durven zelfs niet meer naar buiten, raken depressief.” De angst voor ICE is zo groot, dat de mensen zelfs de kerk niet vertrouwen, zegt hij. „Misschien waren er daardoor zelfs minder kerkbezoekers gisteren.”

Er bestaat een kans dat Trump de komende maanden toch zijn besluit terugdraait, maar Rose heeft er weinig vertrouwen in. „Ik ben hoe dan ook echt te oud om te vechten voor mijn burgerschap”, zegt ze. Omdat ze nooit op vakantie kan naar Liberia, uit angst dat ze de VS niet meer binnenkomt, heeft ze haar moeder al twintig jaar niet gezien. Twee van haar broers zijn overleden tijdens de oorlog. „Als ik daar ben moet ik voor hun kinderen zorgen”, zegt ze. „Ik kan niet met lege handen terug.”